Afrika danst en zingt liever

Raymond Borremans vertrok in 1929 met een banjo naar Afrika om als muzikant, en later met een reizende bioscoop de kost te verdienen. Zijn grote project was een encyclopedie van Afrika, maar hij overleed in 1988, bij de letter N.

De filmtitel verklapt direct hoe filmmaker Krüger zo’n verlichtingsproject ziet: waanzin. Als Borremans’ rusteloze geest dwaalt zijn camera door voormalig Frans Afrika, in debat met een vrouwenstem die Afrika voorstelt. Dat murmeldebat herinnert in de verte aan de westerling en de slavofiel in Sokoerovs Russian Ark, zij het dat de uitslag van dit debat tussen ratio en mythe, Europa en Afrika, al vaststaat: ’s werelds leed is de bittere oogst van het westerse denken en „de dromen die we zaaiden”. Westers denken, dat is de dorre entomoloog die vlinders op borden prikt. „Pas als je stopt definiëren wordt de wereld helder”, weet mevrouw Afrika, die dans, zang en mythische verhalen prefereert boven analyse en rechte lijn.

Zoiets zeggen ze ook over Zwarte Piet. Het spirituele anti-intellectualisme van Krüger wordt erg snel banaal, belerend en paternalistisch, hoe fraai en poëtisch verpakt ook.