Een secondenspel in Amsterdam

Abdi Nageeye brak de limiet voor ‘Rio’. Michel Butter kwam acht seconden tekort. Dat is zo’n 42 meter op 42,195 km.

De Keniaan Bernard Kipyego, net als vorig jaar winnaar van de marathon van Amsterdam. Foto Jerry Lampen/ANP

De grimas op zijn gezicht verried diepe teleurstelling. Zijn ogen waren dof van ellende. Met de handen voor zijn gezicht passeerde Michel Butter de finish van de marathon van Amsterdam om, na op de been te zijn geholpen, zijn verdriet en frustratie in de armen van zijn vriendin uit te storten. Zo pijnlijk is het missen van de olympische limiet op acht seconden.

Wat is nu acht tellen op een afstand van 42 kilometer en 195 meter? Iets meer dan 42 meter. Gevoelsmatig niets, nada, nul komma nul. Maar voor Butter is dat het gat tussen Amsterdam en Rio de Janeiro.

Iets meer dan 40 meter, waar praten we over? Over een streep die door sportkoepel NOC*NSF in samenspraak met de Atletiekunie is getrokken. Vooraf wordt gewikt en gewogen. Iets gegeven door de Atletiekunie, iets genomen door NOC*NSF, om voor deelname aan de olympische marathon uit te komen op een bovengrens van twee uur en elf minuten. En geen gezeur achteraf, ook al is de marge uiteindelijk rond de veertig meter. Zo hard is het systeem, dat beoogt kansrijke sporters naar de Spelen te sturen en te voorkomen dat NOC*NSF als een olympisch reisbureau dienst doet.

Chef de mission Maurits Hendriks bevestigt telefonisch vanaf zijn vakantieadres – eigenlijk ten overvloede – dat een limiet hard wordt toegepast. Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie en voorheen als prestatiemanager van NOC*NSF een hulp van Hendriks, kent de mores op Papendal en zegt dat Butter niet op clementie van de bond hoeft te rekenen.

Dat lijkt logisch. Maar dat leek het vier jaar terug, in aanloop naar de Olympische Spelen in Londen, eveneens bij Miranda Boonstra, die in de Rotterdam Marathon de olympische limiet óók op acht seconden misliep en na veel verongelijktheid van haar zijde alsnog werd voorgedragen door de Atletiekunie. Zonder resultaat natuurlijk. Maar destijds was Roskam nog niet de technisch directeur.

Miezerige omstandigheden

Van Butter hoeft de Atletiekunie deze keer geen verzoek te verwachten. De gepijnigde marathonloper accepteert de gevolgen van de scherpe limiet, zelfs nu hij een veertigtal passen voor ‘Rio’ tekort komt. De loper noch zijn trainer Guido Hartensveld zoekt excuses, ook al kunnen beiden wijzen op de kille en miezerige omstandigheden waaronder de marathon moest worden gelopen. Dat koude bad voor spieren kon wel eens het verschil hebben gemaakt, erkent Hartensveld. Maar de grens van twee uur en elf minuten was vooraf bekend. En Hartensveld had zich vier jaar terug nogal geërgerd aan Boonstra’s gepiep over haar acht seconden. Dan heeft het geen pas die verontwaardiging te herhalen.

Butter troost zich met de gedachte dat hij terug is op zijn oude niveau, na een kwakkelperiode die twee jaar terug werd ingeluid door de stressfractuur in zijn heup. Dat hij is teruggekeerd na een diepe crisis vervult hem met trots. De marathonloper zal komend voorjaar in Tokio of Rotterdam een tweede poging wagen om de olympische limiet te slechten, al zullen in dat geval zijn kansen op een mooi resultaat in Rio afnemen. Daarvoor is zijn voorbereidingstijd te kort. Smartelijk: „Ik had graag in alle rust naar de Spelen willen toewerken.”

Een olympische limiet lopen is ook een kwestie van benadering, bewijst Abdi Nageeye, een goedlachse gevluchte Somaliër, die zich dankzij een eindtijd van 2.10.24 volgend jaar augustus in Rio in het oranje mag hijsen. Nageeye nam de gok die Butter en Khalid Choukoud, die in Amsterdam de olympische limiet op 34 seconden miste, niet wensten te nemen. Nageeye voelde niets voor de tactiek van de negative split – het tweede deel van de marathon sneller lopen dan het eerste deel – maar koos voor het offensief. Hij achtte zich in staat ‘Amsterdam’ – in 2.06.19 gewonnen door de Keniaan Bernard Kipyego – rond de twee uur en acht minuten te lopen. De natte praktijk bleek weerbarstiger, maar zorgde er wel voor dat hij een late terugval kon compenseren met een marge van anderhalve minuut.

Nageeye naar Rio, daar hadden vooraf weinigen rekeningen mee gehouden. Wel de geboren Somaliër, hoewel hij als baanatleet en crosser veel tegenslagen had moeten verwerken en in Amsterdam pas zijn derde marathon liep. Waarop baseerde Nageeye dat zelfbewustzijn? Op zijn vertrek naar Ethiopië, antwoordt hij vol overtuiging. Daar traint de atleet in de groep van Tessema Abshero, een coach uit de stal van atletenmanager Jos Hermens. Nageeye vond het na zijn flops op de baan en in het veld tijd voor een harde keuze. Alleen dan zou hij nog wat van zijn carrière kunnen maken, meende de loper. „In Ethiopië is het leven simpel, back to basic. Daar train ik knetterhard: vijf uur per dag, 180 kilometer per week. In de groep kan ik me niet verschuilen.”

Naageeye in bloedvorm

Het resultaat mag er zijn. Nageeye kwam in bloedvorm naar Amsterdam en heeft met de olympische kwalificatie eindelijk het gevoel een prijs te hebben gewonnen, ook al finishte hij als achtste. Desondanks vierde de loper zijn feestje ingetogen, omdat hij achter de eindstreep getuige was van het sportieve drama dat zich rond Butter en Choukoud voltrok. De loper had oprecht met zijn Nederlandse concurrenten te doen en vond een vreugde-uitbarsting ongepast.

Prachtig dat succesje en goed voor Nageeyes zelfbeeld, maar geen prestatie waarmee hij indruk zal maken in Ethiopië. De lopers van zijn trainingsgroep zullen minzaam lachen om zijn eindtijd van 2.10.24. Hun gemiddelde marathontijd ligt zo’n vijf minuten lager. Het vooruitzicht van een sceptische ontvangst doet de atleet besmuikt lachen. Maar brengt hem tot het besef dat er hard gewerkt moet worden om olympische uitzending in een klinkend resultaat om te zetten.