Merkel kan nu alle Turkse hulp gebruiken...

In een kille uitruil van belangen zoeken de EU en Turkije toenadering om de migrantenstroom te stoppen. Maar tot het in Turkije net zo is als in Duitsland, zal Europa blijven lonken.

Foto Dimitar Dilkoff / AFP

Er waren fotomomenten aan de Bosporus, handdrukken met zowel de Turkse premier Davutoglu als president Erdogan en lachende poses in met goud gedecoreerde stoelen. Het staatsbezoek van de machtigste politicus van Europa, bondskanselier Angela Merkel, aan Turkije was rijk aan symboliek. Europa en Turkije staan weer als partners op het plaatje.

Het akkoord-in-wording over de omgang met (vooral) Syrische vluchtelingen dient als gangmaker voor het ontdooien van de verhoudingen. Het decorum moet verhullen dat het gaat om een kille uitruil van belangen, waarover nog veel vragen zijn. Die komen later. Eerst moet de koude uit de lucht.

Amper had eurocommissaris Frans Timmermans een conceptakkoord bereikt met Ankara, of de Turkse regering haastte zich vrijdag om de schade te beperken. „Het is niet zo dat Turkije in ruil voor drie miljard euro heeft beloofd meer migranten willen tegen te houden.”

Dat is een erezaak. Turkije is trots op de manier waarop meer dan 2 miljoen Syriërs al jarenlang grotendeels op eigen kosten zijn geholpen. „Jullie zijn onze gasten en het is ons een eer”, zegt Erdogan vaak. „Wij hebben hier 2,5 miljoen vluchtelingen en het kan niemand wat schelen.” Het bezoek van Merkel was allereerst bedoeld als balsem op die gekwetste Turkse ziel.

Laat maar, dachten beide kanten

De afgelopen jaren bekoelden de verhoudingen tussen Turkije en de EU flink. Daarvoor zijn tal van oorzaken, waaronder de zorgen over de vrijheid van meningsuiting in Turkije. Maar ook hier speelt trots een rol. Nadat Europese politici onder wie Merkel om het hardst riepen dat ze niet willen dat Turkije bij de EU komt, zette ook de Turkse regering de inspanningen op een waakvlam. Laat maar, dachten beide kanten.

De migratiecrisis dient als aanmaning dat er grote gezamenlijke belangen zijn. Erdogan en Merkel hebben beiden hun nek uitgestoken voor Syrische vluchtelingen door hen welkom te heten in hun land. Beiden zien zich er nu geconfronteerd met de grote omvang van de vluchtelingenstroom en het vooruitzicht dat deze niet snel zal stoppen. Dat is voor beiden zowel een politiek als een praktisch probleem. Ze moeten iets. Staand naast de Turkse premier beloofde Merkel zondag dat de toetredingsonderhandelingen nu worden versneld. Volledige toetreding van Turkije noemde ze „een kwestie met een open einde”.

Turkije is al EU-kandidaatlidstaat en NAVO-lid. In het ideale scenario van Merkel én een deel van de Nederlandse politici vindt in Turkije in de toekomst al een eerste selectie plaats van asielzoekers, in samenwerking met de EU. Het ligt voor de hand de samenwerking te intensiveren.

Amnesty International waarschuwde voorafgaand aan het bezoek van Merkel tegen een deal waarin niet mensenrechten maar migratiebeperking het uitgangspunt is. Volgens de mensenrechtenorganisatie is Turkije onlangs begonnen migranten op te sluiten. Ook komen voorbeelden naar buiten van gedwongen terugkeer naar Syrië of Irak, zegt onderzoeker Andrew Gardner. Nog grotere zorgen maakt hij zich over het ‘ongelofelijke’ Europese voornemen Turkije het stempel ‘veilig herkomstland’ te geven. Dat zou het mogelijk maken om migranten terug te sturen naar Turkije, bijvoorbeeld nadat ze voet aan wal in Griekenland hebben gezet. Nu mag dat niet.

Europa zal blijven lonken

De Syriërs die vanuit Turkije doorreizen doen dat vooral vanwege de grote bestaansonzekerheid, niet uit angst voor vervolging. Ze krijgen geen inburgeringscursussen, geen huisvesting, geen uitkeringen en geen legaal werk. De drie miljard euro die Turkije mogelijk krijgt als Europese bijdrage aan de zorg voor vluchtelingen is onder meer bedoeld om de toegang tot onderwijs te vergroten. Een goede stap, maar „zelfs als het onderwijs gratis is, is de grootste behoefte aan werk, werk en nog eens werk”, zegt schooldirecteur Khaled Abdulaziz.

Syriër Hammadi Smesem vertelt dat zijn eerste vrouw, hijzelf en twee van zijn zonen (van 8 en 10) moeten werken om de huur van een flatje in Istanbul op te brengen. De jochies verkopen na school flesjes water en pakjes zakdoeken op straat. „Ik schaam me daarvoor, maar kan niet anders.” Als hij geld had zou hij naar Duitsland proberen te gaan, zegt Smesem. „Daar krijg je wel een huis en kun je een normaal leven hebben.”

Tot het in Turkije net zo is als in Duitsland, blijft Europa lonken.