Wat een vrouw zegtJa sorry, ik wou even…

Wat een vrouw zegt

Ja sorry, ik wou even wat zeggen, is daar misschien ruimte voor in de krant?

Dat we het bijvoorbeeld even hebben over die loonkloof tussen mannen en vrouwen? (Gelijke betaling? Dan had ik maar beter moeten onderhandelen, 17/10) Tuurlijk, vrouwen onderhandelen minder hard en willen aardig gevonden worden. Een keiharde karakterfout. Maar je kunt het ook zo bekijken: die ‘typische vrouwenberoepen’ vinden we gewoon minder belangrijk. En vrouwen kunnen dat gewoon niet accepteren – die blijven daar moeilijk over doen. Het werk is ook best moeilijk voor die vrouwen. Als je bijvoorbeeld wat gevoelig bent voor bijvoorbeeld de emotionele werkdruk in de gezondheidszorg, de seksuele intimidatie niet zo gemakkelijk weglacht, of niet zo goed weet hoe je productie moet maken in de publieke sector – mag ik nog heel even? Sorry hoor, ik ben zo klaar.

Vrouwen moeten gewoon wat lichtvoetiger zijn. Ook lichtvoetiger onderhandelen, het wordt altijd zo chagrijnig. Tijdelijk stoppen als je kinderen komen, moet je ook niet doen. Adopteren of invriezen die eicellen, kinderen krijg je maar na je pensioen. En deeltijdwerken? Ja, daar knapt geen salaris van op natuurlijk, moeten vrouwen ook niet doen.

En vanwege al deze volstrekt logische redeneringen – want ja, mensen inhuren met zoveel karakterfouten is al Nobelprize winning op zich – krijgen vrouwen gewoon minder betaald dan mannen. Kunnen we een keer ophouden met praten over de loonkloof? En hem een keer gaan aanpakken?

Sorry dat ik zoveel tijd en ruimte heb ingenomen in de krant. Ik wil uiteraard niet moeilijk doen.

Universitair docent afd. Metamedica VUmc, Algemeen bestuurslid FNV Vrouw

Turkije

Juridisch onveilig

In het debat over de vluchtelingenproblematiek hoort men van VVD-zijde wel eens het argument dat Turkije veilig is – momenteel het belangrijkste transitland met name voor Syrische vluchtelingen. In de praktijk is dat misschien zo, maar vanuit juridisch oogpunt zeker niet. Turkije is namelijk slechts in zeer beperkte mate partij bij het 1951-1967-vluchtelingenverdrag. Het verdrag maakt het voor elke verdragspartij mogelijk om op het moment van ratificatie dan wel toetreding een verklaring af te leggen. De verklaring dat het verdrag voor de verdragspartij uitsluitend van toepassing is op (vlucht genererende) gebeurtenissen die in Europa hebben plaats gevonden.

Zowel bij ratificatie van het 1951-verdrag en toetreding tot het 1967-protocol, heeft Turkije bovengenoemde verklaring afgelegd. Dat betekent dat Turkije in het licht van de beperking van zijn volkenrechtelijke verplichtingen (ik laat eventuele interne Turkse regelgeving buiten beschouwing) geen enkele boodschap hoeft te hebben aan vluchtelingen uit Syrië, Irak of Afghanistan. Het kernartikel op het punt van veiligheid van vluchtelingen – namelijk het verbod op ‘refoulement’, d.w.z. het verbod een vluchteling uit te zetten of terug te leiden naar de grenzen van een grondgebied waar zijn leven of vrijheid bedreigd zou worden – geldt voor Turkije niet, voorzover het om uitzetting naar die landen gaat. Het feit dat in de praktijk dergelijke uitzettingen vanuit Turkije niet te verwachten zijn, doet aan de volkenrechtelijke stand van zaken niets af. Mocht het in Nederland, of zelfs in de EU als geheel – dit in het licht van het beoogde akkoord tussen de EU en Turkije – komen tot beleid om nieuwe asielzoekers die via Turkije zijn gekomen, op grond van de (vermeende) veiligheid van het land niet als vluchtelingen te erkennen en naar Turkije terug te zenden, dan zal het voor de rechter en desnoods in laatste instantie Straatsburg eenvoudig zijn om daar een juridisch stokje voor te steken. In 2012 heeft het Hof in Straatsburg Italië veroordeeld voor terugzending in 2009 van Eritrese en Somalische asielzoekers naar Libië, omdat Italië daarmee het risico had genomen dat deze asielzoekers door Libië zouden worden gerepatrieerd naar Eritrea resp. Somalië. Belangrijkste overweging van het Hof was dat Libië geen partij was bij het vluchtelingenverdrag.

Wim van Reenen Gepensioneerd juridisch medewerker Ministerie van BuZa

Christiaan Weijts

De belofte kan ook hoor

Christiaan Weijts slaat op hol met een fel protest tegen ‘goden in het leger’. De aanleiding is een beëdiging bij de strijdkrachten waarbij door sommigen in de eed Allah werd aangeroepen. Maar zo te zien begrijpt Weijts er niets van. In Nederland bestaan voor functies waarbij een eedaflegging hoort twee mogelijkheden: de belofte of de eed. Het enige verschil is dat bij de laatste door wie dat wenselijk acht de belofte op grond van het geloof van een extra bevestiging wordt voorzien. Dat gebeurt door het aanroepen van God of van Allah.

Aangezien mag worden aangenomen dat van niemand een belofte of eed wordt gevraagd voor iets dat in strijd is met de Grondwet, wordt aan de wens die Weijts in dit verband uitspreekt, ten volle voldaan. Met het leger heeft een en ander niet meer van doen dan dat ook daar functies zijn waar een belofte of eed wordt verlangd.

A.L. de Werker Haren