Column

Sobere opvang vluchtelingen is pas begin van het verhaal

Dat Europees beleid steeds meer binnenlands beleid is werd deze week weer eens treffend bewezen. Wederom ging het over de vluchtelingen. Het debat met de minister-president over dit onderwerp voorafgaand aan de Europese top in Brussel kreeg in de Tweede Kamer een volledig binnenlandse politieke dimensie, inclusief de daarbij behorende partijpolitieke profilering. Met opnieuw PVV-leider Geert Wilders en diens provocerende stijl van optreden als rumoerig middelpunt.

Dat leidde de aandacht helaas af van wat er werkelijk gebeurde: het ontstaan van een vrij brede consensus over de aanpak in Nederland van het snel groeiende vluchtelingenprobleem. Sober is het begrip waarmee links en rechts zich wisten te verenigen. Wat een week geleden weinig verheffend begon door uitlatingen van VVD-fractieleider Zijlstra over door vluchtelingen nagestreefde borstvergrotingen en ooglidcorrecties, eindigde zodoende met overeenstemming over enkele acute maatregelen van het kabinet om de stroom asielzoekers enigszins ordentelijk op te kunnen vangen.

Gezien de fundamentele tegenstelling die hierover bestaat tussen de coalitiepartners VVD en PvdA, is dit politiek gesproken een prestatie van formaat. Of het tot een werkelijk structurele oplossing leidt is een andere zaak. Maar hier speelt ook mee dat geheel onbekend is wat Nederland nog te wachten staat. Wat wel vaststaat: de soms tot op honderdtallen nauwkeurige cijfers die het kabinet ook weer in recente brieven aan de Tweede Kamer hanteert ten aanzien van de opvangplaatsen, lijken weinig van doen te hebben met de werkelijkheid.

Deze onvoorspelbaarheid geeft het debat onwezenlijke trekken. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar voor heel Europa. Terwijl enkele weken geleden binnen de Unie werd gestreden en uiteindelijk een afgedwongen akkoord werd bereikt over het voorstel van de Europese Commissie om 160.000 vluchtelingen over de lidstaten te verdelen, duidt de praktijk op aanzienlijk hogere aantallen. Zo wordt dit jaar alleen in Duitsland al rekening gehouden met één miljoen vluchtelingen die zich zullen melden.

Veelzeggend was de brief die voorzitter Donald Tusk van de Europese Raad eerder deze week aan zijn collega’s schreef ter voorbereiding op de Europese top. Daarin waarschuwde hij voor mogelijk nog grotere vluchtelingenstromen naar Europa komend voorjaar. De vraag was volgens hem of de maatregelen waarover nu in Europa wordt gesproken voldoende zijn om een nieuwe migratiegolf op te vangen.

De Europese regeringsleiders hebben dit signaal in elk geval verstaan. Zij werden het donderdagavond laat relatief snel eens over een aantal maatregelen om het vluchtelingenprobleem dichter bij de bron aan te pakken. Afspraken met Turkije waar een forse prijs voor zal worden betaald – zowel in politieke zin als in financiële – moeten ertoe leiden dat vluchtelingen niet meer in groten getale door dit land verder naar Europa kunnen trekken. Ook hier geldt dat de praktische uitvoering aanzienlijk lastiger en weerbarstiger zal blijken te zijn.

Nu de oorlog in Syrië verder escaleert, zal het vluchtelingenvraagstuk alleen nog maar toenemen en zal er van terugkeer voorlopig geen sprake zijn. Als onderdeel van Europa moet Nederland zich op deze realiteit voorbereiden. Dan is de consensus van eerder deze week niet voldoende. Op sobere opvang volgt echte opname in de samenleving. Dit is een moeilijk verhaal voor de politiek. Maar het is wel een noodzakelijk verhaal.