Raadselachtige knipoog uit de Melkweg

Iets enorms draait om ster KIC 8462852. Maar wat? Aliens? Of een komeetwolk?

Tekening van een stofring rond een verre ster. Tekening NASA\JPL

Het licht van een ster, op 1.500 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Zwaan, wordt op een onverklaarbare manier verduisterd. Twee sterrenkundigen willen in januari met een radiotelescoop zoeken naar signalen die wijzen op technologische activiteit.

De ster in kwestie heeft de lastig bekkende naam KIC 8462852, en is met het blote oog niet te zien. Zijn afstand tot de aarde is met 1.500 lichtjaar niet vlakbij, maar ook weer niet enorm ver weg: nog binnen ons Melkwegstelsel (doorsnee: 100.000 lichtjaar). KIC 8462852 is een van de 150.000 sterren waarvan de ruimtetelescoop Kepler het licht langdurig heeft gemeten op zoek naar mogelijke planeten. Geen andere ster leverde zulke vreemde gegevens op.

Sterren twinkelen, maar dat is een effect dat in de atmosfeer van de aarde ontstaat. In werkelijkheid is de lichtstroom uit een ster vrijwel constant. Kepler zoekt naar de effecten van planeten die voor een ster langs bewegen en een geringe afname van de lichtintensiteit veroorzaken. Een planeet zo groot als Jupiter – veel groter worden planeten niet – veroorzaakt een afname van ongeveer 1 procent. Op deze manier heeft Kepler honderden planeten rond sterren ontdekt.

In het voorjaar van 2011 nam het licht van KIC 8462852 opeens af met 15 procent. En niet in een symmetrisch patroon zoals je zou verwachten als er een planeet voorbijkomt. De lichtsterkte kwam in een sneller tempo terug dan het eerst was afgenomen. Iets meer dan twee jaar later gebeurde er weer iets. Nu verminderde het licht met wel 22 procent, terwijl in een periode van tien weken daaromheen er verschillende andere ‘dips’ in het licht zaten.

Een dip van 22 procent, bijna een kwart, is onvoorstelbaar veel. Een donker object zou, om dit te veroorzaken, bijna de helft van de diameter van de ster moeten hebben (als hij er precies voorlangs zou trekken). Maar in dat geval zou zo’n object zelf een ster moeten zijn en niet donker kunnen wezen. Bovendien zou een megaplaneet schommelingen in de bewegingen van de ster moeten veroorzaken en die worden niet gezien.

Op Arxiv.org is een wetenschappelijke publicatie verschenen waarin een groep sterrenkundigen zich buigt over de data. Ze bekijken een hele reeks mogelijke verklaringen, van fouten in de metingen tot en met een botsing tussen planeten. Die worden bijna allemaal verworpen. Botsende planeten zouden bijvoorbeeld een stofwolk creëren. Die zou wel de boel kunnen verduisteren maar tegelijk ook extra infraroodstraling uitzenden. Zo’n overschot aan infrarood is er niet.

De enige verklaring die overblijft is dat door toedoen van een voorbijkomende ster een wolk kometen op drift is geraakt. Dan is plausibel dat ze bij een tweede passage een iets ander patroon zouden vertonen dan de eerste keer. Maar dan nog: „22 procent verduistering is moeilijk voor te stellen. Dat is gigantisch veel”, vindt bijvoorbeeld sterrenkundige Phil Plait in een commentaar in het tijdschrift Slate.

Als de verduisteringen periodiek zijn, zou er in april van dit jaar weer een moeten zijn geweest. Maar toen keek net niemand; Kepler was inmiddels kapot.

In mei 2017 is de volgende kans. Eerste auteur van het stuk op Arxiv.org, Tabetha Boyajian van Yale, bereidt intussen radiowaarnemingen voor in samenwerking met het SETI-instituut (Search for ExtraTerrestrial Intelligence). Als hun voorstel wordt goedgekeurd, kan in januari een radiotelescoop op KIC 8462852 worden gericht. In het achterhoofd van sommigen speelt de gedachte aan een Dyson sphere: een enorme constructie die een ster geheel of gedeeltelijk omhult om een geavanceerde beschaving van heel veel energie te voorzien. Het idee van de Dyson sphere komt al voor in een oud sciencefictionboek (Star Maker, uit 1937, door Olaf Stapledon), maar werd populair gemaakt door de eigenzinnige en inmiddels stokoude natuurkundige Freeman Dyson (1923).

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de data niet echt in de richting van een Dyson sphere wijzen. Constructies in een baan om de ster zouden veel regelmatiger effecten hebben dan nu te zien zijn, en zouden ook infraroodstraling met zich meebrengen. Astrobioloog David Grinspoon (Universiteit van Colorado) in een tweet: „Het is natuurlijk géén Dyson-bol. De juiste reactie is: beter kijken en sceptisch blijven.”