Tekenen is hardop denken

(37) is een van de kunstenaars die meedoen aan het internationale tekenfestival The Big Draw. Het doel is wereldwijd mensen aan het tekenen krijgen. Bijvoorbeeld op een glazen wand in museum Boijmans. Zijn motto: ‘Het mag! Kom terug! Maak een poppetje!’

Als je de straat in Rotterdam inloopt waar Bruno Ferro Xavier da Silva zijn atelier heeft, zou je kunnen denken dat The Big Draw heeft plaatsgevonden in de Rakstraat. Tegen de gevel van zijn huis zijn metershoge, fel gekleurde tekeningen aangebracht. Je ziet een beer die een sigaretje rookt. En kijk, Mohammed Ali. Hij eet een berg donuts en zegt: ‘hé, ik heb gezegd: niet bij mij’.

Maar nee. The Big Draw was twee weken geleden inderdaad in Rotterdam, maar dan in museum Boijmans, Showroom MAMA, Witte de With en Villa Zebra. Het was trouwens ook in Eindhoven, Heerlen, Leiden, Arnhem. En het is deze maand nog in Amsterdam, Eelde, Hilversum.

En niet alleen daar. The Big Draw is het grootste tekenfestival ter wereld. Honderdduizenden mensen in bijna dertig landen doen eraan mee. Ze tekenen, ergens in de maand oktober, in musea, in parken, in winkels, in de metro of op straat, met hulp van of simpelweg onder het toeziend oog van kunstenaars. In Rotterdam was Bruno Ferro Xavier da Silva (37) dit en vorig jaar één van die kunstenaars.

Waarom hij dat deed en hoe, daar gaan we het over hebben. Eerst: wat ís The Big Draw?

The Big Draw begon op zomaar een dag in oktober 2000 in Londen, maar aan die eerste dag deden meteen al zo veel mensen en organisaties mee dat werd besloten het evenement uit te breiden. Het duurt nu een maand, de hele maand oktober. Vorig jaar tekenden 414.000 mensen in 26 landen tijdens 1.800 bijeenkomsten, waar meer dan 1.000 organisaties bij waren betrokken.

Zo groot dus.

Nu naar Bruno Ferro Xavier da Silva. Hij was, dat wil hij eerst gezegd hebben, „één van de velen, hè”. Dat was ook een reden waarom hij ja zei: overal om je heen zijn op zo’n dag kunstenaars bezig deelnemers wegwijs te maken. Een andere reden: hij houdt ervan het ijs te breken met mensen.

En ja, het klopt dat juist van hem veel foto’s zijn gemaakt. Maar dat kwam vooral doordat hij was gevraagd iets te doen wat hij nooit eerder had gedaan: tekenen op glas. Om precies te zijn: op de ramen van het museum die uitkijken op de binnenplaats. Als je dat fotografeert, zie je het werk en kijk je tegelijkertijd in het gezicht van degene die ermee bezig is. Dus geen wonder.

En het trok ook mensen aan. „Het heeft natuurlijk iets stouts, tekenen op ramen. Dus dan komt een klein meisje dat doen. En dan denkt haar vader, die er eerst alleen bij staat: weet je, ik ga het ook doen.” Zijn eigen zoontje, van tweeënhalf, heeft ook op die ramen getekend.

Is het moeilijk, mensen aan het tekenen krijgen? Heeft het zin? En als het zin heeft, hoe kan het dan dat alle kinderen tekenen maar dat als ze groter worden er weer mee ophouden?

Bruno Ferro Xavier da Silva (een Portugese naam, toen hij anderhalf was kwamen zijn ouders naar Rotterdam) wist niet of het moeilijk zou zijn. Dus daar had hij van tevoren over nagedacht. Om te beginnen: hij tekende zelf alvast op het glas, dus die ramen waren niet leeg. Je kon aansluiten.

Hij had ook bedacht: mensen gaan natuurlijk zeggen: ik wil wel, maar ik weet niet wat ik moet tekenen. Dus had hij plaatjes meegenomen. Simpele, gegoogelde afbeeldingen, van een kat, een fiets, een televisie. Hij gaf complimentjes. Maakte grapjes.

Hem viel wel iets op. Hij deed hetzelfde op Lowlands, tekenen op glas. Daar had je een ander publiek: tieners, een beetje aangeschoten vaak. „En die gingen liever schrijven dan tekenen. De meisjes schreven de naam van hun vriendinnen op, de datum, de plek. De jongens gingen graffiti-achtige dingen doen. En deden alsof dat eigenlijk niet mocht. Dus zo snel mogelijk weer weg. Dan riep ik ze achterna: ‘Het mag! Kom terug! Maak een poppetje!’”

Mensen willen eigenlijk liever schrijven dan tekenen. „Tekst betekent meteen iets. Als je het woord bloem schrijft en daar wat simpels bijtekent, een rondje met blaadjes, dan is het een bloem.” Dat is natuurlijk oké. Maar kinderen doen het nog niet zo. Kinderen tekenen een huis dat niet lijkt op een huis, maar dat maakt ze niet uit. Jawel, dit is wel een huis, zeggen ze, en dit ben jij, kijk maar. „Tekenen is hardop denken. En kinderen hebben nog geen obstakels tussen de gedachte en de tekening.”

In zijn atelier staat een kist met honderden tekeningen die hij als kind maakte. „Ik teken al vanaf dat ik iets vast kon houden.” Allemaal bewaard door zijn moeder. Maar zijn eigen obstakels kwamen ook, toen hij op de academie na ging denken over zijn techniek en zijn referentiekader. „Mensen kunnen alles gecompliceerd maken.”

Raakte hij die obstakels kwijt?

„Ja, dat lukte, door dingen samen te gaan doen. Al op de academie hebben we met z’n zessen een collectief gevormd. Ik ben steeds vaker met anderen gaan tekenen, soms met z’n tweeën, soms met meer. De tekeningen op het huis hebben we met vier man gemaakt. Samenwerken is een psychologisch ding. Het doet iets met je ego, je komt jezelf tegen.”

Zelf heeft hij daar geen moeite mee, Maar hij heeft het wel gezien bij anderen: je begint te tekenen, iemand gaat daaroverheen en dat is dan soms moeilijk. Daarom moet je het ook zo nu en dan alleen doen, solo. Maar als het lukt, als het goed gaat, „dan is één plus één gelijk aan drie”.

Is dat het geheim van The Big Draw? Wordt de wereld beter van samen tekenen?

„Haha ja, als iedereen eens met iemand anders een tekening zou maken, zou dat wel helpen. De wereld wordt beter van samen dingen doen, denk ik. Samen iets maken wat je deelt.”

Het werkt helend, dat is het woord dat hij bedoelt. Als hij nu zijn eigen straat inkomt en hij ziet die tekeningen op zijn huis, moet hij grinniken. Want dan herinnert hij zich weer hoe ze die met z’n allen maakten.

Dat iemand zei: ik maak een sigaret bij die beer. En die uitspraak van Mohammed Ali, dat was wat de onderbuurman altijd zei die daar eerst woonde. Samen tekenen relativeert.