Ritje door fabelachtig spookhuis

Spoken bestaan, valt Edith Cushing (Mia Wasikowska) met de deur in huis. Een lugubere schim van haar aan zwarte cholera overleden moeder kroop immers ooit in haar kinderbedje om haar te waarschuwen voor de toekomst. Eenmaal volwassen beseft ze dat spoken een metafoor zijn voor het verleden. Dus marcheert ze kordaat haar eigen metafoorverhaal binnen.

De rollen zijn helder verdeeld in Crimson Peak, en dat kan Edith, schrijfster van ‘gothic romance’, moeilijk ontgaan. Zij is de blonde ingénue, een maagd opgegroeid tussen nuchtere Amerikaanse mannen die een prikkel mist en als een blok valt voor de droeve charme van Tom Sharpe (Tom Hiddleston), een bleke aristocraat met een vreselijk geheim. Zij wil hem redden en laat zich daarbij niet afschrikken door zijn in scharlaken gehulde zuster Lucille (Jessica Chastain), die haar toebijt dat ze thuis vlindertjes voert aan de motten.

Alles is retro en kunstmatig in Crimson Peak. De sets druipen van de zwarte romantiek, is het griezelig? Meer een rit door een fabelachtig spookhuis waar je verlekkerd anticipeert op het skelet in de spiegel en de natte dweil in je gezicht. Totdat al dat metaforische bloed in de finale van Crimson Peak warempel even echt, warm en eng wordt. Want al is de driehoek van Chastains marmeren hysterie, Hiddlestons kwetsbare vampier en Wasikowska’s gouden kindvrouwtje nogal nadrukkelijk geacteerd, het werkt wel.