Onschuldige vluchteling in Israël gelyncht na aanslag busstation

Bij een aanslag op een busstation in de zuidelijke Israëlische stad Beer Sheva zijn gisteravond een Israëlische militair en een Eritrese vluchteling om het leven gekomen. Negen anderen raakten gewond. De dader, een 21-jarige bedoeïen, schoot eerst de militair dood, pakte diens M-16 automatisch geweer af en schoot om zich heen. Uiteindelijk werd de dader zelf doodgeschoten.

Een stationsbeveiliger schoot de Eritreeër neer, in de overtuiging dat hij betrokken was bij de aanslag. Terwijl deze, naar later bleek onschuldige, man bloedend op de grond lag, werd hij geschopt door diverse omstanders. Later werd zijn ambulance tegengehouden door een menigte die ‘Dood aan de Arabieren’ riep. De Eritreeër overleed afgelopen nacht in het ziekenhuis.

De militair en de Eritreeër zijn de zoveelste slachtoffers van de golf van geweld in Israël en Palestina. Daarbij kwamen deze maand acht Joodse Israëliërs en 42 Palestijnen om. Ook vorige week ging er vrijwel geen dag voorbij zonder aanslagen. Waren het eerder overwegend steekpartijen, vorige week vonden er ook enkele schietpartijen plaats. De dader in Beer Sheva kwam naar het busstation met een mes en een pistool en wist hoe hij een M-16 moest gebruiken.

De manier waarop de Eritreeër aan zijn einde kwam, wijst op de toegenomen paniek in het land. De angst onder Israëliërs, die het gevoel hebben dat ze het elk moment en overal slachtoffer kunnen worden van een aanslag, leiden tot massahysterie en tragische inschattingsfouten. Eerder al werd er in Netanya een onschuldige Arabische man bijna gelyncht.

Daarbij komt dat de vijftigduizend Afrikaanse vluchtelingen in Israël toch al sterk worden gediscrimineerd en gemarginaliseerd. Israëlische politici en media noemen hen in de regel ‘infiltranten’. Bijna geen enkele asielaanvraag wordt gehonoreerd. En premier Netanyahu heeft eerder gezegd dat de vluchtelingen het Joodse karakter van Israël bedreigen.