Liefdeslied voor een smartphone

De pionier van de elektronische muziek uit de jaren 70, Jean Michel Jarre, is terug met een nieuw album elektronische pop.

Nog altijd iets van een playboy: Jean Michel Jarre

De synthesizer, de drummachine, de vocoder, de sequencer, de sampler. Op de lijst van technische innovaties die Jean Michel Jarre in zijn veertig jaar als elektronisch muziekpionier voorbij zag komen, staat een opmerkelijk buitenbeentje. Het Eminent-orgel, een Nederlandse uitvinding die vooral bekend werd als het huiskamerorgel voor psalmen en gezangen, heeft een warme plek in zijn hart. „Zonder het stringensemble uit de Eminent had mijn muziek anders geklonken. Oxygène staat er vol mee. Ook nu heb ik hem weer gebruikt.”

Met zijn nieuwe album Electronica 1: The Time Machine (Sony Music) wil Jarre (67) nadrukkelijk niet in het verleden blijven hangen. Zijn bekendheid dankt hij aan de succesplaten Oxygène (1976), Équinoxe (’78) en de megaconcerten in Parijs, Beijing, Houston en Moskou. „Een tijdmachine kun je net zo goed gebruiken om naar de toekomst te reizen”, zegt de goed geconserveerde Fransman die na relaties met filmsterren Charlotte Rampling en Isabelle Adjani nog altijd iets van een playboy heeft. „Ik wilde werken met muzikanten die veel betekend hebben in mijn verleden, zoals Tangerine Dream en Laurie Anderson. Maar met ook jongere artiesten als Air en Armin van Buuren, die fans zijn van mijn muziek. Dankzij bijdragen van Pete Townshend, die bij The Who als eerste een sequencer gebruikte, en nieuwe sterren als Gesaffelstein en Fuck Buttons is het een lofzang op veertig jaar elektronische muziek geworden.”

Bij zijn studie aan het Parijse conservatorium kwam Jean Michel Jarre eind jaren zestig in aanraking met componist Pierre Schaeffer, de grondlegger van de Musique Concrète. „Hij leerde me dat alles muziek kan zijn. Het geluid van een tram, het druppen van een kraan. Een muzikant kan alle soorten geluid tot muziek kneden. Ik heb altijd gezocht naar de emotie in elektronische muziek, anders dan bijvoorbeeld Kraftwerk die er veel fabrieksmatiger mee omgingen. Toen ik Oxygène maakte, met primitieve apparaten in een piepklein appartement aan de Champs Élysées, was ik erop gespitst zo veel mogelijk variatie aan te brengen in de geluiden die ik gebruikte. In het nummer Close Your Eyes met Air zijn we teruggekeerd naar al die authentieke geluiden. Het grote verschil was dat we er dit keer een iPad bij konden gebruiken.” Dj’s en elektronische muzikanten hebben het maar makkelijk, zegt Jarre, nu ze met niets anders dan een laptop muziek kunnen creëren. Voor zijn ontmoetingen op Electronica 1 (deel 2 verschijnt volgend jaar) reisde hij de wereld rond en trof hij collega-muzikanten in hun eigen studio of werkruimte. „Jonge producers vinden dat ouderwets, want je kunt muziekbestanden uitwisselen via e-mail en je hoeft elkaar niet meer lijfelijk te treffen om tot samenwerking te komen. Ik ben blij dat ik dat toch gedaan heb, want zo kon ik nog werken met Edgar Froese van Tangerine Dream die ons in januari dit jaar ontvallen is. Ik wilde oog in oog staan met de mensen die ik bewonder, zoals Laurie Anderson die al eerder op mijn platen meedeed. Haar bijdrage Rely on Me is een liefdeslied voor een smartphone. Mensen raken hun partners tegenwoordig minder vaak aan dan hun apparaten. De moderne liefkozing is een swipe op een telefoonscherm.”

Met klassiek pianist Lang Lang had Jarre een interessante discussie over de aard van de instrumenten die ze bespelen. „We kwamen tot de conclusie dat de piano, net als een synthesizer of de sampler, een apparaat is dat je naar je eigen hand kunt zetten. In The Train & the River speelt hij een prachtig vloeiende pianopartij tegen een zwaar elektronische soundscape van omgevingsgeluiden en metaal op metaal. Zo ontmoeten yin en yang elkaar binnen één muziekstuk. De grote Chopinvertolker Lang Lang op een digitale piano: ook dat is elektronische muziek.”