Ja echt, de Fransen polderen ook

In Frankrijk zitten overheid, vakbonden en werkgevers vandaag en morgen met elkaar aan tafel.

Passagiers wachten op vliegveld Parijs-Orly op een vlucht van Air France. Het bedrijf is in onderhandeling met de vakbonden over een grote reorganisatie.

Enkele dagen nadat boze vakbondsactivisten Xavier Broseta uit zijn overhemd hadden gescheurd, trad de personeelsdirecteur van Air France op in een promotiefilmpje voor vaste klanten. „Wat u maandag heeft gezien, was niet het ware gezicht van Air France”, zegt hij nog steeds wat bedremmeld. Een dwarsdoorsnede van Air France-werknemers komt vervolgens voorbij om uit te leggen hoe trots ze op hun bedrijf zijn. De sfeer bij Air France, zeggen ze, is anders dan u denkt.

Maar klopt dat? Na de wekenlange kostbare pilotenstaking van vorig jaar en het gewelddadig verzet eerder deze maand, lijkt dat beeld wat al te rooskleurig. Juist vandaag opent François Hollande in Parijs de vierde ‘sociale conferentie’ van zijn presidentschap en de gebeurtenissen bij Air France hangen als een donkere wolk boven zijn streven tot een soort Frans poldermodel te komen. De radicale CGT, verontwaardigd dat zijn leden voor het geweld vervolgd worden, boycot het overleg met overheid en werkgevers en verschijnt niet aan tafel.

Toch zijn de pilotenstaking en de kleerscheuren nauwelijks representatief voor het sociale klimaat bij het zusterbedrijf van KLM, zei groepstopman Alexandre de Juniac dit weekend nog maar eens in Le Monde. In 2013 zijn „meer dan 100” akkoorden met alle categorieën personeel getekend, in 2014 waren dat er 95. De afgelopen vijf jaar verdwenen zonder grote onrust meer dan 6.000 banen bij Air France. „De sociale dialoog (…) is onze traditie”, pochte de Juniac.

Oud-vakbondsleider Nicole Notat beaamt dat. Zij leidde in de jaren negentig de hervormingsgezinde CFDT en staat nu aan het hoofd van een bedrijf dat ondernemingen beoordeelt op sociale verantwoordelijkheid. „Van het ongelukje bij Air France krijg je de indruk dat het een symbool is geworden voor de gehele sociale dialoog in Frankrijk”, zei ze op radiozender France Info. Tot ergernis van het overige personeel lagen de laatste jaren vooral de piloten dwars. Notat: „Air France is juist altijd een bedrijf geweest waar de sociale dialoog goed ontwikkeld was.”

Compromissen

Sowieso sluiten Franse werkgevers en werknemers meer dan ooit compromissen op de werkvloer, zegt vakbondsspecialist Guy Groux van onderzoeksschool Cevipof in Parijs. Nog net voordat premier Manuel Valls vorige maand plannen onthulde om het overleg met de bonden op bedrijfsniveau te moderniseren, ging het personeel van de Smart-autofabriek in de Moselle uit eigen beweging al akkoord met een verhoging van het aantal werkuren van 35 naar 39 uur om de werkgelegenheid te redden. Eerder slaagde Renault erin om de medewerkers tot meer flexibiliteit te bewegen.

„In de jaren zeventig werd in Frankrijk haast geen enkel sociaal akkoord afgesloten”, zegt Groux. „Begin jaren tachtig, na nieuwe wetgeving, waren er zo’n 5.000 per jaar. Nu worden in bedrijven jaarlijks 30.000 tot 35.000 akkoorden tussen werkgevers en werknemers afgesloten.” En hoewel Frankrijk in Europees verband nog altijd een van de meest staakgrage landen is, loopt het aantal stakingsdagen per 1.000 werknemers al jaren terug.

Maar militante vakbondsacties als die bij Air France doen anders vermoeden. De beelden van de opgejaagde directeuren gingen de hele wereld over. Vorig jaar hielden leden van dezelfde CGT dertig uur lang de directie van bandenfabriek Goodyear in het Noord-Franse Amiens gegijzeld. Tot vervolgingen komt het „omwille van de sociale vrede” haast nooit, zegt advocaat Jean-Paul Teissonnière.

„Het is op televisie gemakkelijker een voetbalwedstrijd uitzenden dan een schaakpartij”, verklaart Groux het verschil tussen perceptie en sociale werkelijkheid. De spectaculaire acties zijn volgens hem „eerder een teken van zwakte dan van kracht”.

Want bijna nergens in Europa zijn zo weinig werknemers lid van een bond als in Frankrijk: ongeveer 7 procent tegenover 25 procent in het Verenigd Koninkrijk of 17 procent in Nederland. En de niet minder dan zeven nationale vakbondsfederaties zijn ook nog behoorlijk verdeeld. Groux: „Echt sterke vakbonden vind je in bedrijven waar akkoorden gesloten worden. Als er naar je geluisterd wordt, dan hoef je de straat niet op.”

Bij Air France zijn sinds begin dit jaar de hervormingsgezinde bonden in de meerderheid. De eens oppermachtige CGT, lang nauw verbonden met de communistische partij, dolf bij verkiezingen voor de centrale ondernemingsraad het onderspit. Om tot een geldig akkoord te komen, moet je met drie van de zeven bonden tot overeenstemming komen. „De CGT heb je dus niet nodig”, zegt Groux.

Klassenstrijd

Alleen die bond krijgt nu nog mensen op de been. „Formeel speelt het streven naar een socialistisch regime natuurlijk geen rol meer, maar in de hoofden van veel vakbondsleden is die klassenstrijd nooit verdwenen”, zegt Groux. In Franse spotprenten worden werkgevers ook nog altijd afgebeeld met een dikke sigaar, zwemmend in het geld. Dat de standenmaatschappij op de werkvloer nog springlevend is, liet onderzoeker Philippe d’Iribarne in zijn beroemd geworden onderzoek La logique de l'honneur zien: eergevoel wint het vaak van bedrijfseconomisch pragmatisme.

Groux: „De kloof tussen de arrogante elite en de kleine man is in Frankrijk enorm. Dat verklaart de soms wat woeste sociale dialoog. Maar echt, ook hier gaat het steeds beter.”