Douglas Coupland vertelt een eigenzinnig verhaal, zonder hoop

Met Bit Rot laat Douglas Coupland zien dat hij behalve schrijver ook

curator en kunstenaar is. Toch blijft hij vooral verteller, met Pop Art-poëzie over de technologische maatschappij.

Slogans for the Twenty-First Century van Douglas Coupland foto Cassander Eeftinck-Schattenkerk

Zes vallende mensen op een rij, samen vormen ze het mooiste muurtje in de tentoonstelling. Een zwevende man in een performancefoto (Dennis Darzacq) hangt naast een vallende Mr. Spock (Luke Butler), een bankrover en worstelaar. Het ene beeld spannender dan het ander, opgeteld zijn ze meer dan de som der delen. Ja inderdaad, denk je bij deze aanblik, het leven is een aaneenschakeling van risico’s met ongewisse uitkomst. Dat gevoel is te danken aan hoe dit zestal bijeengebracht is door Douglas Coupland. De Generation X-auteur is bekend als schrijver, minder bekend is dat hij ook een scherp verzamelaar is en een matig kunstenaar. Dat blijkt in Bit Rot, de tentoonstelling die hij in Witte de With maakte met eigen werk en werken uit zijn eigen kunstcollectie.

Alleen al de keus om vallende mensen te verzamelen – in plaats van landschappen, kleur, abstractie – toont hoe eigenzinnig Coupland zijn verzameling, en nu zijn tentoonstelling, regisseert. De kunstwerken zijn zinnen in een verhaal – een verhaal, ja – over hoe de mens het moet rooien in een kille technologische maatschappij. In deze tentoonstelling over media en Americana fungeert Andy Warhol met zeefdrukken als verwachte oervader. Er ligt een dodenmasker van David Bowie, een pruik à la Warhol, een prachtig veelluik van James Rosenquist die spaghettisaus met autobanden en atoombommen mengt en een installatie met driedimensionale internetzoektermen die doelloos ronddraaien.

Failliet van de kunsten

Zo gaat de tentoonstelling over media, roem en commercie, zonder maar enig sprankje vreugde te brengen. Zelf schilderde Coupland een grote QR-code, technologische willekeur tot kunst verheffend. Dat kun je lezen als een failliet van de kunsten: computers spuwen beelden sneller uit dan welk mens ook. Dat gevoel wordt versterkt door de titel Bit Rot, het vergaan van digitale data. Dat is hier een vanitasmetafoor: alles lost zinloos op in een algehele lethargie. Coupland koppelt dit aan oudere Pop Art, zoals het tekstwerk Eat/Die van Robert Indiana uit 1990 met de verdrietige vaantjes van Candy Ass: Misery Rules/Go Sadness, uit hetzelfde jaar. Dat werkt. Coupland brengt oude Pop Art weer tot leven door het te koppelen aan nieuwere conceptuele kunst die op zijn beurt zo zijn vaak hermetische karakter verliest en aan zeggingskracht wint.

Dus opgelet studenten van curatorenopleidingen: dit is hoe je als tentoonstellingsmaker kunst en publiek verbindt. Alles gedijt in dit geheel, ook Couplands eigen kunstwerken. Die zijn eigenlijk nogal eendimensionaal – George Orwells pocket 1984 met plakoogjes erop, het is wel erg simpel. Maar binnen het tentoonstellingsverhaal hebben ze hun functie. Al zijn de werken als zinnen nogal prozaïsch, samen worden ze toch poëzie.