Shakespeare gaat live

De Britse acteur Kenneth Branagh filmt Shakespeare op toneel. Te zien in de bioscoop, ook in Nederland.

Actrice Judi Dench speelt mee inThe Winter’s Tale, dat vanuit het theater live in de bioscoop te zien zal zijn.

In de ogen van Kenneth Branagh kan er weinig op tegen het idee dat je gezien wordt door duizenden toeschouwers tegelijk. „Er is een verschil tussen de planken opkomen voor zevenhonderd man, of in de wetenschap dat er honderdduizend zitten te kijken”, zegt hij.

Met zijn jongste project doet de Britse acteur beide: hij speelt Shakespeare op toneel, en wordt tegelijk live bekeken in duizenden bioscopen, onder meer in Nederland.

Branagh richtte er een nieuw toneelgezelschap voor op, met jonge sterren als Richard Madden (Game of Thrones), Lily James (Downton Abbey), gevestigde namen als Zoe Wannamaker (Harry Potter), Derek Jacobi (I, Claudius), en dame Judi Dench. Vanavond gaat The Winter’s Tale met Dench in première in Londen.

De stukken die hij met dit gezelschap zal brengen – The Winter’s Tale, Romeo & Juliet, Harlequinade van Terence Rattigan over een acteur- directeur die Romeo & Juliet op toneel brengt, en The Entertainer van John Osborne – delen iets wat ze geschikt maakt voor deze manier van registreren: „Ze spelen met illusie.”

Het zorgt voor opwinding in Londen. Live-verfilmingen zijn een trend in het theater. Ook Hamlet van het National Theatre, met in de hoofdrol Benedict Cumberbatch, werd in bioscopen (ook Nederlandse) vertoond.

Met zijn live-registraties wil Branagh „méér dan een camera op de beste stoel in het theater zetten”. Daarom vroeg hij regisseur Rob Ashford mee te werken, die onder meer de uitzendingen van de Oscar-filmprijzen regisseerde, en ook Ben Caron, in het Verenigd Koninkrijk vooral bekend door zijn prijswinnende televisieregistratie van optredens van illusionist Derren Brown.

De repetitie voor The Winter’s Tale, in een kerk annex jeugdhonk in het centrum van Londen, is net afgelopen. Branagh: „Alle acteurs stelden de vraag: ‘Moet ik anders acteren nu het wordt uitgezonden?’ Dat is niet eenvoudig te beantwoorden. Misschien is het mogelijk in een rustige scène iets aan te passen, iets waarvan je weet dat het op de camera beter overkomt.”

Regisseur Ashford interrumpeert. Twee jaar geleden deden ze samen Macbeth in New York. Hij vertelt hoe Branagh op het hoogtepunt van de paranoia van de Schotse koning omhoog kijkt. „De camera regisseerde zijn blik. Het was sensationeel.” Vanuit een stoel in het theater was die blik niet te zien.

„Live-registraties zijn een verfrissende manier om publiek met theater kennis te laten maken”, zegt Caron, „maar theater moet, vind ik, zelfstandig kunnen bestaan”. Branagh: „Het is een kans je in de bioscoop iets van meerwaarde te geven, dat je niet louter getuige bent geweest van een toneelstuk.” Maar, belooft hij, zonder water bij de wijn in het theater. Het Garrick Theatre is volgens hem zo intiem dat zij „het wit in je ogen zien”.

Voor Branagh is dit „een natuurlijke ontwikkeling” in een carrière die zowel toneel, televisie als film besloeg. In al die vormen speelde hij Shakespeare. Romeo & Juliet noemt hij „een hoofdbestanddeel” voor iedereen die de Bard wil leren kennen. Het veranderde zijn leven als tiener, vertelt hij. „Neem The Winter’s Tale. Kan iemand een vreselijke vergissing maken en vergeven worden? Hebben wij genade? Shakespeare is een voortdurend gesprek over menselijkheid.”