Column

Het gaat niet om wat je doet, maar om hoe

Er bestaat een aan de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut toegeschreven commencement address gericht aan de net afgestudeerde studenten van MIT in 1997. Wij kennen helaas dergelijke toespraken niet. Een gemiste kans, want hoe fraai zou het niet zijn als regelmatig een Nederlandse denker wijze raad zou geven aan een nieuwe generatie die op het punt staat de maatschappij te betreden. Vonneguts tekst (of die van zijn ghostwriter) is tegelijk hilarisch en diepgaand. Hij begint met: „Smeer zonnebrand”, want dat is tenminste „wetenschappelijk bewezen goede raad, de rest is slechts gebaseerd op mijn meanderende ervaring”, gevolgd door dingen als: „Geniet van je jeugd”. „Al zal je dat pas begrijpen als je jeugd voorbij is”. „Onthoud de complimenten, vergeet de beledigingen. En als je dat lukt, laat me weten hoe dat moet”. Een van de mooiste passages is „wat je ook doet, ga er niet te veel prat op, maar kraak jezelf ook niet af. Je keuzes zijn voor de helft toeval”.

Dit is een constatering die in deze tijd moeilijk ligt. Enerzijds lijkt de wetenschap de vrije wil te ondergraven, zijn brein en genetica allesbepalend. Anderzijds mag niets aan het toeval overgelaten worden, moeten carrières en leertrajecten uitgestippeld worden, talenten gemeten, gekoesterd en ontwikkeld worden. Kies bewust, kies exact, en vooral kies! Dat is de slogan vandaag.

Ik moest aan Vonnegut denken toen ik vorige week enkele honderden Amerikaanse middelbare scholieren en studenten uit veertig staten mocht toespreken in het kader van Wereldvoedseldag. Ieder van hen had een essay over het onderwerp geschreven, de besten uit iedere klas mochten begeleid door hun leraar naar de symposia. Bij iedere symposiumsessie, waar bekende figuren uit wetenschap, bedrijfsleven en politiek optraden, werd expliciet naar hen verwezen.

Het was fantastisch, zo zei elke spreker, dat de jongeren er waren, de hoop was immers op hen gevestigd en ze moesten vooral meedoen aan de discussie. Na afloop van mijn eigen verhaal kwamen verschillende leraren naar mij toe om me te bedanken dat ik tijd had gemaakt voor de studenten en vooral dat ik gezegd had dat het er minder toe deed wat ze precies voor studie of baan zouden kiezen, maar dat het ging om het kiezen voor iets waar je in gelooft en je met passie voor kunt inzetten.

Er zijn weinig dingen meer stimulerend dan hoe in de VS jonge mensen erkend worden als een essentieel onderdeel van de vooruitgang van het land. Hun levens en hun keuzes doen er toe, voor de economie, voor vrede en veiligheid. Het zijn grote woorden die Nederlanders niet snel gebruiken. Natuurlijk kan dit soort aanmaningen leiden tot overdreven prestatiezucht en onderlinge concurrentie. Maar horen dat wat jij doet er toe doet, dat jij, ja jij, echt verschil kan maken in de wereld, kan niet anders dan het zelfvertrouwen versterken. Je hoeft geen dokter of landbouwkundige te worden, je kunt ook doen wat toevallig op je pad komt. Waar in de Amerikaanse setting iedere keer op gehamerd wordt, is dat het je hogere taak is om je land te dienen, op wat voor manier dan ook. Die manier wijst zich vanzelf.

Of zoals Vonnegut zei: „De meest interessante mensen die ik kende wisten op hun tweeëntwintigste niet wat ze wilden doen met hun leven. Sommige van de interessantste veertigjarigen die ik ken, ook niet”. Het gaat niet om wat je doet, maar om hoe, om het overstijgen van je eigenbelang en dagelijkse zorgen. Met toewijding. De rest is toeval.