Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

Hoe 19 naakte vrouwen op de hoes van Hendrix belandden

Kris Dierckx gaat in ‘Toen niets mocht en alles toch kon’ in op de internationale geschiedenis van seks en bloot in de popmuziek.

De Britse hoes van Electric Ladyland
De Britse hoes van Electric Ladyland

Een van de beroemdste bloothoezen uit de popgeschiedenis is die van Electric Ladyland, de dubbelelpee van de Jimi Hendrix Experience uit 1968. In Toen niets mocht en alles toch kon, het derde deel van de serie Hits en Tits, wijdt de Belgische bloothoezenverzamelaar Kris Dierckx er dan ook een heel hoofdstuk aan.

Tijdens de opnamen in New York liet gitaargod Hendrix foto’s van de drie leden van de Experience maken te midden van kinderen in Central Park, schrijft Dierckx. Een van de foto’s moest de hoes worden van Electric Ladyland, vond Hendrix. Maar Hendrix’ label in Groot-Brittannië, Track Records, had andere plannen. Die wilde een hoes die paste bij Hendrix’ status als sekssymbool.

Toen Hendrix niet kwam opdagen voor de fotoshoot, besloot fotograaf David Montgomery om de opgetrommelde negentien vrouwen naakt te laten poseren met hoezen van eerdere platen van de Jimi Hendrix Experience in hun hand.

Hendrix was niet blij met de Britse bloothoes omdat de blote vrouwen niets hadden te maken met zijn muziek, schrijft Dierckx. In de Verenigde Staten kreeg Electric Ladyland daarom een andere hoes die ook de latere cd-versies zou sieren: een vaag portret in rood en geel van Hendrix met open mond.

Kris Dierckx begon een jaar of vijftien geleden met het verzamelen van platenhoezen met (bijna) blote vrouwen en mannen. Zijn eerste aankopen deed hij schichtig, schreef hij in Hoezenpoezen, het eerste deel in de serie Hits & Tits. Maar mettertijd ging hij de schaamte voorbij en sinds 2013 brengt hij jaarlijks een nieuw deel met popbloot uit.

Toen niets mocht en alles toch kon is breder opgezet dan de eerste twee delen. Niet alleen vertelt Dierckx de geschiedenis van seks en bloot in de pop in ruime zin, maar ook is deel drie met hoofdstukken over onder anderen John & Yoko, Frank Zappa, Rolling Stones en Queen veel internationaler dan de eerste twee delen. Over de poster met 65 naakte ‘fat bottomed girls’ op racefietsen op een poster bij Queens Jazz vertelt Dierckx, altijd in voor de sordid details, dat fietsenfabrikant Halfords gratis fietsen leverde voor de foto, maar er wel op stond dat Queen 65 nieuwe zadels betaalde.