Dit kwam (niet) uit van Back To The Future

In de actiekomedie uit 1989 vloog scholier Marty McFly naar vandaag: 21 oktober 2015. Wat bleef er over van de toekomst van toen? En waarom interesseert ons dat zo? 

Op 22 november 1989, een week na de val van de Berlijnse Muur, zag de wereld Marty McFly voor het eerst met een tijdmachine naar vandaag vliegen: 21 oktober 2015. In Back to the Future 2 trof hij hier hologrammen, flatscreens, drones, vliegende auto’s, koude kernfusie, slim textiel. Wat klopt er van die toekomstvisie? En waarom interesseert ons dat?

Skateboardactie

De film was het vervolg op Back to the Future uit 1985, de hitkomedie waarmee regisseur Robert Zemeckis doorbrak en televisieacteur Michael J. Fox een filmster werd. Als scholier McFly rijdt hij in de tot tijdmachine omgebouwde DeLorean sportwagen naar 1955, waar hij bijna de liefde van zijn ouders doorkruist – zijn moeder wordt verliefd op hem – en dus zijn eigen geboorte. Op ‘prom night’, het eindbal waar volgens Hollywood je toekomst wordt vastgelegd, inspireert hij zijn nerdy vader alsnog om zijn moeder te kussen en bullebak Biff tegen de grond te slaan, zodat hij in 1985 geen loser meer is.

In Back to the Future 2 rukt McFly opnieuw uit, nu met de excentrieke geleerde Doc Brown om zijn toekomstige gezin in het stadje Hill Valley voor een ramp te behoeden. Daar wacht een sukkelige zoon, nog een bullebak en veel skateboardactie – al zweven ‘hoverboards’ in 2015 een decimeter boven het asfalt.

Sluikreclame

Back to the Future 2 werd in 1989 lauw ontvangen: in Amerika was hij niet half zo’n hit als het origineel. Toch is hij opeens overal nu wij op de langzame manier 21 oktober 2015 hebben bereikt. Door Universal, dat de reeks weer uitbrengt, en de bedrijven die in 1989 betaalden om als sluikreclame deel uit te maken van de toekomst, zoals Mattel, Nike en Pepsi. Pepsi brengt dit jaar een bol flesje uit, Pepsi Perfect, en Nike sportschoenen met zelfstrikkende ‘power laces’. Net als in de film.

Maar de media-aandacht is niet alleen commercie. Een kwart eeuw, één generatie, is ideaal voor nostalgie over de toekomst van toen. Welke jeugddromen kwamen uit? Behalve Back to the Future 2 is er geen enkele film die zich voor dat soort nostalgie leent. Dat klinkt vreemd nu sciencefiction een dominant filmgenre is Hollywood, maar daarin is de toekomst een sprookjesland of een dystopie waarin de aarde verzopen (Waterworld), besmet (12 Monkeys) uitgedroogd (Mad Max), steriel (Children of Men) of de mensheid beu is (Interstellar). Dat gaat niet echt over ons. Back to the Future 2 wel: daar draaide de aarde gewoon maar zo’n beetje door na 1989. Zoals dat gaat.

De Amerikaanse trucagespecialist John Bell won in 1990 een Oscar voor visuele effecten met Back to the Future 2. De eerste schetsen voor Hill Valley anno 2015 maakte hij in 1986, vertelt hij over de telefoon. „Ik wist alleen dat ze dan hoverboards hebben. Er was geen script, niks.” Zijn schetsen lagen twee jaar op de plank terwijl regisseur Zemeckis Who Framed Roger Rabbit? opnam. Daarna begon de productie, met Bell aan boord. Hij ging over de architectuur, een taxi, een café, straatmode en hoverboards. Bell: „Ik wilde het logo van horlogemerk Swatch erop, dat was enorm hip. Maar Swatch wilde niet, dus werd het (speelgoedmaker) Mattel.”

Géén Blade Runner

Bell volgt geamuseerd het huidige turven van wat wel en niet uitkwam. Een beetje futiel, want de eisen van komedie en spektakel stonden altijd voorop. „Je denkt toch niet heus dat wij in vliegende auto’s geloofden?” Het mantra was: géén Blade Runner, geen duistere, hectische metropool zoals in Ridley Scotts cultfilm uit 1982. Deze toekomst was geen Orwell, maar Ronald Reagan: kleinsteeds, maakbaar en zonnig. Zoals de hele Back to the Future-reeks de Reaganjaren weerspiegelt: 1985 oogt met zijn graffiti en daklozen shabby naast het fris onschuldige Amerika van 1955, maar de toekomst zal weer rooskleurig zijn. Zij het niet zonder stekels: in 2015 kost een Pepsi 50 dollar, domineert Japan de economie en word je zonder advocaat in twee uur supersnelrecht tot 15 jaar celstraf veroordeeld: een politiestaat dus.

Raak de voorwerpen aan om deze interactieve graphic goed te zien

 

Illustratie Pepijn Barnard

Dat was satire: volgens Bell draaide het vooral om dat alles „kleurrijk, vrolijk en herkenbaar” oogde. „We zochten de juiste mix van continuïteit en verandering.” Hij hield een 85-15 regel aan: 85 procent gelijk, 15 procent anders. Dus staat het stadhuis er nog, maar met een gevel van rookglas. En is de groezelige bioscoop die in 1985 porno draait – American Orgy – nu een multiplextheater waar Jaws 19 draait.

Als meest visionaire bijdrage ziet Bell zijn drone die een arrestatie fotografeert voor USA Today. Tegenwoordig had een woud van smartphones dat vastgelegd: „het padvinderzakmes van nu”, zei scriptschrijver Bob Gale elders. Ook Bell vindt het missen van internet en smartphones spijtig: „Wij dachten meer in losse gadgets. De krant, brainstormden we, stop je in 2015 als minidisc in een Reader.” Hij is liever trots op wat wel klopte: popster Huey Lewis die optreedt als hologram („Dat haalde de film net niet”). En zijn hoverboards natuurlijk, waarvan onlangs prototypes werden getoond. Zonder de film waren die er niet geweest: zo heeft zijn toekomst de toekomst echt veranderd.