Egypte krijgt parlement, maar geen democratie

President wil meer macht door grondwet aan te passen.

Stembureau in de Egyptische hoofdstad Kairo. Foto Mohamed el-Shahed/AFP

De laatste keer dat Egypte een parlement koos was in 2012. Een revolutie had president Mubarak ten val gebracht en de Egyptenaren waren in de ban van het heilige vuur van de democratie.

De grote winnaars van die verkiezingen waren de Moslimbroederschap en de salafisten. Dit zette een proces in gang dat veel van de verworvenheden van die revolutie op de helling zou zetten. Zo werd het Egyptische parlement in juni 2012 opgeheven door een panel van rechters.

De Moslimbroederschap is inmiddels verboden, hun president Morsi afgezet door legerleider Sisi, duizenden Moslimbroeders werden gevangengezet, en Sisi, inmiddels burger, is verkozen tot president met bijna 97 procent van de stemmen.

Toen het leger Morsi in 2013 na massale straatprotesten afzette, beloofde het snel verkiezingen voor een parlement en een president. Maar Sisi maakt geen haast. Het is veel handiger om bij decreet te regeren. Maar wil Egypte weer salonfähig worden in het Westen, dan is een beetje parlementaire democratie wel nodig.

Sisi wil de grondwet, die hij nota bene zelf heeft laten goedkeuren, laten aanpassen om hem méér en het nieuwe parlement mínder macht te geven. Dat kan hij doen als hij tweederde van het parlement achter zich krijgt.

‘Sisi’s dreigement om de grondwet aan te passen nog voor het parlement is verkozen, stuurt een kille boodschap naar Egyptes toekomstige wetgevers’, schrijft Timothy Kaldas van het Tahrir Institute for Middle East Policy. ‘Die boodschap is: ken uw plaats en uw grenzen.’

Sisi heeft geen zin in politiek gekibbel. Het liefst had hij gezien dat alle partijen met een gezamenlijke lijst zouden komen. Een pro-Sisi-lijst, uiteraard. Dat ging de partijen te ver. Maar veel verschil zal het niet maken: de meeste van de achttien partijen bewijzen openlijk lippendienst aan Sisi. Iets anders doen betekent politieke zelfmoord.

Ook het kiessysteem zelf zal naar verwachting het pro-Sisi-kamp bevoordelen. Tachtig procent van de zetels zal worden bezet door parlementariërs die, eventueel na een tweede ronde, in hun kiesdistrict met een meerderheid zijn gekozen. Dat systeem bevoordeelt de grote partijen en sluit kleinere partijen zo goed als uit.

Het Al-Ahram Center for Political and Strategic Studies, een denktank, schat dat zo’n 40 procent van de kandidaten lid is geweest van de oude partij van Mubarak. Verwacht wordt dat het systeem van toen opnieuw gaat spelen: partijgetrouwen met veel lokale invloed kunnen het stemmen in hun district naar hun hand zetten.

De uitkomst wordt pas begin december duidelijk. Na het stemmen gisteren en vandaag volgt een tweede fase in de rest van de districten op 22 en 23 november. Voor beide fasen is ook een tweede ronde voorzien.

Bij gebrek aan echte competitie zal veel aandacht gaan naar de opkomst bij deze verkiezingen. Bij de presidentsverkiezingen van 2014 brak er onder de Sisi-aanhangers paniek uit toen de opkomst veel lager was dan verwacht. Zo zeker leek Sisi’s overwinning dat veel Egyptenaren niet de moeite namen om te gaan stemmen. Er werden allerlei maatregelen genomen – verlof, sluiten van winkelcentra, extra verkiezingsdagen – om de opkomst op te krikken.

Deze keer zijn er geen speciale maatregelen genomen, merkt H.A. Hellyer, een Egypte-expert verbonden aan het Royal United Services Institute in London en het Brookings Institution op. „Een lage opkomst kan dit keer een voordeel zijn voor Sisi. Als die lager is dan bij de verkiezing van Sisi zelf, stuurt dat wat hem betreft de boodschap dat de Egyptenaren niet echt geïnteresseerd zijn in een parlement.”