Seksuele waanvoorstellingen en visoenen: dit boek is krankzinnig

In zijn essaybundel Waarom ik lees vraagt Tim Parks zich af waarom je een boek helemaal uit zou lezen – ook als het goed is. Zelf legt hij regelmatig een boek terzijde als hij er wel degelijk van geniet. Iedere lezer van de Roemeense schrijver Mircea Cartarescu (1956) zal dit herkennen. In interviews biechtte hij op pauzes te moeten inlassen bij het schrijven van zijn gigantische trilogie Orbitor, bang om anders in een gekkenhuis te belanden. Ook de lezer waant zich regelmatig in de barokke, angstaanjagende wereld. Het onmetelijke mausoleum is het derde deel van Cartarescu’s meer dan vijftienhonderd pagina’s tellende romanproject over zijn geboortestad Boekarest. De vorm die hij daarvoor koos is onvergelijkbaar. Hulde komt vertaler Jan Willem Bos toe, die de hele trilogie in voorbeeldig Nederlands heeft vertaald.

‘Het geschiedde in het jaar des Heren 1989’ luidt de openingsregel van dit derde deel. Dat geeft houvast, het jaar waarin de Muur viel. Maar al snel gaat de lezer kopje onder in de associatieve uitwerking van dat jaar. De inwoners van Boekarest ‘hebben [...] het laatste jaar van de mens op aarde gezien, uitgespreid over de hemel, met lange en trillende vertakkingen, als reptielenpoten die de wereld met hun klauwen vastgrijpen’. Ongemerkt is de lezer beland in een labyrint van dromen en visioenen, we scheren langs vervormende spiegels, spookverschijningen, religieuze monsters en groteske seksuele waanvoorstellingen. Maar wie is die verteller die dit alles observeert ? Die verteller reflecteert over zijn project, het ‘onleesbare boek’, ontstaan uit zijn dromen en visioenen– het is krankzinnig, niet te vatten, bloedirritant, afschrikwekkend en adembenemend. Na zo’n conclusie mag je het juist daarom na een tijdje gerust terzijde leggen.