Erkenning voor Nederlanders zou niet hebben misstaan

In het artikel over de toekenning van de Nobelprijs voor de chemie (Nobelprijs chemie, NRC Handelsblad, 8 oktober) noemt Jan Hoeijmakers de toekenning aan Lindahl, Sancar en Modrich, terecht een erkenning van het vakgebied. DNA-reparatie is cruciaal voor onze gezondheid. Onderzoek hiernaar vergroot ons inzicht in erfelijke aandoeningen, veroudering en kanker. Omdat Nederlandse onderzoekers op dit terrein fundamentele bijdragen hebben geleverd, lijkt het mij juist als NRC aan hun bijdragen aandacht schenkt.

Onderzoek naar herstel van fouten in DNA begon circa 55 jaar geleden. Aanleiding was de vrees voor de effecten van stralingsschade als gevolg van kernexplosies. Jacob Cohen leidde een team van biochemici, genetici, celbiologen en biofysici in het Medisch Biologisch Laboratorium te Rijswijk. Doel: multidisciplinaire aanpak van de mechanismen van herstel van stralingsschade. De fundamenten voor het huidige onderzoek zijn gelegd door Rörsch en van der Putten, die in de jaren zestig en zeventig werkten aan DNA-herstel in bacteriën, en door Bootsma, die de gevoeligheid van menselijke cellen voor ioniserende straling en UV licht onderzocht. Aan de Erasmus Universiteit heeft Bootsma de oorzaken van erfelijke aandoeningen zoals xeroderma pigmentosum opgehelderd en, samen met Jan Hoeijmakers, cruciale bijdragen geleverd aan de relatie tussen fouten in DNA en kanker. Die bijdragen zijn internationaal erkend, gelet op hun wetenschappelijke prijzen. Een (gedeelde) Nobelprijs zou niet hebben misstaan.

,