Rare druiven

Voorwoord Harold Hamersma

Foto Ringel Goslinga

Mijn eerste wijnkoopgids verscheen in 2002. Als ik daar nu op terugkijk was het proeven en schrijven toen een fluitje van

een cent. Voor mijn De Lekkerste Chardonnay beoordeelde ik destijds een kleine duizend flessen, waarvan er 350 in het boek belandden.

Omdat mijn belangstelling voor wijn verder reikte dan louter het wit van deze druif, besloot ik op zeker moment aan een weidsere zoektocht te beginnen. Vijf jaar op rij maakte ik de Wijnalmanak, een wijnkoopgids met de beste wijnen onder de vijf euro. En nu verschijnt al weer voor de zesde keer De Grote Hamersma, waarin ik de lekkerste wijnen in alle prijsklassen in kaart breng. Dit jaar proefde ik rond de 8.500 flessen, maar liefst 1.500 meer dan vorig jaar.

Aan de ene kant verbaasde die extra hoeveelheid mij. Voor deze editie had ik minder partijen gevraagd om wijnen in te sturen. Maar aan de andere kant keek ik er ook weer niet van op. De aanbieders volgen het gedrag van de wijnkopers. We zijn niet zozeer meer wijn gaan drinken, we willen meer keus. En we willen betere en duurdere wijnen drinken. Ter illustratie: waar een aantal jaren geleden het wijnassortiment van een grote supermarkt nog ‘slechts’ 500 verschillende soorten telde, zijn er nu al supermarkten waar het aanbod 800 stuks omvat.

Ook de speciaalzaken lieten zich niet onbetuigd. Wat zijn er in korte tijd een hoop ‘specialisten’ bijgekomen, vooral online. Enthousiastelingen die zich verloren hebben in een streek in Spanje, louter mousserend doen of de mensheid slechts natuurwijnen willen schenken.

Wilde wijnen

Wat nu viel het afgelopen jaar zoal op? Om te beginnen dat een aantal supermarkten zich steeds meer als wijnspeciaalzaak gaat gedragen, inclusief prijskaartjes die bijna de honderd euro aantikken. Ook ontving ik veel meer wijnen uit wijnlanden die ik niet eerder bij de grootgrutter had gezien. Of uit andere regio’s, van onbekende druiven of van onverwachte producenten. Nu wijn alledaags is geworden, willen sommige supermarkten hun klanten verrassen.

Opvallend is het aanbod van biologische-, biologisch-dynamische en natuurwijnen. Met name van die laatste, de zogeheten ‘wilde wijnen’, kreeg ik opvallend veel flessen aangereikt. Druivensap dat lekker zijn eigen gang heeft mogen gaan in het wijnmaakproces. Maar wijn blijkt net als een kind. Als je ’m niet wat sturing geeft en en passant nog een beetje opvoedt, gaat het mis.

Tegen wijndrinkers die verkondigen dat ‘non-interventiewijnen’ beter smaken, en dat zijn er steeds meer, zeg ik altijd: „Dat is hetzelfde als beweren dat je merlot altijd lekker vindt. Of bleekroze rosé...” Ik bespeurde een hoop leed. Meer dan ooit, omdat ‘puur natuur’ in is. Ik opende vele flessen met stilstaand water uit een zomersloot, de dode brasem incluis. Er waren gekantelde gierwagens. En biobakken met doorgedraaid fruit. Als ik bofte, kreeg ik non-descript, vaak uniform smakend rood (aardbeienjam) of wit dat mij deed denken aan op hol geslagen appelsap. Neemt overigens niet weg dat ik toch ook een flink aantal erg lekkere ontdekte.

Wat nu was het vrolijkste nieuws? Het feit dat we ons lijken te ontdoen van het calvinistisch juk: we hebben echt de smaak van Champagne te pakken gekregen. Met name van kleinere producenten heb ik voor deze editie een recordhoeveelheid geproefd en akkoord bevonden. Prachtige, spatzuivere, ‘niet-commerciële’ vaak biologische of biologisch-dynamische wijnen, gemaakt door een nieuwe generatie wijnmakers.

Nadat ik de laatste fles voor mijn gids had beoordeeld, heb ik er eentje opengemaakt. Om het te vieren.