René Jacobs brengt Mozart vurig, alert en opruiend

Mozarts populairste opera is het zeker niet. Onze actuele ongemakkelijkheid met de thematiek zal daarin zeker een rol spelen.

Wat moet je met een opera die een moordlustige ‘muzelman’ opvoert, aanspoort tot lachen om een hitsige eunuch en vol taaie gesproken dialogen zit?

Maar ja, de muziek.

Die Entführung aus dem Serail bevat ongelooflijk prachtige aria’s en lucide orkestpartijen. In korte tijd verschenen nu twee met fors budget ingestoken uitvoeringen – die beide moeten landen in een markt waar al de nodige sterke uitvoeringen voorhanden zijn. De live-(concertante) opname door het Chamber Orchestra of Europe onder de (nu nog) Rotterdamse chef Nézet-Séguin werd gemaakt in Baden Baden, waar het grootste operahuis van Duitsland staat.

De line up van sterren in de bezetting is navenant: de niet meer zingende bariton Thomas Quasthoff neemt de spreekrol van Bassa Selim op zich en de gewezen stertenor Rolanda Villazon poogt zichzelf opnieuw uit te vinden als Mozarttenor. Zonder maximaal succes, want zijn stem blijft iets overspannens houden en hij vult de zanglijnen in met rare, weinig klassieke snikjes. Vocaal zijn het de ronkende Franz-Josef Selig als Osmin en Diana Damrau waarom je deze Entführung zou willen hebben. Damrau heeft een stem die zo diamantachtig en geaard klinkt tegelijkertijd, dat je tijdens haar aria’s met hart en ziel wordt meegesleept.

Maar deze Entführung heeft als geheel ook iets ouderwets en losgezongens: de esthetiek van Mozarts lijnen lijkt voorop te staan, niet het drama.

Dirigent René Jacobs werkt, hem typerend, vanuit een totaal andere invalshoek: het zo meeslepend mogelijk vertellen van het verhaal, muzikaal én dramaturgisch.

Jacobs staat erom bekend dat elke opera die hij uitbrengt daardoor een prijswinnende klapper is, en Die Entführung breekt niet met die traditie. De gesproken dialogen zijn uitgebreid en aantrekkelijker gemaakt met instrumentale omkledingen waardoor ze hoorspelkwaliteiten krijgen. De Akademie für Alte Musik doet onder Jacobs waarin het excelleert: het brengt vurig, alert, opruiend en puntig spel, dat in bedachtzame passages uitdijt tot ademende breedte.

Ook vocaal is deze uitvoering in veel opzichten ijzersterk: Maximilian Schmitt is een heerlijk lyrische Belmonte, Julian Prégardien een fraaie, levendig acterende Pedrillo – betoverend onopgesmukt in zijn romance In Mohrenland gefangen war.

Robin Johannsen is een meisjesachtige Konstanze, maar kan niet in de schaduw staan van Damrau. Maar dat is dan ook wel het enig front waarop de uitvoering onder Yannick Nézet-Séguin meer indruk maakt dan het Mozart-feest onder René Jacobs.