Het moest en zou Roermond zijn

Maastricht kreeg geen eerlijke kans bij de keuze voor de hoofdvestiging van de rechtbank Limburg, blijkt uit interne stukken.

De rechters in Maastricht hebben in september een dag gestaakt, uit onvrede over het plan om de hoofdvestiging van de rechtbank Limburg in Roermond te vestigen.

Het moest en zou Roermond worden. Interne documenten van de Raad voor de rechtspraak laten zien dat het bestuur van de rechtbank Limburg al een jaar geleden ‘voorsorteerde’ op een verhuizing naar die stad. Maastricht – de andere kandidaat – kreeg geen eerlijke kans.

Eind augustus bleek uit het Meerjarenplan Rechtspraak (pdf) dat de Raad voor de rechtspraak en de presidenten van de rechtbanken en hoven de voorkeur gaven aan Roermond. Basis voor dat besluit zou een onderzoek zijn van het bureau Laanbroek Schoeman adviseurs (LSa). Dat stelde twee businesscases op: één met Roermond als hoofdvestiging en één met Maastricht. Daarbij kwam Roermond als voordeligste uit de bus.

Ook in het rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden op 8 oktober zei Peter Pulles, president van de rechtbank Limburg, dat de keuze gebaseerd was op de uitkomst van de twee businesscases.

De Kamerleden kregen niet te horen dat Pulles en zijn bestuur al vóór het opstellen van de businesscases hadden gekozen voor Roermond. Onderzoeksbureau LSa werd aanvankelijk niet eens gevraagd om een mogelijke concentratie in Maastricht te onderzoeken. Het bureau moest enkel adviseren over Roermond. Die opdracht is van 26 november 2014.

Eerst alleen Roermond onderzocht

In de opzet voor dat onderzoek staat dat het rechtbankbestuur „het voornemen” heeft om naar Roermond te gaan. LSa kreeg de opdracht de financiële „impact van dit voornemen” te bestuderen. De Raad voor de rechtspraak noemt de formulering desgevraagd „ongelukkig”. Pulles praat niet met de krant. Per e-mail meldt hij dat het „feitelijk onjuist” is dat het bestuur al gekozen had.

Nadat LSa deze businesscase in april dit jaar klaar had, werd de keuze voor Roermond opgenomen in het concept Meerjarenplan Rechtspraak. In mei bespraken de Raad en de presidenten de contouren van dit plan.

Op 16 juni informeerde de Raad de top van het Openbaar Ministerie. Die wees de concentratie in Roermond af. Het OM ziet de rechtbank liever in Maastricht omdat daar OM, politie en advocatuur zijn gehuisvest.

Opmerkelijk is dat op 25 juni, dus na het gesprek met het OM, LSa alsnog de opdracht kreeg ook een businesscase te maken voor Maastricht.

Dat eerst alleen Roermond is onderzocht komt volgens Pulles en de Raad omdat er naast die locatie een pand vrijkwam. „Over Maastricht waren op dat moment al gegevens bekend.” Dat pas een half jaar later een businesscase voor Maastricht is gevraagd, kwam omdat er „geen haast” was. De Raad:

„Pas eind augustus is, op basis van twee gelijkwaardige businesscases, tot besluitvorming overgegaan."

Opdracht aangepast

Uit de opdracht aan LSa blijkt dus dat het rechtbankbestuur naar Roermond wilde. De businesscase die dat onderbouwt lijkt daarop aangepast.

Dat zat zo: bij de verplaatsing naar Roermond zou LSa ook de kosten van het OM becijferen. Dat was opportuun want het OM had in 2014 Roermond verlaten. Het hoofdkantoor staat in Maastricht. De onderzoeksopzet meldt dat LSa „inzichtelijk” zal maken „wat het globaal kost om het OM terug te laten komen naar Roermond of op en neer te reizen tot huurcontracten expireren”.

Peter Arnoldus, lid van de Raad, liet een medewerker in de onderzoeksopzet met een pen deze passages doorstrepen. In de kantlijn schreef hij: „Nu even geen issue.” Zo bleven deze kosten buiten beeld, waardoor de businesscase voor Roermond gunstiger werd.

De Raad zegt desgevraagd: „Het OM maakt zijn eigen afwegingen. De rechtspraak gaat ook niet over de afwegingen van het OM.”

Wat in Limburg gebeurt – dat de rechtbank naar een andere plaats verhuist dan het OM – is uitzonderlijk. In de rest van het land concentreert de rechtspraak zich op de plekken waar het OM zich ook geconcentreerd heeft. „Er is dus alleen een ‘afwijking’ in Limburg”, erkent de Raad.

Eerdere twijfel

De betrouwbaarheid van de businesscases werd eerder betwijfeld door de gemeente Maastricht. Die liet ze narekenen door eigen ambtenaren. De uitkomst was dat de keuze voor Roermond „ondeugdelijk” was. De berekeningen zouden niet kloppen.

President Pulles heeft inmiddels intern een conflict. In september staakten de rechters in Maastricht. Zij zagen al langer hoe Pulles ‘voorsorteerde’. Sinds hij in 2013 president werd, gaan rechtszaken van Maastricht naar Roermond. Neem de bestuursrechtzaken: in 2012 had Maastricht er 4.182; in 2014 nog maar 232. Roermond groeide van 3.426 naar 6.570. Maastricht raakte in 2013 ook het kabinet van de rechter-commissaris kwijt. En alle voorgeleidingen van verdachten en getuigenverhoren zijn nu in Roermond.

Pulles kreeg meer verwijten. Tegen Dagblad De Limburger zei hij: „Er zijn wel uitlatingen in de media geweest die volledig uit de lucht gegrepen waren. Zo werd her en der geroepen dat voor Roermond is gekozen vanwege de woonplaats van de president.” Pulles woont in Nijmegen. Vorig jaar bleek dat hij, ondanks een negatief advies van de Raad, een dienstauto met chauffeur voor zijn woon-werkverkeer gebruikt. Kosten: 66.500 euro per jaar.

In het rondetafelgesprek met de Kamerleden op 8 oktober noemde Pulles overigens als argument vóór Roermond de centralere ligging. Dat is volgens hem een voordeel bij „de werving en het behoud van rechters uit Brabant en Gelderland, zo blijkt uit de praktijk van de laatste jaren”.