Hoe weten we wat er in Syrië gebeurt?

Westerse journalisten zijn hun leven niet zeker in Syrië. Hoe de verhoudingen precies liggen, is daarom lastig te bepalen.

Het wordt steeds lastiger een betrouwbaar beeld te krijgen van wat er werkelijk in Syrië gebeurt en hoe de krachtsverhoudingen liggen. Niet voor niets stopten de VN in januari 2014 met het tellen van de doden. De cijfers die ze doorkreeg, waren gewoon niet langer te verifiëren.

De berichtgeving in buitenlandse media over de burgeroorlog in Syrië, aan de hand van eigen verslagen uit het land, is in de loop van het conflict steeds verder opgedroogd. Ook bij de BBC, CNN en andere grote internationale media. Nog steeds gaan er af en toe buitenlandse verslaggevers, fotografen en camerateams naar Damascus en omgeving, maar hun bewegingsvrijheid is niet groot.

Zijn zulke uitstapjes al hachelijk door het oorlogsgeweld, nog aanzienlijk gevaarlijker zijn trips van buitenlandse journalisten naar de gebieden die in handen zijn van de rebellen, met name in het noordwesten. Niet alleen door de gevechten, de journalisten zelf riskeren ook te worden ontvoerd en te worden ‘doorverkocht’ aan radicale groepen als IS. Vervolgens is er een goede kans dat ze worden onthoofd. Dat lot trof de Amerikaanse freelance journalist James Foley in augustus 2014, gevolgd door zijn landgenoot Steven Sotloff. De Japanse fotograaf Kenji Goto werd in januari van dit jaar ook onthoofd.

Sindsdien zijn buitenlandse verslaggevers zelden meer in de gebieden van de opstandelingen. De laatste reportage van een Nederlandse journalist die deze krant uit Syrië zelf publiceerde, was in november vorig jaar – van freelancer Minka Nijhuis, die Aleppo had bezocht.

Steeds meer leunen ook de internationale media op bronnen als het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, dat door de Syrische balling Rami Abdulrahman vanuit een appartementje in het Britse Coventry wordt gerund. Abdulrahman zegt zo’n tweehonderd contacten in Syrië te hebben, die hem op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Hij publiceert die op zijn website. De meeste buitenlandse media citeren het Observatorium, dat sinds 2006 actief is, regelmatig.