Ferrari koop je met je hart

De entree op de beurs in New York is de eerste stap naar verzelfstandiging van Ferrari. Maar de familie Agnelli van moederbedrijf Fiat houdt veel macht bij de droomautofabrikant.

De motor van een Ferrari, vorige maand gepresenteerd tijdens de Frankfurt Motor Show.

Als de liefhebber geluk heeft, dan jankt het in Maranello dat het een lieve lust is. Dan rijden de testrijders af en aan en raakt het geschreeuw van opgefokte toerentallen hem frontaal in de trommelvliezen. Daar heeft hij zijn pelgrimstocht dan ook voor gemaakt: om deelgenoot te zijn van de sensatie van decibellen en gepolijst racerood. Om het vehikel te bewonderen dat hem even in een andere wereld brengt: Ferrari.

Een kwart miljoen mensen trekt jaarlijks naar het Noord-Italiaanse Maranello om in de thuishaven van Ferrari weg te dromen in de opgepoetste wereld van superieure styling, technologische hoogstandjes en peperdure exclusiviteit. En zich te laven aan een historie van legendarische modellen. In het Ferrari Museum staan ze allemaal opgesteld, de incarnaties van de uitvinding van Il commendatore Enzo Ferrari. En wie in Maranello de geschiedenis wil verruilen voor de realiteit, kan overal een Ferrari huren.

„Wij verkopen geen auto, maar wij verkopen een droom”, schetste de vroegere Ferrari-topman Luca Montezemolo eens. En Ferrari (omzet vorig jaar 2,7 miljard euro, nettowinst 265 miljoen euro, 2.800 werknemers) laat miljoenen in de hele wereld dromen. Ook mensen die zich helemaal geen Ferrari kunnen permitteren. Om het Ferrari-gevoel te beleven is er van alles te koop: parfum, zonnebrillen, lego, racecaps. Volgend jaar komt bij Salou in Spanje het futuristische pretpark Ferrari Land. Abu Dhabi heeft al zijn Ferrari World, met draaimolens voor kinderen en een achtbaan die net zo snel accelereert als een Formule 1-bolide. Avontuur met G-krachten in een zee van rood. Wie niets wil kopen, kan altijd kijken naar het Formule 1-circus.

Beurswaarde van negen miljard

De droomwereld van Ferrari gaat morgen naar Wall Street. Moederconcern Fiat Chrysler verkoopt 10 procent van de aandelen; met een roadshow heeft de top de afgelopen weken wereldwijd potentiële investeerders aangedaan. Met oneliners van Enzo Ferrari op de cover van het prospectus: „The best Ferrari ever built is the next one.

De beursgang in New York van het plukje van 10 procent is de opmaat naar de verzelfstandiging van Ferrari die in 2016 haar beslag moet krijgen. Van alle aandelen gaat 80 procent naar aandeelhouders van Fiat Chrysler. Dat zijn families en ondernemers die al lang verbonden zijn aan de Italiaanse auto-industrie. Fiat Chrysler heeft het geld hard nodig om zijn schulden te reduceren en andere merken als Jeep, Alfa Romeo en Maserati te revitaliseren. Daar is bij elkaar ruim 50 miljard euro voor nodig. Bestuursvoorzitter Sergio Marchionne van Fiat Chrylser heeft de afgelopen weken herhaaldelijk gezegd dat Ferrari zo’n tien miljard euro waard is.

Een groot deel van de aandelen zal uiteindelijk bij een paar belangrijke aandeelhouder terechtkomen. De Fiat-familie Agnelli krijgt ongeveer een kwart van alle aandelen in handen en daarnaast 30 procent stemrecht. Piero Ferrari, zoon van grondlegger Enzo, houdt een belang van 10 procent, maar krijgt ongeveer 15 procent stemrecht.

De 17,2 miljoen aandelen die naar de beurs worden gebracht, moeten tussen de 48 en 52 dollar per stuk opleveren. Dat komt neer op een opbrengst van 894,4 miljoen dollar en een totale beurswaarde van ongeveer negen miljard euro. Een goede investering? Ach, een multimiljonair met een Ferrari-hart kan zijn geld ook in klassiekers steken. De Ferrari 250 GTO uit de jaren zestig, de moeder aller Ferrari’s, is al voor 35 miljoen door een Amerikaanse verzamelaar gekocht – met vijfentwintig van die 250’s zou het 10 procents-belang aardig binnen handbereik komen.

Haute couture in de auto-industrie

Zal het met de beursgang net zo hard gaan als met Ferrari zelf? Sommige analisten hebben hun twijfels. Een beurswaardering van negen miljard euro is in de branche fors voor een bedrijf dat jaarlijks iets meer dan 7.000 auto’s produceert. Maar volgens Fiat-topman Marchionne moet Ferrari gewaardeerd worden als maker van luxe artikelen en niet als doodgewone autoproducent. Haute couture in de auto-industrie dus, te vergelijken met Louis Vuitton, Burberry en Prada. Ferrari moet dus vooral de ziel van de belegger raken: een emotieaandeel voor de liefhebber.

De meest modale Ferrari kost dik twee ton. Maar ook bolides van meer dan een miljoen, zoals LaFerrari met een oplage van 499, gaan grif van de hand. Van meer modellen is de oplage beperkt. Zo rijden er van de Ferrari Sergio maar zes rond. Hij kost drie miljoen euro, maar dan zit de eigenaar wel in drie seconden op honderd kilometer per uur.

De rijken der aarde zijn altijd verzot geweest op die manifestatie van klasse: ook prins Bernhard, die persoonlijk bevriend was met grondlegger Enzo Ferrari. De prins had een voorliefde voor groene auto’s, zoals de 500 Superfast Speziale, waarvan er slechts 37 zijn gemaakt.

Het waarborgen van de schaarste zou een belangrijke rol hebben gespeeld bij het vertrek vorig jaar van president Luca di Montezemolo, die de productie wilde houden op de huidige maximaal zevenduizend auto’s per jaar, terwijl moederconcern FiatChrysler potentie zag voor tienduizend Ferrari’s. In het prospectus wordt aangekondigd dat de productie geleidelijk omhooggaat naar negenduizend auto’s in 2019.

Maar de grootste risico’s kleven aan de sport waaraan het merk voor een belangrijk deel zijn kracht ontleent: Formule 1. De Scuderia Ferrari is het oudste raceteam in de koningsklasse en sleepte met 222 grand prix-zeges vijftien wereldkampioenschappen bij de coureurs en zestien bij de constructeurs in de wacht. Ferrari is verbonden met coureurs als Juan Manuel Fangio, Niki Lauda, Jody Scheckter, Michael Schumacher, Kimi Räikkönen en sinds begin van dit jaar Sebastian Vettel.

Pijnlijke achterstand

Volgens schattingen van autosportexperts is het team winstgevend. Tegenover een budget van tussen 300 miljoen en 400 miljoen euro per jaar stond vorig jaar 417 miljoen euro aan netto-inkomsten uit de activiteiten van Formule 1, sponsoring en merchandising. Ferrari krijgt substantieel sponsorgeld van Shell, Santander en Philip Morris International. Daarnaast ontvangt het team als cultuurdrager van de koningsklasse een speciale bonus van Formule 1-baas Bernie Ecclestone, naast een premie voor de resultaten uit het verleden. En Ferrari verdient geld met het leveren van motoren aan twee andere Formule 1-teams, Manor en Sauber.

Als de prestaties tegenvallen, heeft dat gevolgen voor de reputatie van Ferrari. Vorig jaar beleefde het raceteam een van de slechtste seizoenen in zijn geschiedenis en ging het af voor de tifosi, de fans, op thuiscircuit Monza.

De Ferrari’s misten een heel seizoen vermogen en betrouwbaarheid. Ten opzichte van Mercedes hadden de Italianen evenals Renault, de motorleverancier van Red Bull, een pijnlijke achterstand opgelopen. Prompt zakte Ferrari op de wereldranglijst van sterke merken. De producent van dromen werd wakker badend in angstzweet: president Luca di Montezemolo en de technische staf konden vertrekken.

Na een winter van noest sleutelen doet de stal weer mee in de Formule 1. Viervoudig wereldkampioen Sebastian Vettel staat tweede in het klassement om de wereldtitel, maar eerste worden? Dat is dit jaar nog een droom. Want de week van de beursintroductie beleeft zondag, ook in de Verenigde Staten, waarschijnlijk een climax met de wereldkampioen van 2015: Lewis Hamilton van Mercedes.