Pittig rondje met kansen voor de klimmers én Tom Dumoulin

De Mont Ventoux is terug. Met twee individuele tijdritten lonkt de Tour naar Tom Dumoulin. Maar de Limburgse renner weet nog niet of hij in het olympisch jaar meedoet.

„Wel groot dit”, zegt Robert Gesink met een onderkoeldheid die vloekt met het spektakelstuk dat dan net achter de rug is. Bonkende muziek, flikkerende lichten en adembenemende filmbeelden: de directie van de Tour de France trok gisteren weer alles uit de kast voor de presentatie van het routeschema voor de editie van 2016. En Gesink is er in het Palais des Congrès in Parijs voor het eerst ook eens bij. „Het zal wel weer een pittig rondje worden”, concludeert hij ontspannen na de show.

Pittig wordt het zeker. Het is een klassieke Tour voor klimmers, zoals altijd. Toch eindigen iets minder ritten dan in 2015 pal bergop. Dat kan gunstig zijn voor Tom Dumoulin, als de Tour tenminste in zijn olympische schema past. Ondanks zijn goede Vuelta zei hij vorige week nog niet zeker te weten of hij de Tour wel zal rijden. Gesink laat ondanks zijn sterke klassement dit jaar in Frankrijk (zesde) doorschemeren te voelen voor een Tour waarin hij voor dagsucces kan gaan. „Maar niets is nog besloten.”

Het is tenslotte óók een Tour voor tijdrijders. Geen ploegentijdrit, maar anders dan dit jaar zijn er weer twee individuele races tegen de klok opgenomen: één licht geaccentueerde van 37 kilometer in de Ardèche (daags na een zware aankomst op de Mont Ventoux) en drie dagen voor de slotetappe naar Parijs een klimtijdrit van zeventien kilometer in de Alpen.

Daarmee lijkt het routeschema vooral weer Chris Froome op het lijf geschreven. Tijdens de presentatie zei de winnaar van dit jaar zich te verheugen op de Mont Ventoux. De laatste keer dat de Tour daar finishte, in 2013 en toen net als komend jaar op le quatorze juillet, won Froome oppermachtig. Het parkoers „ligt me beter dan dat van dit jaar”, zei hij, verwijzend naar de tijdritten.

Rotseiland in zee

De lange lus door Frankrijk begint zaterdag 2 juli aan de voet van de recent intensief gerestaureerde Mont Saint-Michel. Het „esthetische aspect” weegt weer zwaar deze Tour, zegt Tourdirecteur Christian Prudhomme desgevraagd over het bebouwde rotseiland in zee. De Normandische stranden waar in 1944 de landing van geallieerde troepen begon, de Mont Blanc en een Zwitserse stuwdam fungeren later als decor voor de renners.

Met een vlakke aankomst in Utah Beach lijkt de eerste etappe bedacht voor sprinters als de Duitser André Greipel. Daarna wordt het voor hen meteen aanpoten, want al op 6 juli staat een eerste klimrit op het programma met finish in Le Lioran, een skistation in de Auvergne dat in 1975 voor het laatst werd aangedaan. Niet vaak moesten klassementsrenners zo vroeg aan de bak. Het idee is de traditionele nervositeit en bijbehorende valpartijen van de eerste week iets te beperken door direct tijdverschillen te laten ontstaan, zegt Prudhomme. „Dat hopen we althans.”

Van daar gaat het naar de Pyreneeën, met klassiekers als de Col d’Aspin, de Tourmalet en de Col de Peyresourde. Na een uitstapje in Andorra rijdt het peloton via de Ventoux naar de Alpen. Daar mag de Alpe d’Huez ontbreken, de relatief korte slotetappes met op de dag voor de finale in Parijs de Colombière en de Joux Plane beloven ook volgens Gesink „spectaculair” te worden.

Verborgen boodschappen

Maar de presentatie van een nieuwe Tour de France is meer dan een verzameling koerstechnische prognoses. Het is, tijdens de officieuze afsluiting van het wegseizoen, vooral letten op verborgen diplomatieke en commerciële boodschappen.

Een prominente rol bleek hierin weggelegd voor Daniel Teklehaimanot, de Eritrese renner die drie dagen in de bolletjestrui reed. Dat was „excellent nieuws” voor het fietsen, dat met „een dertigtal nationaliteiten” alleen maar breder wordt, zei Jean-Etienne Amaury die aan het hoofd staat van de miljoenenonderneming die de Tour organiseert. „De globalisering van de Tour gaat door”, jubelt het routeboekje. De Tour werd dit jaar in 190 landen uitgezonden.

Behalve voor Afrika, was er opmerkelijk veel aandacht voor Duitsland. Het commentaar in de terugblikkende filmpjes was behalve Frans- en Engels-ook af en toe Duitstalig.

Nadat de Duitse televisie de Tour na de dopingcrisis dit jaar weer ging uitzenden, lijkt de organisatie zijn zinnen te hebben gezet op een Duits Grand Départ in 2017, mogelijk in Düsseldorf. „Dat is heel goed mogelijk”, glimlachte Prudhomme tegenover Duitse pers. „Duitsland is een heel belangrijk land.”