Leg een buffer aan voor asielopvang

Bij de vluchtelingenopvang zou het Rijk lessen moeten trekken uit het verleden, vindt oud-COA-directeur Erry Stoové.

2015 Heumensoord vorige maand: de noodopvang moet onderdak bieden aan drieduizend vluchtelingen. Foto ANP Bas Czerwinski

Overval gemeenten niet met de komst van een asielzoekerscentrum. Dat was de simpele boodschap die de leiding van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bij zijn oprichting in 1994 meekreeg van de politiek. „Daarmee schaad je het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen. Twintig jaar later is dat lesmateriaal behoorlijk vergeeld of zelfs zoekgeraakt”, zegt Erry Stoové.

Hij was hoofddirecteur van het COA tussen 1995 en 2001 en maakte zowel een sterke groei als krimp van het aantal vluchtelingen mee. Een leerzame periode met relevantie voor de huidige asielaanpak, zegt hij.

Weert, Rotterdam, Azelo, Woerden, Purmerend en Oranje: het waren allemaal plaatsen die zich de afgelopen weken wél overvallen voelden. Op dezelfde avond dat de gemeenteraad over de komst van een azc vergaderde, stonden in Weert de bussen met enkele honderden asielzoekers al op de stoep. In Oranje werden afspraken tussen bewoners en bestuurders geschonden. Zo moet het dus niet, zegt Stoové.

Legt u dat eens uit.

„Voordat we eind jaren 90 ergens een azc of noodopvang probeerden te vestigen, stuurde ik vaak een soort verkenner naar de wijkorganisaties. Is er onvrede? Liggen er onopgeloste problemen? Vaak kwamen die terug met verhalen over voorzieningen waar de wijk al jaren om vroeg. Of over vieze parkjes met overal injectienaalden van drugsgebruikers.

„We probeerden als COA zulke dingen in samenspraak met de gemeente op te lossen als we daar een azc wilden vestigen. Ik betwijfel of er in de huidige hectiek voor zo’n benadering nog wel ruimte is. Natuurlijk bestaat er de nodige weerstand onder de bevolking tegen de komst van asielzoekers. Maar de weerstand tegen het eigen bestuur is vaak nog groter.”

Heeft u niet gemakkelijk praten? U kwam bij het hoogtepunt van de toestroom maar honderd bedden per week tekort. Nu zijn dat er door de zeer snelle toestroom meer dan tweeduizend per week.

„Juist dan is draagvlak nodig. Daar kun je als bestuurder zelf invloed op uitoefenen. Het is daarom goed dat het kabinet openlijk en duidelijk heeft gezegd dat de aanpak in Oranje niet voor herhaling vatbaar is. Bovendien waren de hectiek en vele verzoeken om noodlocaties waar het lokaal bestuur zich door overvallen voelde, te voorkomen geweest. Als men in de jaren van krimp een buffer had aangehouden van 15.000 tot 20.000 bedden, dan had het kabinet daarop kunnen terugvallen toen de nood vanaf augustus plotseling zo hoog werd.”

Waarom zijn die buffers er niet?

„Ik had op dat punt een leerzame ervaring. Op een gegeven moment liep de instroom licht terug met ongeveer duizend asielzoekers. Ik heb bij toenmalig staatssecretaris Elizabeth Schmitz (PvdA) gepleit om het azc met die duizend bedden open te houden, omdat migratiestromen nu eenmaal onvoorspelbaar zijn. Dat was totaal onbespreekbaar. Daar kreeg het COA geen geld voor. Sterker, ik moest regelmatig bij Schmitz komen om te laten zien welk azc ik nu weer ging sluiten. Naar ik van mijn opvolgers bij het COA begreep, was het daarna niet anders.”

Wat was de reden?

„Steevast was het antwoord: vanwege de aanzuigende werking en de hoge kosten. Alsof er asielzoekers uit Eritrea naar Nederland komen omdat er in Soest een paar rijen lege bedden staan. Verder valt het met de kosten van lege gebouwen wel mee. Nu moeten we leegstaande gebouwen razendsnel opknappen met commerciële ontwikkelaars. Dan zijn we misschien wel duurder uit.

„Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat we in de jaren 50, tijdens de Koude Oorlog, ook zoiets gedaan hebben. Toen werd er rekening gehouden met vluchtelingenstromen door de confrontatie tussen Oost en West. De Bescherming Bevolking hield toen ook jarenlang zalen en schuilkelders met honderden noodbedden beschikbaar. Dat vonden we toen volstrekt normaal. En overheden hadden veel minder geld dan nu.”

Is de weerstand tegen azc’s nu groter?

„Zeker. De discussie is in sommige opzichten ontspoord, als je bijvoorbeeld de bedreigingen van lokale politici ziet, de aanslag in Keulen en de beveiliging voor politici die nu nodig is. Dat was eind jaren negentig echt minder. Ook had je toen nog geen sociale media, en was de straattaal nog niet tot het parlement doorgedrongen. Het extreemste geluid was afkomstig van Henk Kamp, asielwoordvoerder van de VVD. Die had het over gelukszoekers onder de migranten. Dat geluid namen burgemeesters over bij wie ik om een azc kwam vragen.”

Mensen klagen ook dat rijke buurten de vestiging van azc’s weten te ontlopen. Terecht?

„Ik herken dat patroon. Ze komen vaak terecht aan de rand van een gemeente, of op industrieterreinen, bijvoorbeeld omdat de grond daar goedkoper is en er minder woonwijken zijn. Bovendien is de keuze van de plek uitkomst van besluitvorming binnen een lokale democratie. Dat laat ruimte voor partijen die voor rijkere buurten opkomen.”

Gaan er ook dingen nu beter dan toen?

„Jazeker. De regels qua ruimtelijke ordening zijn veel minder streng dan eind jaren 90. Dat maakt de beslissingsvrijheid voor COA en besturen nu veel groter – maar ook de kans dus om daar verkeerd mee om te gaan. Ook moeten toegelaten asielzoekers nu veel sneller de Nederlandse taal leren. Verder zijn de asielprocedures veel korter. Dat verschaft sneller duidelijkheid. De Verelendung binnen azc’s , waar asielzoekers vroeger soms tien jaar op een beslissing moesten wachten en zich stierlijk verveelden, is nu veel geringer. In dat opzicht zijn er zeker lessen geleerd.”