Column

Britse ‘voelgoed-tv’, live uit de autofabriek

De BBC is toch wel de beste leverancier van wat-is-het-toch-allemaal-heerlijk-televisie. Bij de Britten kun je dagelijks op primetime terecht voor een portie vrolijkheid. Wat is de natuur toch prachtig, wat zijn er toch veel mooie antieke spulletjes en wat kunnen we toch smakelijke taartjes bakken!

Nu hebben we natuurlijk in Nederland ook geen gebrek aan voelgoedtelevisie, maar de kans is groot dat dat dan blijft bij juichen, complimenteren en zwijmelen. Leuker wordt het als je er ook nog iets van opsteekt.

Aan die behoefte belooft vanavond bijvoorbeeld het ruimtecollege Heel Nederland kijkt sterren (MAX) te beantwoorden, maar bij mij zal de verleiding toch groot zijn om net als gisteren weer af te stemmen op de tweede helft van Building Cars Live op de BBC.

Anderhalf uur lang volgden drie Britse televisiecoryfeeën het productieproces in de Mini-autofabriek in Oxford. Om te voorkomen dat dat een duffe voorlichtingsfilm zou worden, was het programma live (de fabriek is 22 uur per dag in bedrijf) en tot in de puntjes uitgedacht. Ze schakelden tussen de drie presentatoren die ons gebiologeerd rondleidden, en lardeerden dat met filmpjes met achtergrondinformatie en reportages. Het had een vaart waar De Wereld Draait Door zich niet voor zou schamen.

Daarbij waren er twee toveringrediënten: humor, ten eerste. Een van de presentatoren was James May, die zich gedroeg als de sidekick van Top Gear die hij tot voor kort was. Pesterig probeerde hij uit of hij sterker was dan het productieproces, door voor een sensor te gaan staan – de opzichter kon zijn irritatie niet helemaal verhullen. Het tweede ingrediënt: groot enthousiasme. Want dat wonder der techniek, die automatisering, die efficiëntie! Wat was dat toch allemaal heerlijk! Presentator Kate Humble spande de kroon, die maar bleef joelen dat de robotarmen bewogen als „een troep balletdansers”, en dat het bevestigen van alle verschillende auto-onderdelen net „een jongleeract” was.

Too much, maar hé, ze had wel gelijk.

Toch was het niet alleen maar gejuich – het duurde immers anderhalf uur. Elke 68 seconden rolt er in de fabriek een auto van de band, dat was alvast leuk om te weten. Eén van de echt leerzaamste lessen sprong meteen in het oog: dat er in de fabriek nog heel veel mensen rondliepen. Robots die fabrieksarbeid overnemen? No sir, er werken duizenden mensen in de Mini-fabriek. Ze zijn er onmisbaar.

Mensen zijn – met technologische hulp – nog steeds de beste en creatiefste probleemoplossers, vinden ze bij Mini. En omdat de lopende band tegenwoordig geen rij identieke auto’s uitspuugt, maar auto’s op bestelling in elkaar puzzelt, is de wendbaarheid van de mens nog nodig. Een schroefje indraaien kan niet elke keer op dezelfde manier; automatiseren heeft dan geen zin.

En dom, geestdodend werk leek het ook niet: James May illustreerde dat toen hij live het taakje kreeg om iets vast te draaien om een achterklep vast te zetten – hij kreeg er 41 seconden voor. Tweemaal verstierde hij de productielijn. Maar het was wel heerlijke televisie.