Column

Eis tot dankbaarheid is ook vernederend

Heb ik eigenlijk wel morele standpunten, of ben ik alleen maar de speelbal van emoties als antipathie, angst, empathie, medelijden? Dat vraag je je wel eens af. ‘Alleen maar’ klinkt misschien een beetje al te terughoudend. ‘Alleen maar empathie’ lijkt al heel wat. Wat heb je meer nodig als het gaat om aardigheid, zorgzaamheid, fatsoenlijke behandeling? Maar zo eenvoudig is het niet. We zijn allemaal in staat empathie te voelen, maar we voelen het niet steeds. Iemand die je ziet, iemand die je aankijkt en zo een beroep op je doet, wekt heel wat meer empathie op dan iemand van papier, ‘een’ vluchteling, ‘een’ hulpbehoevende. Het omgekeerde kan trouwens ook: veel gevoel bij zulke woorden, maar niet zo veel bij de werkelijk bestaande getraumatiseerde, stinkende, onverstaanbare of brutale mens voor de neus.

Gevoelens zijn aan nogal wat invloed onderhevig. Het vermogen om mee te voelen of om hulpvaardig te zijn is niet genoeg. Je moet het ook nog gebruiken. En dat gebruik zou niet afhankelijk moeten zijn van je momentane gevoel.

Vorige week protesteerden asielzoekers in Nijmegen tegen de omstandigheden waaronder ze gehuisvest waren: geen privacy, kou, te weinig sanitair, geen bewegingsvrijheid, steeds hetzelfde onaantrekkelijke eten enzovoort. Onmiddellijk werd hen gevraagd of dat niet een beetje ondankbaar was. Nu waren ze in een welvarend, veilig land en dan hadden ze ook nog wat te mekkeren? Maar die vraag werd niet begrepen, stond in het krantenverslag.

Het is weer eens een mooi voorbeeld van hoe moeilijk het is om je in een ander standpunt dan dat van jezelf in te leven. ‘Wij’ willen ons goed voelen en menen het ook goed te doen: we vangen de arme vluchtelingen op. Dankbaarheid graag! ‘Zij’ zijn op zoek gegaan naar ergens waar ze wèl kunnen leven en worden opgesloten in een koud, miezerig tentenkamp. Vrijheid graag!

Als we het voortdurend van directe empathie moeten hebben, komen we niet erg ver.

De moraal bestaat niet voor niets denk je dan. Die tilt al deze gevoelens naar een hoger niveau, waarop ze er als gevoelens niet meer toe doen, alleen nog maar als aanzet voor een manier van handelen.

Het uitgangspunt moet niet zijn of ik of u of wie dan ook hoogstpersoonlijk meevoelt met elke hulpbehoevende. Het uitgangspunt is dat mensen die levensgevaarlijk bedreigd worden in hun bestaan veiligheid geboden wordt. Dat is nu eenmaal zo en hoeft niet steeds bevraagd te worden. Punt.

Het gemak van een morele overtuiging is ook dat wie doet wat hij nu eenmaal moet doen, niet steeds dankbaarheid hoeft te ontvangen. Beter zelfs helemaal niet. Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. Wie geen dankbaarheid verwacht, kan nuchterder kijken naar de noden en verlangens van degene(n) die hij wenst te helpen. Dan is het niet zo moeilijk om te bedenken wat mensen nodig hebben – warmte, zinvolle bezigheden, geborgenheid, waardering – in plaats van voornamelijk te denken: wat ben ik toch voortreffelijk en wat is het belangrijk dat zij dat ook inzien.

En dan kan het soms best helemaal niet zo leuk blijken om fatsoenlijk te zijn. Duur. Hinderlijk. Tijdrovend. Maar wie zei dat het ook nog leuk en prettig moest zijn? In de eis tot dankbaarheid zit ook iets vernederends, zowel voor de dankbare als voor de weldoener.

Dus je zegt tegen jezelf: moraal hoort geïnternaliseerd te zijn, zodat je je er gewoon naar gedraagt (al heeft dat z’n grenzen uiteraard), ook als dat moeite kost.

Bah dat klinkt erg moralistisch, antwoord je.