‘Ik knipte de navelstreng door’

(27) maakte een veelbekroonde film over haar moeder. „Ik wist dat ze de regie wilde overnemen.”

Was ze niet eenzaam? „Nee!” Gegiechel. Wanneer Mea Dols de Jong in haar documentaire If mama ain’t happy, nobody’s happy aan haar moeder vraagt of haar oma het erg vond om alleenstaande ouder te zijn, reageert haar moeder lacherig én stellig. Wat is er mis met je kinderen alleen opvoeden?

In de eindexamenfilm van haar dochter vertelt de Amsterdamse hippie en eigenaar van een vintage-kledingzaak Laura Dols over de keuzes die haar grootmoeder, moeder en vooral zijzelf maakten in de liefde. Vol trots beschrijft ze hoe ze alle drie hun leven vormgaven zonder mannen. Mea gaat met haar moeder in discussie: moet zij wel zo trots zijn op hun ‘familietraditie’? Wat geeft ze Mea en haar zus mee door telkens te herhalen dat relaties tijdelijk zijn? „Ik besefte dat de kans groot was dat kijkers bij zo’n film het gevoel krijgen: dat moet je lekker uitpraten met een glaasje wijn, niet voor een camera.”

Maar ze zette door en nu wint ze de ene na de andere prijs. In Sint-Petersburg ontving ze begin oktober de hoofdprijs op Message to Man, het grootste documentairefestival van Rusland. Later werd ze onderscheiden in Japan en Litouwen. Nu wordt de film vertoond op het Hot Springs Festival in de VS.

Waarom wilde u deze film maken?

„Ik wilde het in mijn eindexamenfilm heel graag hebben over vrouwenemancipatie en ik had onderwerpen verzonnen als ‘vrouwenvoetbal in Nederland’. Maar ik liep steeds vast bij de uitwerking. Toen dacht ik: misschien moet ik eens onderzoeken waarom ik dit onderwerp zo belangrijk vind.”

Aanvankelijk noemt u het voorstel van uw moeder om u te richten op ‘sterke vrouwen in de familie' een ‘kutidee’.

„Het telefoongesprek dat we naspelen in de film heeft vaker plaatsgevonden. Ik besefte pas later dat het typisch is dat ik een film over vrouwenemancipatie wilde maken, en juist dit onderwerp niet wilde bespreken.”

De documentaire werd niet de familiekroniek die Laura Dols in gedachten had. In If mama ain’t happy, nobody’s happy zien we Laura, die haar dochter verbetert als ze te snel praat. Mea, die geprikkeld reageert wanneer haar moeder wéér giechelt.

Heeft het maakproces jullie ook verder gebracht?

„Tijdens het monteren moest ik goed nadenken over wie zij eigenlijk is en hoe ik haar karakter kon overbrengen. Toen de film vertoond werd in bioscopen en mensen om haar moesten lachen, merkte ik ook hoe grappig ze is.”

Al snel gaat het ook over hoe u en uw moeder communiceren, meer dan over uw familiegeschiedenis.

„Ik wist dat mijn moeder zou proberen de regie over te nemen en dat ik daar tegenin zou moeten gaan. Dat is de belangrijkste lijn in mijn film. Ik wilde, door samen een film te maken, iets vertellen over het loslaten tussen moeder en dochter, alles wat daarbij komt kijken. Hoe dat een beetje verdrietig kan zijn, maar ook grappig.”

Hoe werd daarop gereageerd?

„Leeftijdsgenoten kwamen na het bekijken van de film naar me toe en vertelden dat ze, net als ik, soms moeite hebben hun eigen weg te kiezen. Eerdere generaties hadden bijvoorbeeld het geloof van hun ouders om zich tegen af te zetten. Dat is nu veel minder.

„Je ziet dat ook in de manier waarop jonge mensen liedjes van de Beatles omarmen. We zeggen niet meer: ‘fuck de muziek van onze ouders, we luisteren alleen naar onze eigen dingen!’ Daardoor blijf je rekening houden met wat je ouders goed en mooi vinden.”

Uw verhaal blijkt nogal universeel.

„Ik dacht dat het een verhaal was over een first world problem, kind zijn van gescheiden ouders, maar in Sint-Petersburg kwamen na afloop heel veel mensen met natte ogen naar me toe. Later hoorde ik dat in Rusland veel kinderen opgroeien in eenoudergezinnen. Dat was ook de reden dat de film was geselecteerd voor een festival waar veel maatschappelijke onderwerpen worden aangekaart.”

Kunt u nu gemakkelijker afstand nemen van uw moeder?

„Ik ben nooit een echt vervelende puber geweest. Alles ging altijd best harmonieus: ik was redelijk voor mijn moeder en zij voor mij. Daardoor heb ik nooit echt de navelstreng doorgeknipt. Ik denk dat ik het nu met deze film heb gedaan.”

Ook door kritisch te kijken naar de levenshouding van uw moeder? U praat met de mannen die een rol speelden in haar leven, onder wie uw vader, regisseur Ate de Jong.

„Het was moeilijk toe te geven dat de keuzes die mijn moeder heeft gemaakt best veel invloed op mijn leven hebben gehad. Als je ouders scheiden, cijfer je jezelf als kind vaak wat weg. Je merkt hoe heftig het is voor hen: mijn moeder moest opeens alleen twee kinderen opvoeden terwijl ze ook een eigen zaak aan het opbouwen was. Pas als je ouder wordt, kom je erachter dat het voor jou als kind wél erg was. Dat het misschien niet anders kon, maar dat het best gek is als papa opeens weg is.”

U probeert uw moeder ook te framen door haar te filmen terwijl ze, alleen aan tafel, boontjes dopt. U lijkt het erger dan zijzelf te vinden dat ze zonder partner oud zal worden.

„Toen ik begon aan de film, speelden de termen ‘loneliness’ en ‘solitude’ door mijn hoofd. Beide betekenen ‘alleen’, maar loneliness staat voor ‘zielig, eenzaam’, solitude staat voor ‘sterk, op eigen kracht’. Mijn moeder associeert ‘alleen zijn’ met ‘sterk zijn’, ik met loneliness. Misschien zegt dat meer over mijn angsten dan over haar. Op mijn leeftijd is alleen eindigen iets om bang voor te zijn.”

Het is overduidelijk dat u dat fragment in scène hebt gezet. Die knulligheid maakt het ook grappig.

„Als je een film over jezelf maakt, moet je dat met humor doen. Dit probleem is niet groot genoeg om dramatisch neer te zetten. Verder zijn mensen nu zo vertrouwd met de camera, dat je beter open kunt zijn over wat je doet.”

Wat vond uw moeder van de film?

„Ze is sowieso heel trots. Ze wilde ook altijd al eens naar Sint-Petersburg, ik heb haar meegenomen naar de première van de film daar. Dat is ook volwassen worden: dat je je moeder op een vakantie kan trakteren.”

U gaat in tegen de familietraditie, u heeft al twee jaar een vaste vriend. Gelooft u dat het zo blijft?

„Ja. Het lijkt mij moeilijk om een goede relatie te hebben als je niet denkt dat het voor altijd kan zijn.”