Wat te doen tegen de opkomst van het politiek amateurisme?

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Buma en het antwoord op het groeiende politiek amateurisme. Ofwel: waarom vallen zo weinigen terug op de oude middelen – kennis, inzicht, gezag – van hun vak?

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Hij heeft er, dacht ik, de journaals niet mee gehaald. Maar de politicus van de week was natuurlijk Sybrand Buma. De manier waarop de CDA-leider Wilders dwong zijn eigen grootspraak te ontkrachten, was een verfrissende breuk met een jarenlange praktijk.

Het gebeurde in het vluchtelingendebat. Buma, kenner van het asieldossier, wees er Wilders kalmpjes op dat de PVV (‘grenzen dicht’, ‘nul asielzoekers erbij’) geen bezwaren maakte toen het kabinet laatst instemming vroeg om asielzoekerscentra sneller te bouwen en inspraakprocedures te verkorten.

Wilders blies Buma weg, zoals Wilders dat kan. Buma hield deze keer vol. Wilders blies nog een keer. Buma herhaalde zijn vraag. Wilders merkte dat zijn blazen niet werkte. Buma herhaalde beleefd zijn vraag. Zodat Wilders tenslotte moest bekennen dat zijn fractie, inderdaad, voor een maatregel had gestemd „waarin een onderdeeltje zit dat wij niet willen’’.

Het gaf Buma ruimte de PVV-leider op zijn nummer te zetten. „Het asielzoekerscentrum in uw provincie is er mede dankzij de PVV.”

Dit was meer dan een ontmaskering. Hier liet een politicus zien dat politiek, tenslotte, een zaak van professionaliteit is. Een vak. En dat achter de grootspraak van die PVV zeer veel amateurisme schuilgaat.

Voorzover Wilders de laatste jaren van repliek werd gediend, was het bijna altijd met vorm. Angst met angst beantwoorden. Grote woorden met grote woorden. En Buma, van nature geen spektakelzoeker, koos deze week voor inhoud. Hij was, dat zie je niet vaak, beter voorbereid dan Wilders. Hij had de stukken gelezen. Hij kende de details. Hij had zijn werk beter gedaan.

Interessant was ook dat Buma’s opereren deel uitmaakte van een groter geheel. De Tweede Kamer was deze week duidelijk niet meer van plan het speelveld aan Wilders te laten. Pechtold wees hem op de 16.000 asielzoekers die binnenkwamen toen de PVV Rutte I gedoogde. Klaver, Slob, Samsom, zelfs Zijlstra: ze hadden allemaal puntjes om het de PVV-leider moeilijk te maken.

Hij is het ontwend – je kon het zien. Je kon het ook zien aan de schichtige blikken van PVV-medewerkers en -Kamerleden: zij weten dat hun baas krachttermen niet schuwt als hij, in zijn ogen, slecht op een debat is voorbereid. Wat dat betreft bestaat er grote consistentie tussen ’s mans interne en externe optreden: het ligt altijd aan anderen.

Maar goed – de manier waarop officieel Den Haag hem deze week afdroogde, creëert natuurlijk niet automatisch andere electorale dynamiek. Wilders heeft zich tot verzetsheld van de asieloppositie gedefinieerd, dat verander je niet met één debat.

Er komt bij dat het politieke amateurisme al langer een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de kiezer heeft: ook daarvan bevatte de week talrijke voorbeelden.

Zo was ik donderdagmorgen, de dag na het vluchtelingendebat, in Woerden, op de plek waar vorig weekeinde een noodopvang van asielzoekers werd bestormd door mannen met brandbommen en eieren.

Bij aankomst was ik even in de war. Nergens beveiliging. In de sporthal van de noodopvang speelden pubers badminton. Geen spoor van onheil. Wat bleek: de noodopvang, ingesteld voor 72 uur, was alweer gesloten.

Het was hier tien minuten rijden van het Schilderskwartier, de wijk waar ik om de paar maanden – what’s the matter with Woerden? – bewoners aanhoor over Den Haag. Ik merkte dat de meeste mensen in de bestorming niet het drama zagen dat media ervan maakten. Niemand praatte het goed – ook PVV-aanhangers niet. Maar wat inzichtelijker was: er waren genoeg redelijke mensen die de bestorming wel begrepen.

Zij bleken bozig, soms wanhopig, over de gebrekkige duidelijkheid van de overheid. Ze vinden het niet zo’n punt vluchtelingen op te vangen. Hun zorg is de onbekende omvang ervan: hoeveel komen er nog, wanneer houdt dit op? Ze willen een grens van de regering horen. Een norm, een getal: iets van houvast.

Ik haalde de bekende argumenten aan waarom grenzen sluiten niet kan. Zelfs als Heras Hekwerk het land omheint, zei ik, zullen nog mensen binnenkomen. En: als Noord-Korea en de VS hun grenzen niet dicht krijgen – waarom zou Nederland het dan wél kunnen? En: hoe moet het dan met ons als handelsland?

Kon wel wezen, noteerde ik, maar zonder zichtbaar eindpunt zagen deze mensen bijna allemaal op tegen extra vluchtelingen.

Dus aan de enige politicus die wél een grens stelde mocht van alles mankeren, hij overdreef misschien, hij stemde soms blijkbaar verkeerd, prima allemaal, maar die andere politici, met hun vage praatjes, vonden ze in het Schilderskwartier veel erger.

Nu heeft de officiële politiek altijd manieren gehad om opkomend amateurisme in te dammen. Ik moest eraan denken toen ik dinsdagavond, bij de Algemene Beschouwingen in de Eerste Kamer, senator Henk ten Hoeve zag spreken.

Wie? Henk ten Hoeve vertegenwoordigt de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF), een verzameling provinciale partijen met de Fryske Nasjonale Partij als kern. Een redelijke man, geen populist, en gezien de fragiele politieke verhoudingen eigenaar van een senaatszetel die de komende jaren doorslaggevend kan zijn.

Ten Hoeve besloot in dit richtinggevende debat de helft van zijn spreektijd op te maken aan Omroep Friesland. Daar keek ik van op. Hij legde me later telefonisch uit dat dit voor hem nu eenmaal een cruciale zaak is.

Tegelijk leerde wat research me dat die OSF, in 2003 voor het eerst in de senaat gekozen, volledig is ingekapseld met subsidie. De senaatzetel geeft de partij recht op jaarlijks drie à vier ton (dat leest u goed), en de OSF besteedt dat aan aangesloten provinciale partijen (Partij voor Zeeland, Vrouwenpartij, etc.).

Zo is die OSF in feite een subsidieverdelingsmechanisme. In de partijarchieven kwam ik de krankzinnigste bestemmingen tegen. Ruim 8.000 euro voor het Drents volkslied. Ruim 11.000 euro voor een cd met liedjes in dialect. Elk jaar tienduizenden euro’s voor de FNP. En Binnenlandse Zaken vindt het allemaal goed: het eigen geluid van de provinciale politieke amateurs geapaiseerd met belastinggeld.

Maar duidelijk is dat de nieuwe uitdagers zich niet meer laten afkopen. Woensdagochtend, toen de Kiesraad bekendmaakte of GeenPeil voldoende betrouwbare handtekeningen verzamelde voor een referendum over het associatieverdrag met Oekraïne, was wat dat betreft het meest inzichtelijke moment van de week. De nieuwe democratie in actie.

Jan Roos, Bart Nijman (GeenStijl) en Thierry Baudet (Forum voor Democratie) kwamen hun overwinning ophalen. Het contrast had niet groter kunnen zijn. Officieel Nederland dat, gezeten achter zo’n te brede tafel, via de Kiesraad liet weten dat alle formaliteiten in orde waren. En die drie mannen die losjes de democratie opeisten: wij bepalen voortaan óók de politieke agenda.

Den Haag feliciteerde ze uitbundig – maar bleef er glazig bij kijken. Later in de week sprak ik een prominente coalitiepoliticus die verzuchtte: wat ben ik blij dat we bij het begin van deze kabinetsperiode nog geen referendum hadden; dan waren onze hervormingen zeker mislukt.

Intussen leverde de week ruim illustratiemateriaal op voor de stelling dat de nieuwe assertiviteit niet per definitie tot beter resultaat leidt. Burgemeesters komen steeds vaker ten val omdat lokale verhoudingen, versplinterd door de groei van nieuwe partijen, verziekt raken. Korte lontjes en confrontatie in plaats van kalmte en inzicht.

De verhalen zijn herkenbaar: kopieën van de landelijke politiek. Of het tij nog is te keren betwijfel ik: het SCP meet al jaren dat de burger werkelijk véél meer wil meepraten – de ruimte is opgeëist en ingenomen.

Ook lijkt me nu wel duidelijk dat traditionele politici zich te gemakkelijk als amateurs gedragen. Dan bestrijd je amateurisme met amateurisme – dat werkt dus niet.

En Buma liet deze week zien wat wel werkt: amateurisme beantwoorden met professionaliteit. Met inhoud, inzicht en gezag. Vreemd dat zoveel politici die middelen uit het oog verloren zijn.