Column

Documentaire over de 'voor-wat-hoort-wat-maatschappij'

Ze zitten te zenuwpezen. We zien een man die eerst een Mercedes had en nu alleen nog een fiets. We zien een kapster die haar huur niet meer kan betalen. We zien een lieve, grijze dame die 157 sollicitatiebrieven heeft verstuurd en nergens op gesprek mocht komen.

Maar dat weten we dan, aan het begin, nog niet. We zien hen respectievelijk aan zijn sikje kriebelen, verbeten voor zich uit kijken of op haar lip bijten. Ze zitten aan een tafel in een onbestemde kantooromgeving. Wachtend op, zo blijkt weldra, de gemeenteambtenaar die slecht nieuws heeft over hun bijstandsuitkering.

Kijk aan: de documentaire De tegenprestatie (2DOC/HUMAN) wil ons tonen, niet vertellen. Makers Monique Lesterhuis en Suzanne Raes plaatsten een groothoekcamera op een statief, zetten hem haaks op het gemeentelijke bureautje en registreerden als fly on the wall wat er aan het bureau voorvalt tussen de naamloze werklozen en ambtenaren.

De tegenprestatie speelt in Rotterdam, waar de Participatiewet is ingevoerd. Die bepaalt dat bijstandsgerechtigden een tegenprestatie voor hun uitkering moeten leveren. Dat is, zo ervaren de meesten het althans, het slechte nieuws.

De werkloze wordt een ijzeren „traject” in getrokken, dat de ambtenaar optimistisch uit de doeken doet, soms in onversneden betweter-Rotterdams, soms op een wat denigrerende, kinderlijke toon, meestal in prefab richtlijntaal. „Vanaf nu gaan we in oplossingen denken, niet meer in problemen”, klinkt het. De werklozen sputteren tegen, stamelen wat, vertellen hun levensverhaal.

Nu is die verplichte tegenprestatie in de media al dikwijls ter sprake gekomen, pas nog op hoge toon bij De Monitor (KRO-NCRV), maar zo direct en onversneden als het hier getoond wordt, is het opzienbarend. Doordat de makers dus niet als vertellers tussen de feiten en de kijker in staan. Dat ze wel degelijk iets te vertellen hebben bleek vanzelf – uit de montage.

Lang en daardoor pijnlijk was het moment waarop de ambtenaar, een knappe jonge vrouw met een vrolijke trui, zwijgend zit te typen, terwijl de werkloze vijftiger tegenover haar, in vormeloze blauwe trui, afwacht. We zien haar typen en typen, hem met een lege blik rondkijken, terwijl ondertussen de geluidsband doorloopt met de trainer die de ambtenaren het beleid uitlegde: ze moeten alles in een „trajectplan” vastleggen, om aan te kunnen tonen „wat voor fantastisch werk we doen”.

Dan weet je het wel: in deze context is ‘oplossingen’ jargon voor ‘problemen’. De consequentie van de „voor-wat-hoort-wat-maatschappij”, zoals een ambtenaar het noemt, is natuurlijk een pakket aan formaliteiten en eufemismen.

Dat gaat zonder aanziens des persoons – dat is de keerzijde van de regels die regels zijn, een waarheid die De tegenprestatie schrijnend goed blootlegde. Een jonge man vraagt: wat is de meerwaarde van papierprikken als hij dan ook zijn hbo-studie kan afronden? En een man van 64, die bij sollicitaties steeds hoorde dat hij „overgekwalificeerd” was: „Zeg dan gewoon dat ik te oud ben. Dan ben je eerlijk!”