MIVD achtte Oekraïense informatie onjuist

Met het OVV-rapport werd nog een stuk gepubliceerd. Dat werpt een nieuw licht op de rol van Oekraïne.

Anders dan gedacht, hebben de Nederlandse autoriteiten alert gereageerd op de mogelijke dreiging van zware luchtdoelraketten in het oosten van Oekraïne, in de dagen voorafgaand aan de ramp met vlucht MH17. De Nederlandse inlichtingendienst MIVD constateerde echter dat waarschuwingen van Oekraïense zijde daarover niet klopten.

Dat blijkt uit een verslag van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) dat werd gepubliceerd met het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), afgelopen dinsdag.

Waarschuwing vanwege 'nieuwe situatie'

Na de ramp met MH17 ontstond er in Nederland commotie over een briefing die werd gegeven door de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimko, drie dagen voor de crash. Tijdens een gesprek met Westerse diplomaten op 14 juli waarschuwde Klimko dat er een „nieuwe en unieke situatie” was ontstaan door de inzet van Russische wapens in het oosten van Oekraïne. Als voorbeeld noemde Klimko het neerschieten van een Oekraïens militair transportvliegtuig op grote hoogte. Volgens de Oekraïners was de Antonov-26 neergehaald op een hoogte van 6.200 meter. Volgens de Oekraïners duidde dit er op dat het vliegtuig was neergeschoten door een Russisch militair vliegtuig, of door een krachtig grondsysteem vanaf de grond, dat ook een bedreiging zou vormen voor de burgerluchtvaart.

De briefing in Kiev leidde tot vragen in de Tweede Kamer. Kamerleden wilden weten waarom het Oekraïense luchtruim niet werd gesloten naar aanleiding van de informatie van de Oekraïners. In de weken voor de ramp hadden pro-Russische separatisten al 21 vliegtuigen en helikopters neergehaald. Vanwege de dreiging van Manpads (lichte, vanaf de schouder afgevuurde luchtdoelraketten) had de Oekraïense luchtvaartleiding een beperkt vliegverbod ingesteld. Na het neerschieten van de Antonov werd de minimale vlieghoogte vastgesteld op 9,7 kilometer. Vlucht MH17 vloog daar boven, toen hij werd geraakt door een Boek-luchtdoelraket.

MIVD achtte informatie onjuist

Tegelijkertijd met de Onderzoeksraad voor Veiligheid publiceerde de CTIVD een rapport over MH17. Uit dat rapport blijkt dat de melding van plaatsvervangend ambassadeur Gerrie Willems meteen werd uitgezocht door de militaire inlichtingendienst MIVD. Pijnlijk detail: de MIVD constateerde dat de informatie van Oekraïne niet juist was en dat minister van Buitenlandse Zaken Klimkin zijn Westerse bondgenoten op het verkeerde been had gezet.

De experts van de MIVD analyseerden videobeelden van het neerschieten van de Antonov, en foto’s van de wrakstukken. Hun conclusie: de Antonov-26 van de Oekraïense luchtmacht is neergeschoten op een veel lagere hoogte dan Oekraïne beweerde. „Uit beelden van het wrak en verklaringen van ooggetuigen bleek dat het toestel in de rechtermotor is getroffen en dat vervolgens 5 à 6 parachutes verschenen”, zo schrijft de De CITVD. Geen zware raket, zo concludeerde de MIVD: „Waarschijnlijk was het toestel dan in de lucht vernietigd.” De Antonov vloog substantieel lager dan 6.200 meter, stelt de CTIVD.

Logen de Oekraïners? Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Kiev slaagde er gisteren niet in om te reageren. De woordvoerder van minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) wijst in een reactie op de bedoeling van de briefing van 14 juli: het aanscherpen van de sancties tegen Rusland. „Er was op dat moment een informatieoorlog aan de gang.”