Column

Eigen bier eerst, zo wil Heineken het

Het bierglas schuimt. De tekst zegt:Natuurlijk zijn we te koop. (Op meer dan 10.000 plekken in Nederland). Ruim een jaar geleden maakte Heineken in paginagrote krantenadvertenties een knipoog naar het nieuws dat het concern overnamegesprekken met concurrent SABMiller had afgewezen. Heineken zag niks in een overname. Het concern wil zelfstandig blijven. Eigen bier eerst.

Charlène de Carvalho-Heineken wil dat en zij heeft een doorslaggevende stem. De familie is samen met een bevriende belegger de meerderheidsaandeelhouder van Heineken Holding, een beursgenoteerde beleggingsmaatschappij die op zijn beurt de meerderheid van de aandelen bezit van het beursgenoteerde Heineken-concern. Met een kwart van de aandelen is de familie de baas.

Nu SABMiller, die droomde van een Heineken-overname, zelf wordt opgekocht, namelijk door concurrent AB InBev, wordt duidelijk hoeveel geld de familie Heineken en de andere aandeelhouders zijn misgelopen. AB InBev heeft een overnamepremie van 50 procent bovenop de koers van SAB Miller gelegd om de grootaandeelhouders ervan te overtuigen dat ze ja moeten zeggen. Kennelijk is die 50 procent het minimale extraatje dat je moet betalen om de zeggenschap te krijgen.

Vóór de afwijzing van SABMiller medio september 2014 stond de koers van Heineken Holding op 53 euro. Nu ligt de koers op ongeveer 68 euro. Een overnamepremie van (minimaal) 50 procent zou de aandeelhouders van Heineken Holding, afgerond, 80 euro per aandeel hebben opgeleverd. Dat kost Charlène Heineken 3,28 miljard euro. Zij bezit 149.021.038 aandelen van Heineken Holding. Dankzij afspraken met een bevriende aandeelhouder, de familie Hoyer, heeft de familie Heineken de macht in handen bij Heineken Holding én het concern.

Waarom stuit die macht van de familie nauwelijks op weerstand? Het overlegforum van de grootste Nederlandse geldgiganten, Eumedion, waarbij pensioenfondsen en verzekeraars zijn aangesloten, publiceerde vorige week een kritisch overzicht van beursgenoteerde bedrijven waar één financier de dienst uitmaakt.

Op de beurs vind je namelijk steeds meer van dat soort bedrijven, waarin één belegger op een aandeelhoudersvergadering meer dan 30 procent van de stemmen heeft en vaak ook nog in het bestuur zit of commissaris is. Bij de 25 bedrijven in de AEX-beursgraadmeter is dat nu bijvoorbeeld 33 procent, tegenover 19 procent in 2010. Bij kleinere bedrijven zie je hetzelfde beeld.

Ook Heineken en Heineken Holding passeren de revue in het overzicht van Eumedion. Bij deze twee bedrijven is officieel vastgelegd dat de vertegenwoordiger van de aandeelhouder, in casu de familie, zijn veto kan uitspreken over sommige beslissingen.

Dus zit een overname van Heineken niet in het vat. Zouden alle beleggers dat weten als zij die aandelen kopen? Dat zij geen kans maken op een vette overnamepremie omdat een aandeelhouder met een kwart van de aandelen dat afwijst. Het blijft verbazen dat beleggers met driekwart van de aandelen dat zo schijnbaar gelaten accepteren terwijl de geldwereld steeds strijdbaarder wordt en snelle rendementen najaagt.