Column

Hoe pijnlijk het ook is, Europa heeft Erdogan nu nodig

Turkije vraagt een hoge prijs van Europa voor hulp bij de aanpak van de vluchtelingencrisis. En Turkije kan dat doen, omdat de crisis de Europese Unie voor een van de grootste uitdagingen in haar bestaan stelt. Ongetwijfeld hadden de Europese landen liever gehad dat Turkije, dat al zo’n twee miljoen Syrische vluchtelingen heeft opgevangen, met wat extra miljarden genoegen zou nemen. Dat het dan bereid zou zijn om Europa uit de brand te helpen door nog meer vluchtelingen op te nemen om te voorkomen dat ze doorreizen naar de Europese Unie. Turkije als Europees opvangcentrum en grensbewakingsdienst, zou dat niet handig zijn?

Maar Turkije zit niet op die rol te wachten. En dus kan president Erdogan het zich veroorloven om hard te onderhandelen met de Europese politici die hem opeens zo dringend nodig hebben. Zo zag de Duitse bondskanselier Merkel, verklaard tegenstander van Turkse toetreding tot de Europese Unie, zich gisteren in Istanbul genoodzaakt te verklaren dat ze de vastgelopen onderhandelingen over een Turks lidmaatschap nieuw leven wil inblazen. Ze voegde daaraan toe dat dit een proces met een open einde is, en een zaak voor alle landen van de EU, niet alleen Duitsland. Maar het was niettemin een symbolisch belangrijk signaal, illustratief voor de veranderde krachtsverhoudingen.

In dat licht moet het hele pakket maatregelen worden gezien waarmee de Europese regeringsleiders donderdag instemden. Naast drie miljard euro extra hulp biedt Europa ook aan de visumeisen voor Turken die naar Europa willen reizen te versoepelen.

Voorlopig is er nog geen akkoord over dit alles. En wordt er een akkoord bereikt, dan is het belangrijk er geen illusies over te koesteren. Een Turks lidmaatschap van de EU zit er voor de afzienbare toekomst echt niet in. Veel concreter is de verwachting van een akkoord over reizen zonder visum. Het is daarbij niet gezegd dat een Turkse toezegging om te helpen, werkelijk zal leiden tot vermindering van de stroom vluchtelingen. De bron van het probleem ligt in Syrië, waar verreweg de meeste vluchtelingen vandaan komen.

Maar zonder samenwerking met Turkije is deze crisis in elk geval niet onder controle te krijgen – kan ze zelfs makkelijk erger worden. Het is daarom goed dat de Europese Unie en, gisteren, Angela Merkel, toenadering tot Turkije zoeken. Hoe bitter het ook mag zijn dat dit gebeurt op grond van een relatief zwakke positie. En hoe pijnlijk het ook is dat Europa hiermee twee weken voor de Turkse parlementsverkiezingen steun geeft aan een president die verdeeldheid in zijn land heeft gezaaid en weer volop oorlog voert tegen de Koerden. Maar Turkije is te belangrijk om de rug toe te keren.