Iedereen orgaandonor, tenzij

D66 wil dat iedereen een keuze maakt: wel of geen orgaandonatie? Wie niet kiest, zegt automatisch ja. Kamerlid Pia Dijkstra komt met een initiatiefwet.

Wervingscampagne voor donoren, enige jaren geleden. „Mensen vinden het lastig om over na te denken.” Foto Peter Hilz

Het idee is simpel. Iedereen is orgaandonor, tenzij je bezwaar aantekent. Dat staat in het initiatiefwetsvoorstel dat D66, na een eerste poging in 2012, opnieuw voorlegt aan de Tweede Kamer. De inhoud in het kort: iedereen krijgt een brief waarin wordt gevraagd een keuze te maken: orgaandonor of niet. Zonder reactie volgt zes weken later nog een brief. Ja of nee? Weer geen reactie? Dan is deze persoon automatisch orgaandonor na overlijden. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie; waarin de keuze aan de familie wordt gelaten als er geen donorcodicil is.

Duizend Nederlanders wachten op dit moment op een orgaan, blijkt uit cijfers van de Transplantatiestichting. Naar schatting overlijden ieder jaar zo’n 150 mensen terwijl ze op een wachtlijst staan voor een orgaan. Negen miljoen Nederlanders registreerden nog geen keuze. D66-Kamerlid Pia Dijkstra, die de initiatiefwet schreef: „Mensen vinden het lastig om over na te denken. Het gaat over je eigen einde. Over de dood. Dat is eng, maar stel dat je zelf in die situatie komt. Jij hebt ook recht op een orgaan. We willen de mensen die nog geen keuze maakten aanzetten dat te doen. We moeten het potentieel beter benutten.”

Je kunt straks geregistreerd zijn als donor, omdat je de post twee keer niet hebt geopend.

„Ja, dat kan. Maar je kunt je keuze altijd weer aanpassen. Mensen worden bovendien natuurlijk geacht hun post te openen, maar we willen een systeem waarin mensen voortdurend worden herinnerd aan het feit dat ze een keuze moeten maken. Hebben ze hun post niet geopend? Dan krijgen ze, bijvoorbeeld, op het gemeentehuis te horen dat ze nog een keuze moeten maken als ze hun paspoort gaan ophalen. Zo zijn er vele manieren waarop we mensen eraan kunnen herinneren hoe ze geregistreerd staan.”

Nabestaanden krijgen een belangrijke rol in jullie voorstel. Familie kan nu de keuze van een overledene overrulen, ook al geeft deze persoon zelf aan organen te willen afstaan.

„Familie kan aangeven dat ze bijvoorbeeld vanuit religieus oogpunt niet achter orgaandonatie staan. Of ze kunnen de arts vertellen dat er in de familie uitvoerig over gesproken is, en dat de overledene niet gewild zou hebben dat organen worden afgestaan. Mocht iemand de post niet hebben geopend en ongewild automatisch als donor geregistreerd worden, dan kan de familie altijd nog een andere keuze maken.”

Nu moet de familie ook een beslissing nemen als er niets is geregistreerd; wat is het verschil met de huidige situatie?

„Nu moeten artsen nabestaanden op een heel moeilijk moment – heel kort na het overlijden – confronteren met de vraag of ze willen dat de organen van de overledene worden afgestaan. Meestal is het antwoord dan nee, omdat de nabestaanden niet weten wat de overledene zou hebben gewild. In het systeem dat wij voorstellen, heeft de overledene de keuze zelf al gemaakt. Dat geeft de familie een richting. In ons systeem kun je ook bewust de optie kiezen het aan familie te laten. Nu is het systeem nogal vrijblijvend. Dat verandert.”

Stelt u het redden van levens boven individuele keuzevrijheid, de belangrijkste D66-partijideologie?

„Dat is een groot misverstand. Juist in het systeem dat we nu hebben is er geen zelfbeschikking, omdat wanneer je geen keuze maakt iemand anders over jouw lichaam beslist.”

U stelt een systeem voor waarin de staat bepaalt of je orgaandonor bent als je zelf niets registreert. Dat is geen vrije keuze.

„Ja, uit solidariteit. Er zijn mensen die het nodig hebben. Zie het als een maatschappelijke voorziening. Er zijn meer zaken waarin de overheid de burger dwingt een keuze te maken. Je moet bijvoorbeeld ook belasting betalen; dat is geen vrije keuze.”

Het zou de eerste maatschappelijke voorziening zijn die zo diep ingrijpt op de lichamelijke integriteit; een groot verschil met belasting betalen.

„Ik ben heel pragmatisch. Zelf ben ik ook donor. Ik zag Job Cohen onlangs zitten bij De Wereld Draait Door en vertellen over zijn overleden vrouw die donor was. Ik heb in mijn periode als journalist televisieprogramma’s gemaakt over mensen die kunnen leven dankzij een orgaan dat ze kregen van een ander. Op tv zie ik nabestaanden bij het graf van een geliefde, gelukkig met het feit dat hun naaste een ander heeft geholpen; dat die ‘juwelen’ niet in het graf liggen. Die solidariteit vind ik op dit punt zwaarder wegen dan de inbreuk op de lichamelijke integriteit. Als ik ben overleden, ben ik overleden. Persoonlijk vind ik dat ik dan niets meer heb aan mijn lichamelijke integriteit.”

U zei net dat mensen het vaak eng vinden na te denken over hun dood en donorschap. Dat is toch ook individuele keuzevrijheid: geen beslissing nemen?

„Als je geen organen wilt afstaan, kun je dat laten weten. Ook prima. Maar we willen wel dat mensen een keuze maken.”