De hoop van links Polen is homo

Terwijl rechts op winst afstevent, moet Robert Biedron links nieuw elan geven. „Polen willen best meer belastingen betalen.”

Robert Biedron bij zijn installatie in 2014. „Misschien dacht men dat ik in mijn kantoor slechts zou copuleren.” Foto Piotr Wittman

‘Goedemorgen!” Met een Nederlandse groet komt Robert Biedron tevoorschijn uit zijn kantoor in het neogotische stadhuis van Slupsk, in het noordwesten van Polen. De zilverharige 39-jarige die in 2011 het eerste openlijk homoseksuele parlementslid en eind 2014 de eerste openlijk homoseksuele burgemeester van een van de conservatiefste landen van de EU werd, straalt volmaakt zelfvertrouwen uit: „We kunnen het interview in het Pools, Engels, Frans, Italiaans of Russisch voeren. Wat u maar wilt.”

Hij is niet altijd zo onbeschroomd geweest, geeft Biedron toe: als pril homorechtenactivist vond hij het erg intimiderend om te spreken in zaaltjes met een vijandig gestemd publiek. Het was een Nederlandse vriend die hem toen telkens vergezelde en wat vocabulaire bijbracht.

Anno 2015 heeft Biedron geen chaperon meer nodig. En met hem is ook zijn land veranderd: „Indertijd gooiden mensen stenen naar me. Nu willen ze me knuffelen en kussen.” Pal voor de parlementsverkiezingen van 25 oktober loopt het storm voor selfies met de ‘Obama uit Slupsk’, zoals de Poolse pers hem noemt.

Nieuw links elan

Niet alleen zijn geaardheid trekt de aandacht, ook het programma waarmee hij de kiezers in dit provinciestadje van 93.000 inwoners overtuigde een combinatie van investeringen in groene energie en sociale woningen, het breed toegankelijk maken van internet en beter onderwijs: „De kinderen van Slupsk moeten op zijn minst even goed Engels spreken als ik!”

Al zegt Biedron dat hij voorlopig op zijn plaats zit als burgemeester: veel progressieve Polen hopen toch dat hij de man is die Poolse links straks nieuw elan kan bezorgen. Dat gaat immers gebukt onder wanbestuur, associaties met corrupte postcommunistische politiek en onzekerheid over de ideologische koers. „Politici zijn nog steeds bang om linkse standpunten uit te dragen, uit vrees communist genoemd te worden”, zegt Biedron.

Na jaren van forse maar ongelijk verdeelde groei is er echter wel degelijk vraag naar moderne sociaal-democratie, gelooft hij. „Hier in Slupsk heb je nog steeds mensen die leven zoals Nederland in de 19de eeuw: in huizen zonder wc waar ze allerlei ziektes krijgen.” En al hebben de meeste Polen het nu beter dan dat, velen vinden toch slechts baantjes die een bevredigend loon noch werkzekerheid opleveren. Hogere belastingen voor de rijken om goed onderwijs, ov en gezondheidszorg te financieren, dat willen de mensen volgens Biedron wel.

Kaczynski staat op winst

Maar voorlopig is het het rechts-conservatieve Recht en Rechtvaardigheid (PiS) van president Andrzej Duda en oud-premier Jaroslaw Kaczynski dat het best lijkt in te spelen op de onvrede. Die partij wint zondag wellicht de verkiezingen. PiS portretteert de Poolse elite, de centrum-rechtse regeringspartij Burgerplatform (PO) voorop, als een stel arrogante graaiers zonder respect voor gewone Polen.

Biedron is bang voor de gevolgen. PiS-bestuur, zegt hij, zou zomaar eens kunnen uitdraaien op een herhaling van de eerste termijn van de autoritaire premier Jaroslaw Kaczynski en zijn verongelukte tweelingbroer, president Lech Kaczynski, die een heksenjacht ontketenden tegen politieke tegenstanders. Lech Kaczynski verbood als burgemeester van Warschau de Gay Pride, een parlementslid eiste een onderzoek naar banden van homo-organisaties met de drugsmaffia en pedofilie.

Slupsk op de kaart:

„Maar de homohaat in Polen zit niet erg diep”, stelt Biedron. Zijn populariteit is voor hem het bewijs. „Ooit dachten ze misschien dat ik in deze kamer alleen maar zou copuleren. Maar nu zien ze dat ik hun kinderen niet perverteer of hun echtgenoten verkracht.”

Scheldende vrienden

Met xenofobie is het net zo, meent Biedron. Slupsk is kandidaat om vluchtelingen te herbergen. „Ik zie hoeveel haat dat oplevert: brieven, telefoontjes, berichten op mijn Facebook-fanpagina.” Maar hij gelooft dat hij heel wat mensen kan overtuigen door hen te laten kennismaken met vluchtelingen. En soms moet je ook gewoon principieel zijn om met jezelf te kunnen leven: „Ik heb al veertig vrienden van mijn Facebook verwijderd omdat ze migranten uitscholden.”

Ook inzake religie, altijd gevoelig in Polen, hoef je het electoraat niet naar de mond te praten, stelt Biedron, wijzend naar een lege plek aan de muur. Daar hing tot vorig jaar nog een afbeelding van paus Johannes Paulus II. Geen punt voor zijn kiezers: die houden van eerlijkheid. „De vorige burgemeester was het soort postcommunist dat zich witter dan wit trachtte te wassen door radicaal katholiek te worden. Maar kijk eens hier!” Biedron opent een wanddeur in de donkere houten lambrisering. We kijken naar de lege planken van een voormalig drankkabinet. „Hij was alcoholist. En op deze tv had hij zes pornokanalen staan!”

Zijn voorganger liet een enorme schuldenberg achter met een onafgewerkt waterpretpark als extra molensteen. Veel geld is er dus niet. Biedron bespaart ostentatief op de eigen uitgaven door zijn gasten kraanwater te schenken en met de fiets naar het werk te komen. Maar besturen kan zijn populariteit ernstig schaden, beseft hij. Een lokale homorechtenactivist sprak tegen de krant Gazeta Wyborcza al zijn woede uit: Biedron had zijn voorstel om een apart blijf-van-mijn-lijfhuis voor homo- en transseksuelen te bouwen, naast zich neergelegd.

Op straat is de stemming voorlopig nog gunstig. „Ik ben niet van de regenboog en dat soort gedoe”, zegt ondernemer Dariusz Birecki (27). „Ik ben namelijk christen. Maar ik vind dat hij een goeie manager is. Slupsk gaat erop vooruit.” Een voorbijwandelende oude dame is bondig over haar burgemeester: „Laat die jongen gewoon zijn gang gaan. Hij helpt de armen!”

Eén ding kreeg Biedron alvast voor elkaar: Polen weten inmiddels waar Slupsk ligt. Biedron: „Mensen komen uit het hele land om hier te trouwen.” Homoparen zijn daar niet bij: zij kunnen niet trouwen in Polen. „Dat maakt me erg jaloers.” Maar ook dat is een kwestie van tijd, aldus de optimistische burgemeester. „Zoals Songfestival-winnares Conchita Wurst zei: we zijn niet te stoppen.”