Vluchtelingen zijn handelswaar in bazaarpolitiek

‘De vluchtelingencrisis’ in Nederland gaat vooral over ons, onze tranen, bloemen, onze angst. Stel de vluchtelingen ook eens een vraag, schrijft Bram Vermeulen. Zoals: waarom komen jullie nu pas naar Europa?

Illustratie Bill Day

Even terug in Nederland, kijkend naar de talkshows, stelde ik me een nieuw realityprogramma voor. Televisie kijken met Syrische vluchtelingen. Een groot beeldscherm in het midden van de sportzaal of het azc en dan alles wat wordt gezegd Arabisch ondertitelen. Welkom in Nederland, het land waar je zo snel mogelijk moet leren denken als deze mensen.

In die korte week in Nederland werd er veel over en opvallend weinig met de vluchtelingen gesproken. Wat ‘de vluchtelingencrisis’ wordt genoemd gaat vooral over ons, onze tranen, onze bloemen, onze angst. Niet één net gearriveerde vluchteling werd uitgenodigd aan tafel, desnoods met vertaler, om die prangende vragen te beantwoorden die in Nederland terecht leven. Waarom komen jullie nu pas naar Europa?

De oorlog in Syrië begon ruim 4,5 jaar geleden. Ik stond in 2011 langs de Syrisch-Turkse grens toen de opstand tegen president Bashir al-Assad net was begonnen. Het dorp heette Güveççi, waarvandaan je een handvol mensen met plastic tassen kon zien aankomen. De meesten liepen na hun klimtocht vanuit de Syrische olijfboomgaard rechtstreeks door naar hun familie aan de Turkse kant. De grenzen tussen Turkije en Syrië zijn voor hen een bureaucratisch verzinsel uit het begin van de vorige eeuw. Turkije is voor veel vluchtelingen thuis, Europa niet.

Wat me ook opviel: de rol van Turkije in de crisis wordt niet besproken. Turkije herbergt het grootste aantal vluchtelingen uit Syrië: bijna 2 miljoen. Veel vluchtelingen reizen rechtstreeks uit Syrië en gebruiken Turkije enkel als transitland. Maar wie wil begrijpen waarom vluchtelingen in zulke aantallen doorreizen zal ook moeten vragen: wat is er in de afgelopen maanden veranderd in Turkije?

De bomaanslag in Ankara van zaterdag een week geleden zou alle seinen op rood moeten zetten. Dit was een aanslag van Iraakse, Pakistaanse proporties. Nooit eerder sinds de stichting van de republiek kwamen zoveel Turken om het leven bij een aanslag. Maar kijkend naar de talkshows was het alsof die twee verhalen, de migratiecrisis en de aanslag in Turkije, afzonderlijk van elkaar bestonden. Ook al wordt nog gezocht naar een dader en motief, iedereen kan zien dat de oorlog in Syrië tot Ankara is genaderd, de hoofdstad van Europa’s bufferzone. De bom ontplofte op een bijeenkomst van Koerden en Turken die om een einde smeekten van de strijd tussen het Turkse leger en de Koerdische PKK. Die strijd is weer opgelaaid aan de Turkse kant van de grens met Syrië en Irak, ongeveer rond dezelfde tijd dat de vluchtelingen de doorreis naar Europa begonnen.

De strijd laaide op na een eerdere aanslag, in het grensdorp Suruç. Net als bij de aanslag in Ankara waren toen ook de meeste slachtoffers Koerden. De reactie van de Turkse regering op de aanslag in Suruç was opmerkelijk. De dader werd, net als in Ankara, gezocht in kringen van de Islamitische Staat. Maar na een paar symbolische bommen op IS hernam het Turkse leger zijn bombardementen op de kampen van de Koerdische PKK, die nota bene IS op de grond bevecht in Irak en Syrië. Je zou verwachten dat de IS bombarderende regeringen in Europa en de VS de machthebbers in Ankara tot de orde zouden roepen: blijf van onze grondtroepen af. Maar Washington is al even stil als Brussel en Den Haag.

De strijd verplaatste zich van het Iraakse luchtruim, naar het Turkse grondgebied waar Syrische vluchtelingen de afgelopen jaren een veilig heenkomen vonden. In sommige Koerdische dorpen en steden gingen Turkse troepen en de PKK zo tekeer dat journalisten pas na de gevechten werden toegelaten. De Nederlandse journaliste Frederike Geerdink die verslag deed van de spanningen in Koerdisch gebied, werd het land uitgezet. Geen reden voor Nederland, of andere NAVO-partners om Turkije tot de orde te roepen.

Wie de talkshows op de Turkse tv volgt, kan zien waar het echt om gaat. De regerende AKP won de laatste verkiezingen te weinig stemmen om de grondwet te kunnen veranderen en president Erdogan Poetin-achtige bevoegdheden te geven. De hoofdschuldige van die mislukking is de Koerdische HDP, de politieke tak van de militante PKK. Die partij kreeg niet alleen stemmen van Koerden, maar ook zoveel van boze Turkse kiezers, dat ze de kiesdrempel passeerde en Erdogans droom op een überpresidentschap ontzegde. Met de opgelaaide oorlog tegen de Koerdische PKK hoopt Erdogan die ongehoorzame Turkse kiezers bij nieuwe verkiezingen op 1 november terug te winnen met hun aloude angst voor Koerdisch separatisme. Turkije, en Europa, worden meegesleurd in de nietsontziende ambities van Erdogan.

Dat hoogspel kan uitmonden in een burgeroorlog zoals Turkije in de jaren 70 meemaakte, waarschuwde schrijver Orhan Pamuk deze week. Dat is het ‘veilige’ Turkije waar (veel Koerdische) vluchtelingen naar terug zouden moeten volgens de woordvoerders die wel aan de talkshowtafel mogen aanschuiven. Het land waar Syriërs noch een asielstatus kunnen aanvragen noch mogen werken. Opvang in de regio.

In plaats van Turkije tot de orde te roepen, beloofde Brussel te voldoen aan een reeks eisen die Erdogan tijdens een bezoek aan zijn Europese collega’s op tafel legde. Miljardensteun voor de opvang van vluchtelingen, verlichting van de visumplicht voor Turken en ‘nieuwe energie’ in de stroperige onderhandelingen over Turkse EU-toetreding. In ruil voor een herhaling van oude Turkse beloften de exodus naar Europa te stoppen.

Vluchtelingen zijn handelswaar in die bazaarpolitiek. De vluchtelingen zouden dit zelf kunnen vertellen, in ieder programma dat het horen wil. Zij hebben antwoorden op alle vragen. Stel ze eens.