Poeptransplantatie kan gevaarlijk zijn

Het lijkt op de broodje-aap-verhalen over mensen die na een harttransplantatie persoonlijkheidskenmerken van hun donor kregen, maar bij poeptransplantaties is er bewijs.

Pas op met poeptransplantaties, schrijven twee Britse artsen vandaag in een opiniestuk in The BMJ. Die kunnen vervelende bacterie-infecties en hardnekkige diarree weliswaar wonderbaarlijk goed genezen, maar mogelijk doe je nieuwe infecties op van besmette poep. Er zijn inmiddels twee ontvangers die na de transplantatie opeens snel dik werden. Je kunt misschien zelfs angst en depressie van de donor overnemen.

Het lijkt op de broodje-aap-verhalen over mensen die na een harttransplantatie persoonlijkheidskenmerken van hun donor kregen, maar bij poeptransplantaties is er bewijs.

Poeptransplantaties worden uitgevoerd met licht gezuiverde donorpoep. Het gebeurt meestal via een slangetje in de darm. Niet de verteringsresten van de donor zijn genezend, maar diens darmbacteriën. Ongeveer een derde van de vaste stof in poep bestaat uit bacteriën. Er leven honderden verschillende soorten in de dikke darm.

Die bacteriën helpen ons bij de spijsvertering. En steeds meer ziekten lijken te worden beïnvloed door de soortsamenstelling van de darmflora. Dikke mensen hebben bijvoorbeeld een andere darmflora dan dunne mensen. Dunne muizen die de darmflora krijgen van een dikke muis worden snel dik. Darmbacteriën produceren ook stemmingbeïnvloedende signaalstoffen, zoals dopamine en serotonine.

Poeptransplantaties worden snel populair. Het begon met het bestrijden van de ziekmakende bacterie Clostridium difficile. Bij een antibioticumkuur gaan ook gezonde darmbacteriën dood. Overlevende Clostridiumbacteriën weten zich in zo’n betrekkelijk ‘lege’ darm te vestigen en maken opnieuw ziek. Jarenlange darmontsteking en diarree zijn het gevolg. Een flinke dosis gezonde darmbacteriën van een ander helpt dan enorm.

In West-Europa houden ziekenhuizen zich nog in, maar al 500 Amerikaanse ziekenhuizen bieden poeptransplantatie aan, schrijven Tim Spector en Rob Knight in The BMJ. Onder druk van patiënten en artsen heeft de Food and Drug Administration (FDA) poep als geneesmiddel tijdelijk vrijgegeven. Poep van een ander wordt nu tegen steeds meer darmziekten geprobeerd, en bijvoorbeeld ook al bij autisme. Maar er zijn dus risico’s, waarschuwen de twee Britten.