Zonder onze hulp faalt Oekraïne en hebben wij een probleem erbij

Hier een referendum over Oekraïne. Daar onbegrip over ons gebrek aan inzicht over wat er gebeurt als wij de Oekraïners alleen laten staan in hun strijd tegen buurman Poetin, meldt Laura Starink.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Dat Nederland in de week waarin het rapport van de Onderzoeksraad over de MH17 verscheen besloot een referendum over het Associatieverdrag met Oekraïne te houden, heb ik de afgelopen weken in Oekraïne niet uit kunnen leggen. Ik oogstte slechts verbijsterde blikken. Als ik uitlegde dat de organisatoren beweren dat dit referendum niet tegen Oekraïne is gericht maar tegen Brussel, zwegen ze beleefd of haalden hun schouders op. Hervormingsgezinde Oekraïners zijn nuchter genoeg om te snappen dat de redding niet uit Europa zal komen. Dat een lidmaatschap van de EU, laat staan de NAVO, in de verste verte niet in zicht is en dat Oekraïne zichzelf aan de haren uit het moeras zal moeten trekken.

De nood is hoog. In de verpauperde Oost-Oekraïense frontstad Marioepol vertelde het hoofd van de sociale dienst, Tatjana Lomakina, hoe groot de paniek was in augustus 2014, toen de Russische tanks de grens overkwamen. De burgers ontvluchtten massaal de stad. Marioepol, zei ze, is gered door vrijwilligersbataljon Azov. Sindsdien zijn er drie verdedigingslinies om de stad gelegd. Maar voor Lomakina ziet de realiteit er zo uit: de stad van 500.000 inwoners, onder wie 170.000 gepensioneerden die niet meer kunnen rondkomen van hun pensioen, heeft er nu 80.000 vluchtelingen bij. Plus 15.000 werklozen, omdat Rusland de banden met machinefabriek Azovmasj heeft verbroken. Waardoor de fabriek failliet ging. Haar budget is hetzelfde gebleven. „Rusland is bewust bezig een sterke regio kapot te maken”, vertelde ze me. „Het is een planmatige aanval op de economie van ons land.”

Toen ik vroeg of het Associatieverdrag achteraf bezien toch geen goed idee was, reageerde ze verbaasd. „Hoe bedoel je? Jullie hebben toch geen tanks de grens over gestuurd? Verklede Russen schieten op ons, de Russisch-sprekenden die zij zeggen te komen verdedigen. Wij snappen heel goed van wie het geweld uitgaat.”

Op 7 oktober, Poetins verjaardag, kreeg zakenman Aleksej Aleksejev (35), wiens computerbedrijf in Marioepol aan de oorlog kapot is gegaan, een triomfantelijke mail van een Russische kennis in Moskou. Russische raketten waren net vanaf de Kaspische Zee op Syrië afgevuurd. „Markeer deze datum”, mailde de kennis. „Vanaf vandaag is de wereld veranderd. Rusland is terug op het wereldtoneel. Er is een einde gekomen aan de monopolaire wereld.” Zijn Moskouse relaties raden hem aan Oekraïne zo snel mogelijk te verlaten. Jouw land is dood, zeggen ze, kom liever hier werken. „Jullie hebben geen idee hoe afhankelijk onze economie is van Rusland”, zei Aleksejev me. „Onze industrie gaat kapot want met jullie kunnen wij niet concurreren.” Volgens de zakenman is het Associatieverdrag niet meer dan een aanleiding geweest voor Ruslands agressie: Poetin heeft deze oorlog lang geleden voorbereid.

Nu de oorlog in de Donbas is geluwd, verplaatsen de problemen voor Oekraïne zich naar het politieke front in Kiev. Op 25 oktober zijn er in het hele land lokale verkiezingen, behalve in de Volksrepublieken, die uitstel hebben gekregen tot volgend jaar. Hervormers vrezen dat het Oppositieblok, de nagebootste versie van de Partij van de Regio’s van ex-president Janoekovitsj, zeker in het pro-Russische Oosten sterk zal terugkomen. Een jaar lang hebben zij zich koest gehouden, maar nu vechten zij weer openlijk om de kiezersgunst. In Kiev vreest men dat dat zal betekenen dat het tempo van de hervormingen verder vertraagd wordt. Dat levert grote problemen op, want het ongeduld groeit niet alleen bij de burgers, die er financieel flink op zijn achteruitgegaan. Ook de westerse geldschieters beginnen steeds kritischer te worden over het uitblijven van resultaten.

De Amerikaanse ambassadeur Geoffrey Pyatt haalde in de Kiyv Post fel uit naar de regering-Jatsenjoek omdat geen ernst wordt gemaakt met hervorming van het juridische systeem. President Porosjenko wil de controle op de benoeming van rechters niet afstaan en houdt het corrupte Openbaar Ministerie de hand boven het hoofd. Welwillende critici wijten dat aan zijn angst voor controleverlies, maar velen denken dat hij als zakenman uit eigenbelang handelt. Het is tekenend voor het wantrouwen in de Oekraïense politiek: de macht van de oligarchen is nog niet gebroken en privébelangen spelen een grote rol in politiek en media.

Toch zijn er ook successen te melden: het parlement nam een wet aan die politieke partijen verplicht openheid van zaken te geven over hun financiën. Een belangrijke stap in een land waar de zakenelite partijen opricht en parlementsleden koopt. De wet op de decentralisatie – een van de voorwaarden van het vredesakkoord van Minsk – is goedgekeurd door het Constitutioneel Hof en een Europees adviesorgaan dat Oost-Europese landen begeleidt bij democratische wetgeving, de Commissie van Venetië. De wet heeft al twee stemrondes doorstaan, maar voor de benodigde grondwetswijziging is tweederde van het parlement nodig en dat zal er om spannen. Tegenstanders zien de decentralisatie als capitulatie voor de separatisten in de Donbas. Haalt de wet het niet dan zal Rusland er op wijzen dat Kiev zich niet aan het vredesakkoord houdt en de cruciale teruggave van de controle op de grens traineren.

De lobbygroep ‘Reanimatiepakket van de Hervormingen’ in Kiev, gefinancierd met Amerikaans en Europees geld, heeft inmiddels voor elkaar gekregen dat Porosjenko bij de Commissie van Venetië naast zijn eigen conservatieve wetsvoorstel voor juridische hervorming een tweede voorstel heeft ingediend, dat de rechtelijke macht moet vrijwaren van politieke inmenging. Men denkt dat de commissie voor dat laatste zal kiezen en dat Porosjenko daarmee akkoord zal gaan. Onduidelijk blijft wat er moet gebeuren met de 9.000 zittende rechters, van wie velen van corruptie worden verdacht. Collectief ontslag is in strijd met de Europese regels, individueel ontslag gaat jaren duren.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de enorme veranderingen waar Oekraïne voor staat. „Wij hadden ons voorbereid op een snelle sprint”, vertelde Andrej Andrjoesjkov van de lobbygroep. Hij coördineert het werk van 300 specialisten, die wetsvoorstellen schrijven en becommentariëren en de zwaar onderbetaalde parlementariërs bijstaan. „Nu begrijp ik dat het een marathon gaat worden.” Jonge professionals als Andrjoesjkov werken keihard om Oekraïne over het dode punt heen te helpen. Zij beschouwen Porosjenko en Jatsenjoek als overgangsfiguren. Zijzelf staan te trappelen om de macht over te nemen. Het is de vraag of ze de kans krijgen: de financiële belangen zijn groot.

Het Nederlandse referendum is een klap in het gezicht van talloze intelligente Oekraïners die letterlijk vechten voor een beter leven. Zoals Artjom. „Jullie snappen niet”, zei deze jonge jurist in Kiev tegen mij, „dat wij niet voor Europa maar tegen Janoekovitsj de straat zijn opgegaan.” Als jonge advocaat werd hij geconfronteerd met de omkoopbaarheid van de rechterlijke macht en hij walgde ervan. Wekenlang bivakkeerde hij op Majdan. Na het uitbreken van de opstand in het Oosten meldde hij zich bij het Donbasbataljon om voor zijn land te vechten. In augustus 2014, toen Russische troepen bij Ilovajsk duizend omsingelde Oekraïense soldaten doodden, werd hij krijgsgevangen gemaakt. Hij zat vier maanden vast.

Zonder westerse steun heeft het Oekraïne van Artjom, Andrej, en Lomakina geen schijn van kans. Mocht dat mensen in het welvarende Nederland niet interesseren, dan dienen zij zich te realiseren dat een failed state aan haar oostgrens het laatste is wat Europa nu kan gebruiken. Oekraïne heeft 45 miljoen inwoners. Noem het opvang in de regio.