Nie pleuje

Premier Rutte was op bezoek in het Vlaams parlement. Hij zoende er stevig op los en zijn speech klonk als een sprookje van innige vriendschap. Zelfs in de havens van Rotterdam en Antwerpen zag hij een eeneiige tweeling. Anders dan een engelenopstoot kun je dat niet noemen. Havens van buurlanden zijn onverzoenbaar.

De premier ging nog verder. Hij zei dat komende zomer heel Nederland mee zal juichen met de Rode Duivels in Frankrijk. Laat dat zijn Chileense alter ego over Argentinië zeggen en kompels worden soldaten. De minister-president pleegde een territoriaal misdrijf tegen Oranje. Overigens geloof ik niet dat hij enig balgevoel heeft – pianisten houden niet van voetbal.

Voorgangers van Rutte waren ook wel koele minnaars van de Lage Landen, maar tot sentiment kwam het niet. Zelfs Dries van Agt bleef berekend in zijn metaforen over roomse blijheid, culinair genot en entente-achtige verzinsels. Hoe Latijns van inborst hij ook was, de Hollandse koopman in hem hield de liefde voor België zakelijk.

Natuurlijk weet het perkamenten heertje Rutte niet dat de Rode Duivels schatplichtig zijn aan zijn land. De internationals Dries Mertens, Nacer Chadli, Jan Vertonghen, Moussa Dembélé, Thomas Vermaelen en anderen zijn pas profvoetballer geworden in de Nederlandse competitie. Marc Degryse en Luc Nilis gingen hen voor bij PSV. In opleiding, coaching, infrastructuur en medische begeleiding had de Nederlandse eredivisie de Belgische eerste klasse ver achter zich gelaten. Het is pas de laatste jaren dat er iets van gelijkwaardigheid is ontstaan tussen Beneclubs, zij het dat de begroting van Ajax nog altijd het dubbele is van die van Anderlecht.

De moffenhaat die Oranjelegioenen lange tijd beheerste, is opgedroogd. De vijandelijkheden zijn genormaliseerd. Zo niet de kezenhaat bij de aanhang van de Rode Duivels. Het minderwaardigheidscomplex is in voetballend België nog niet verwerkt. Bizar en hufterig was het publieke leedvermaak van Vincent Kompany na de dramatische uitschakeling van Oranje voor het EK. Uitgerekend de aanvoerder van de Belgische voetbalnatie ging als een nieuwe wilde tekeer in opgeklopte revanche. Zo van: de Hollanders hebben eindelijk hun lesje geleerd. Het volk in het Koning Boudewijnstadion deinde giftig mee met de primitieve afrekeningswoede van het bidprentje.

Gênant was het wel.

Dat werd het al helemaal toen Wesley Sneijder begon te roepen dat Nederland de Belgen achterna moet om het voetbal van Oranje te redden. Hij stelde de Duivels als voorbeeld van passie, talent en werkkracht. Of de omkering van de geschiedenis.

Een groteske.

Kleine nuance: het was wel Dick Advocaat die het Belgische nationale team bij de sprong naar waarachtig professionalisme heeft begeleid. Dickie raasde door de bondsgebouwen met hun ondergrondse privileges en combines als een shovel. Hij ontplofte bij de absurde vernedering dat zijn printer naast het koffieapparaat in een bijkeukentje stond. Dick ging en Marc Wilmots kwam. De autoriteit van de huidige bondscoach is eigenlijk ontleend aan de Nederlandse oer-coach.

Zeker, Oranje kan vandaag leren van de Rode Duivels. Vooral de saamhorigheid van Hazard, De Bruyne et les autres zou een bron van inspiratie kunnen zijn. Geen etters op de bank, geen basisspelers met losgezongen pretenties – gewoon een hechte groep. En er is een ongekende aanvoer van talent.

Een generatiewissel dringt zich op voor het Nederlands elftal. Maar belangrijker is dat de selectie zich uit los zand bevrijdt en zich tot gewapend beton verenigt. De betreurde Hugo Claus riep bij elk afscheid na een diner met vrienden: „Nie pleuje.” Gentse spreuk: niet plooien. VOC-mentaliteit, zeg maar. VOC en KNVB? Niet zonder een voorafgaande neutronenbom, vrees ik.