Column

Remkes tegen de integritis

Zoals Ronald Plasterk en Johan Remkes elkaar aanspreken: nors, nurks, korzelig. Hollandse bestuurders onder mekaar. Vorig jaar staakte de commissaris van de koning in Noord-Holland zijn medewerking aan de plannen van de minister om Noord-Holland, Utrecht en Flevoland om te vormen tot een superprovincie. Die waren „gebaseerd op drijfzand”. De minister van Binnenlandse Zaken had niet duidelijk gemaakt wat hij wil, zei Remkes op een persconferentie. „Wij doen alles om uw plannen te bestrijden.” Later trok de minister het plan in.

Begin deze maand troffen ze elkaar weer. Remkes pleitte tijdens een debat voor een mandaat om te kunnen ingrijpen zodra een gemeente onbestuurbaar wordt. En dat is het afgelopen jaar nogal eens voorgevallen; er stapten twaalf burgemeesters op. Plasterk zat ook in de zaal. Remkes zag hem het hoofd schudden. „Maar hij sprak zijn kritiek niet uit”, zegt Remkes als ik hem dit weekend ontmoet.

Vrijdag gaf Plasterk zijn kritiek in deze krant. Remkes’ voorstellen waren „niet uitgewerkt”. Het kon niet eens, wat hij wilde. En: „Zo kennen we hem. De kat de bel aanbinden.”

Remkes schrikt er niet van, zegt hij. „Ik ben niet van suiker.”

Er móét iets veranderen. „Ik zie een neiging in gemeenteraden om de burgemeester te beschadigen. Integritis noem ik dat. Als raadsleden iets niet aanstaat, oordelen ze onmiddellijk: de burgemeester is niet integer.”

Hij noemt Den Helder. De gemeenteraad stemde deze zomer in met een tweede termijn voor burgemeester Schuiling, maar diende ook een motie in dat de burgemeester uitsluitend zijn wettelijke taken zou mogen uitvoeren: de raad voorzitten, brandweer en politie aansturen, lintjes uitreiken.

„Tja, dat is ondermijning van gezag”, zegt Remkes. „Bij sommige politieke groeperingen staan de bestuurlijke mores niet altijd even scherp op het netvlies.” Hij doelt op het partizanenleger van onervaren lokale politici dat sinds Pim Fortuyn is opgedoken. In Bussum, in Bloemendaal, in Den Helder.

In de Eerste Kamer ligt een wetsvoorstel om de burgemeester een zorgplicht te geven voor de integriteit en de kwaliteit van het openbaar bestuur. „Alleen zit er geen sanctie aan vast”, zegt Remkes. „Dan heb je er in tijden van ruzie niets aan. De commissaris en de burgemeester moeten ruimere bevoegdheden krijgen.”

Terwijl Plasterk in de krant denigrerend zei: „Zo kennen we Remkes”, liet hij tegelijkertijd een van zijn directeuren naar Noord-Holland bellen. „Voor welk instrument zou u ruimere bevoegdheden willen”, vroeg die aan de commissaris. „Toen heb ik mijn ideeën nog eens toegelicht.”