Het is vaak de familie die orgaandonatie tegenhoudt

Er zijn meer landen in Europa met een ja-tenzijwet. Daar zijn niet altijd meer donoren.

„Het weigeringspercentage onder nabestaanden is het belangrijkste knelpunt in het proces van donorwerving.” Deze zin in het laatste jaarverslag van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) zaait twijfel over het nut van het D66-initiatiefwetsontwerp orgaandonatie. Daarin houdt immers de nabestaande het laatste woord.

D66 wil het nee-tenzijprincipe in de huidige wet vervangen door ja-tenzij. Iedereen wordt dan automatisch orgaandonor, tenzij hij laat vastliggen dat hij niet wil. Maar uiteindelijk bepalen de nabestaanden. Dat is nu in de praktijk ook zo. Wat is het effect van ja-tenzij?

In 2014 overleden in Nederlandse ziekenhuizen 845 mensen die medisch gezien donor hadden kunnen zijn. Bij 268 van hen zijn ook één of meer organen uitgenomen. Het staat in het NTS-jaarverslag. Het gaat om nier, lever, long, hart en pancreas.

Die 845 potentiële donoren zijn gevonden door achteraf ruim 7.500 medische dossiers te analyseren van mensen die op intensivecareafdelingen in de grootste Nederlandse ziekenhuizen overleden.

Goed herkend

Artsen en verpleegkundigen hadden die potentiële donoren op hun IC al redelijk goed herkend: van 765 is voor het overlijden nagegaan of ze ooit aan het Donorregister hadden opgegeven of ze wel of niet donor wilden zijn, of – derde mogelijkheid – de keus aan hun nabestaanden wilden overlaten.

Krap de helft (354) had een keus vastgelegd. 113 wilden geen donor zijn. 175 wel. Bij 10 van die ja-ik-wil-donoren hadden de nabestaanden toch bezwaren. Steeds ging de orgaanuitname niet door, hoewel de wet ruimte laat om de wens van de overledene toch te volgen.

Van de 66 mensen die vastlegden de beslissing aan de nabestaanden over te laten, en van de 405 mensen die zich niet lieten registreren, stemde uiteindelijk ruim eenderde van de nabestaanden in met orgaandonatie. Nabestaanden hebben bij elkaar dus 311 van de 845 potentiële orgaandonatieprocedures tegengehouden. Uiteindelijk zijn bij 268 van die 845 potentiële donoren organen uitgenomen. Er zijn dus nog veel andere potentiële donoren ‘ongebruikt’ gebleven. Meestal om medische redenen.

Ruim de helft van de Nederlanders zal zich als donor laten registreren als ze gedwongen worden om te kiezen. Dat blijkt uit inmiddels al meer dan tien jaar oud onderzoek. Het idee is dat er daardoor jaarlijks ongeveer 125 donoren bij komen.

Nederland aan kop niertransplantaties

Er zijn al landen met een ja-tenzijwet: Spanje, Oostenrijk, België, Frankrijk, Italië en Zweden. Daar komen gemiddeld meer orgaandonoren beschikbaar. Maar Zweden scoort met bijna 16 donoren per miljoen inwoners bijna net zo hoog als Nederland. Terwijl België veel meer donoren heeft. Het aantal verkeersdoden (een belangrijke ‘bron’ van orgaandonoren) per miljoen inwoners is in België echter ook ongeveer twee keer zo groot.

De discussie over de Nederlandse wetswijziging loopt al ruim een decennium, maar ondertussen zijn die 125 extra donoren er al lang bij. Het NTS-jaarverslag laat het zien.

Nederland gaat binnen de EU aan kop met de niertransplantaties van levende donoren: familie, partner, kennis of zelfs onbekenden schenken dan één van hun beide nieren aan een nierpatiënt op de transplantatiewachtlijst.

Meer levende nierdonoren

Al een paar jaar worden er meer nieren van levende donoren dan van overleden donoren getransplanteerd. Iemand die op de wachtlijst komt voor een niertransplantatie heeft tegenwoordig een kans van 80 procent om een nier te krijgen. Bij andere organen ligt die kans onder de 50 procent. De sterfte op de wachtlijst is hoog en ook worden er veel patiënten van de wachtlijst gehaald omdat hun conditie inmiddels te slecht is voor een zware transplantatieoperatie.

Toch is ook het aantal overleden orgaandonoren de afgelopen vijf jaar met 65 gestegen, naar 271. En het aantal organen dat uit die donoren werd gebruikt steeg met 142 naar 785.

Donoren zijn vaak (verkeers)slachtoffers die een klap op hun hoofd hebben gehad die onontkoombaar tot de dood leidt, of mensen die na een hersenbloeding of -infarct (een beroerte) overlijden. Die patiënten sterven vaak door hersendood. Hun hersenen geven geen teken van leven meer, maar hun hart klopt nog enige tijd.

Het aantal mensen dat organen kan doneren nam de laatste jaren ook toe doordat ook organen kunnen worden gebruikt van mensen die overleden doordat hun hart ermee ophield. Het gaat eigenlijk altijd om patiënten op de IC bij wie verder behandelen medisch zinloos is.