China manipuleert de cijfers, de vraag is alleen: hoe zwaar?

De laatste Chinese groeicijfers vallen mee. Is dat manipulatie of is de Chinese economie leniger dan menigeen denkt?

De groei van de Chinese economie is in het derde kwartaal van dit jaar gedaald tot 6,9 procent, het laagste niveau sinds de financiële crisis van 2008. Dankzij de consumentenbestedingen en de snel groeiende dienstensector blijft de Chinese economie in de officiële versie duidelijk beter presteren dan de meeste economen en analisten in de peilingen voorspelden.

Onmiddellijk na de presentatie van de driemaandelijkse groeicijfers barstte vanochtend opnieuw de discussie los over de geloofwaardigheid van de Chinese statistieken. Het Centrale Bureau voor Statistieken verdedigde de accuratesse van de cijfers die worden betwist door onder andere Capital Economics, een in China gespecialiseerd Brits onderzoeksbureau. Volgens China-expert Julian Evans Pritchard moeten de cijfers met een „grote korrel zout” worden genomen. Hij verwijt de officiële statistici dat zij de inflatie niet meewegen in hun berekeningen en zich daardoor schuldig maken aan politieke manipulatie. Zou dat wel gebeuren, dan zou het cijfer 1,5 tot 2 procent lager uitkomen – en dus onder de officiële doelstelling van „rond de 7 procent”.

Geen enkele econoom betwijfelt nog of China manipuleert voor politieke doeleinden, maar de schattingen over het echte cijfer lopen sterk uiteen. Andere, minder sombere economen, onder wie Louis Kuijs van Oxford Research en Julia Wang van de zakenbank HSBC, denken dat de Chinese economie zich stabiliseert en in het vierde kwartaal een versnelling laat zien, waardoor de groei op jaarbasis uitkomt op bijna 7 procent. Het IMF gaat voor dit jaar uit van 6,8 procent.

In de afgelopen maand heeft de Chinese staatsraad besloten 200 infrastructurele projecten, waaronder de aanleg van metro’s in vijf middelgrote steden, waterzuiveringsinstallaties en spoorwegen, versneld uit te voeren. „Luie overheidsfunctionarissen”, zoals premier Li Keqiang ze noemt, worden op grote schaal vervangen. Hun wordt verweten dat ze te lang treuzelen met bij het uitgeven van beschikbare budgetten voor grote projecten. Verder wordt verwacht dat de Centrale Volksbank de rente binnenkort opnieuw (voor de zesde keer in twee jaar) zal verlagen.

Duidelijk is in ieder geval dat de hervorming van de Chinese economie van een op export gericht, lagelonenland naar een diensteneconomie in volle gang is. Het aantal mijn-, staal- en machinebedrijven dat sluit stijgt en ook de werkloosheid is licht gestegen, van 4,8 naar 5,2 procent.

De omschakeling is zichtbaar in de groei van de consumentenbestedingen doordat in de dienstensector hogere lonen worden betaald. Deze uitdijende sector van e-commerce en zorg groeide in het afgelopen kwartaal met 8,4 procent. Uit de aanhoudend hoge consumentenbestedingen blijkt ook dat het effect van de Chinese beurscrisis tot nu toe beperkt is gebleven, hoewel de vastgoedsector (buiten de megasteden met meer dan 15 miljoen inwoners) nog weinig tekenen van herstel vertoont.

Op de groei van het aantal miljardairs in China had de beursval, die nog steeds aanhoudt, zelfs helemaal geen enkele invloed. Volgens The Hurun Report, het befaamde Shanghaise adviesbureau dat het doen en laten van de nieuwe rijken in China in kaart brengt, telt China meer miljardairs dan de VS: 596 tegen 537. Worden Hongkong, Macau en Taiwan meegerekend dan stijgt het aantal Chinese superrijken zelfs naar 715.

De rijkste Chinees is op dit moment vastgoed- en filmmagnaat Wang Jianlin met 34,4 miljard dollar. Jack Ma van Alibaba zakte als gevolg van de daling van de koers van zijn internethandelsbedrijf naar de tweede plaats met 22,7 miljard dollar. In de toptien van rijkste Chinezen bevinden zich alle eigenaren en/of oprichters van de belangrijkste ICT-bedrijven en sociale media, waaronder Baidu (het Chinese Google) en WeChat, de tegenhanger van WhatsApp.