Machthebbers zijn niet te vertrouwen

Het weblog GeenStijl is in staat onderwerpen op de politieke agenda te krijgen. Maar waar staat het eigenlijk voor? „Je moet het zien als ironie.”

Zihni Özdil dacht dat hij een dikke huid had. Na vorige week weet hij wel beter. Hij slaapt niet meer en heeft de eerste de beste vlucht naar Gran Canaria geboekt. De columnist en maatschappijhistoricus moet bijkomen van een internetrelletje.

Het begon op Twitter. Özdil grapte dat inwoners van het Drentse dorp Oranje, waar asielzoekers worden opgevangen, er „gelijkvormig” uitzien. Achterliggende suggestie: het is een inteeltdorp. Het werd opgepikt door een GeenStijl-redacteur die Özdil een „walgelijke racist” noemde en zijn werkgever erbij betrok: de Erasmus Universiteit. Daarna stroomde Özdils Twitter-account vol met doodsbedreigingen („Ik zou maar inbinden eikel, want je loopt niet meer veilig buiten”) en werd de Erasmus Universiteit bestookt door mensen die zijn ontslag eisten. De historicus werd op het matje geroepen. Hij moest van zijn account verwijderen dat hij doceert aan de universiteit. „Voor het eerst in tien jaar dat ik deelneem aan het maatschappelijke debat”, zegt Özdil, „voel ik mij geïntimideerd. Zonder werk kan ik mijn huur niet meer betalen.”

Zo kan het gaan als je in de schijnwerpers komt van GeenStijl.nl, een van Nederlands populairste weblogs. Er wordt gepubliceerd over kleine of grote schandalen die GeenStijl waarneemt. Woensdag beleefde het blog het grootste succes sinds haar oprichting in 2003: GeenStijl heeft eigenhandig een referendum afgedwongen. In zes weken haalde het 427.939 handtekeningen op voor het ‘GeenPeil-referendum’ over het associatieverdrag met Oekraïne, maakte de Kiesraad bekend.

Meer invloed dan Vrij Nederland

Een weblog van zo’n zes schrijvende redacteuren weet een heel land naar de stembus te krijgen. Het zegt iets over het effect dat kan uitgaan van GeenStijl. Weinig andere media zijn zo bedreven in het mobiliseren van hun achterban. Welke invloed heeft GeenStijl op het maatschappelijk debat?

Vraag het aan politici en ze spreken hun afkeer of waardering uit over de website, maar over één ding zijn ze het eens: GeenStijl kan kwesties agenderen. Pieter Omtzigt (CDA): „Ze brengen meer zaken aan het licht dan waar ze credits voor krijgen.” Tofik Dibi (GroenLinks): „Alle Kamerleden checken ’s morgens GeenStijl.” Boris van der Ham (D66): „Ze hebben meer impact dan Vrij Nederland.”

„Hij zou weleens gelijk kunnen hebben”, zegt D66-collega Kees Verhoeven. Het Tweede Kamerlid kreeg onlangs zelf te maken met GeenStijl. De website verdacht D66 ervan de uitkomst van het referendum over het associatieverdrag al bij voorbaat naast zich neer te willen leggen. Partijleider Alexander Pechtold („Arrogander Pechtold”) kreeg de volle laag. Iedereen die het referendum ondertekende, kreeg een foto te zien van een huilende Pechtold met de tekst: „Je hebt zojuist Alexander Pechtold heel verdrietig gemaakt.” Verhoeven zag zich genoodzaakt zijn fractieleider te verdedigen in een opinieartikel – iets wat niet vaak gebeurt. Waar D66 eerder zei de uitkomst van het referendum „serieus te nemen” schreef Verhoeven dat de uitkomst „zwaar moet wegen”. Zwichtte D66 voor de druk? Zo wil Verhoeven het niet zeggen, hij vindt niet dat D66 van standpunt is veranderd. Maar de artikelen op GeenStijl dwongen hem wel het „beeld dat ontstond over ons standpunt” te nuanceren. Is het dan zo belangrijk wat GeenStijl over je schrijft? Verhoeven: „Het moge duidelijk zijn dat GeenStijl een groot bereik heeft.”

PVV is de grootste bij de lezers

Over de achterban van GeenStijl zijn weinig gegevens. Het blog trekt maandelijks gemiddeld 566.000 unieke bezoekers volgens marktonderzoeksbureau GfK DAM. In verkiezingspolls op GeenStijl komt de PVV steevast als grootste naar voren. Toch zijn de artikelen op het blog niet zozeer rechts, maar eerder anti-establishment. Tegen Brussel, tegen het kabinet, tegen de publieke omroep, tegen religie. Het past in de bredere trend in de samenleving om alles wat autoriteit heeft argwanend te bekijken. De traditionele journalistiek vindt geen aansluiting bij dat sentiment, zegt Mark Deuze, hoogleraar mediastudies van de Universiteit van Amsterdam. „Daarom zie ik het succes van GeenStijl als het falen van de traditionele journalistiek om een brede bevolkingsgroep aan zich te binden.”

Volgens Deuze volgen media als NOS en NRC kritisch de macht, maar blijven zij behoorlijk respectvol. „Over het algemeen wordt netjes opgetikt wat de minister en de politiewoordvoerder te vertellen hebben.” GeenStijl doet dat niet. Die noemt politici ronduit zakkenvullers, ambtenaren zijn „luie reetkrabbers zonder ambitie”, imams en dominees heten „reli-gekkies”, bankbestuurders „gewetenloze graaiers” en rechters „pijprokende, NRC-lezende mantelpakkende Reservaat-bewoners”.

Moppen én campagnes

Het is moppentappen en campagnevoeren tegelijk. Feiten en meningen lopen op GeenStijl dwars door elkaar heen. Ze kunnen diep graven om fraude bij de Sociale Verzekeringsbank aan te tonen en met evenveel gemak een Nederlands-Marokkaanse bestuurkundige uitmaken voor „rifaap”. Ze noemen een flitsagent „NSB’er”, maar als een motoragent wordt aangereden roepen ze hun lezers op een kaartje te sturen aan de gewonde agent. Venijnig en lief, GeenStijl is het allemaal. Daarmee past het naadloos in de internetwerkelijkheid waarin iedereen de ander kan zijn. Op Facebook en Twitter staat nieuws uit The New York Times naast een scheldpartij over vluchtelingen naast een gekke buurman naast de nieuwste hit van Frans Bauer – en het is allemaal even belangrijk.

De traditionele krantenjournalist voelt zich er niet comfortabel bij. Die durft zijn mening niet te twitteren uit angst dat hij feiten met meningen vermengt, niet wetende dat die norm op internet al lang niet meer bestaat. GeenStijl past wel in die werkelijkheid en weet er gebruik van te maken door campagnes op te zetten. Zijn zij het oneens met de Brusselse regel die bepaalt dat wij de uitslag van de Europese Verkiezingen niet mogen weten totdat alle landen hebben gestemd? GeenStijl roept haar lezers op stemmen te gaan tellen. En zo was de verkiezingsuitslag van 2014 al dagenlang op het weblog te lezen alvorens hij openbaar werd.

Dat GeenStijl mensen kan mobiliseren, geeft hun politieke invloed. „Organisaties met een achterban waar je last van kunt krijgen, worden gehoord”, zegt spindoctor Kay van de Linde. Daarom zitten GeenStijl- berichten steevast in de knipselmap van ministeries, vertelt een voorlichter. Het weblog heeft pas écht impact op het Binnenhof als een onderwerp wordt opgepikt door andere media. „Een gouden wet van internet is dat iets pas waar is als traditionele media ermee aan de haal gaan”, zegt Kay van de Linde. Voor GeenStijl begint aandacht in de traditionele pers vaak bij De Telegraaf, de krant waarmee het weblog in één bedrijf zit.

Zo ging het bij Jozias van Aartsen, de VVD-burgemeester van Den Haag die vorige zomer een motie van wantrouwen aan zijn broek kreeg. Waarom? Omdat hij met vakantie was terwijl moslimradicalen in de Schilderswijk demonstreerden. Het is GeenStijl die als eerste de vraag aan de orde stelt: waar is de burgemeester? Vier dagen erna pikt De Telegraaf het op. Twee weken later loopt er weer een demonstratie uit de hand. En weer begint GeenStijl als eerste over Van Aartsen: „Het tuig wint de slag op straat in de Schilderswijk, en de burgemeester is op vakantie. Bedankt, Jozias!” Een dag later kopt de Telegraaf op haar voorpagina: „DEN HAAG STAAT IN BRAND”. Vervolgens verschijnen in alle media artikelen over de Haagse burgemeester die „onder vuur” zou liggen en volgt een spoeddebat in de gemeenteraad.

Jodenvrije universiteit

Hetzelfde patroon doet zich 13 januari dit jaar voor als de Vrije Universiteit Amsterdam een debat wil houden over een academische boycot van Israël. GeenStijl ontdekt dat de initiatiefnemer van het debat „VU Israël-vrij” op Facebook heeft geschreven en trekt de conclusie dat sprekers tijdens het debat gaan „oproepen tot het jodenvrij maken van de VU”. De Telegraaf pikt het op, het debat wordt afgeblazen.

Begin dit jaar legt GeenStijl de kiem voor een rel over een benefietgala. Volgens het blog komen radicale imams uit het buitenland naar het gala in Rijswijk. De Telegraaf schrijft erover, er komen Kamervragen en andere media gaan over het gala publiceren. Uiteindelijk worden de visa van drie imams ingetrokken. Met name, verklaart het kabinet achteraf, vanwege de „onrust”.

Zo gaat het met meer lezingen. Een sjeik uit Saoedi-Arabië werd uit Eindhoven geweerd nadat GeenStijl een video van hem online zette waarin hij extreme uitspraken doet. Een andere Saoedische prediker mocht niet naar Utrecht en Eindhoven komen nadat GeenStijl zijn negatieve denkbeelden over joden en christenen naar buiten bracht. Ook stelden zij dat deze sjeik steun betuigt aan terreurorganisatie IS, hetgeen achteraf niet bleek te kloppen. Maar de ophef was al veroorzaakt.

Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), dat 380 moskeeën vertegenwoordigt, zei hierna dat GeenStijl te machtig is geworden. De website zou uitspraken van imams uit hun context halen, hier ophef over creëren, waarna diezelfde ophef reden is een imam te weigeren.

Je moet het zien als ironie

Wat wíl GeenStijl nou eigenlijk? Het realiseren van een referendum over een Europees verdrag, het weren van imams, het campagne voeren tegen politici: het lijkt op politiek activisme. Maar dat is het niet, verzekert iemand die enkele jaren geleden op de redactie werkte. „GeenStijl hééft geen agenda”, zegt hij. „Ze zijn niet tegen vreemdelingen, niet tegen Europa, ze streven niets na. Het is gewoon leuk om hypocrisie aan te tonen.” Artikelen op GeenStijl moet je volgens hem niet te serieus nemen. Dat ze een joodse politicus betichten van een „jodenstreek”, dat ze vluchtelingen „dobbernegers” noemen: het is allemaal bedoeld om reacties uit te lokken. „Dat is leuk, als mensen boos worden”, zegt hij. „Je moet het zien als ironie.”

Ironie, die op internet niet altijd wordt begrepen. Zie de reacties van lezers („reaguurders”) op GeenStijl: die gaan serieus in op de artikelen. En historicus Zihni Özdil voelt zich door alle doodsbedreigingen niet meer vrij grapjes te maken op Twitter. Publicist Abdelkader Benali schrok zo van de reacties die hij kreeg na een GeenStijl-artikel over hem, dat hij niet meer zomaar alles durft te zeggen, vertelde hij in een radio-interview. Antropoloog Martijn de Koning heeft zijn Twitteraccount afgeschermd vanwege de vele bedreigingen die hij krijgt als het weblog weer eens over hem schrijft. Bedreigingen gaan in enkele gevallen over in het bekladden van iemands huis, zoals een politicus die anoniem wil blijven overkwam.

GeenStijl neemt altijd afstand van bedreigingen. Hoewel het weblog doorlinkte naar de contactgegevens van mensen waar het over schreef, voelen zij zich niet verantwoordelijk voor de inhoud van de reacties.

En dat is volgens hoogleraar Mark Deuze precies de essentie van GeenStijl. „GeenStijl is nooit ergens voor verantwoordelijk, want ze claimen niet ergens voor te staan.” Dat geldt ook voor het referendum over het associatieverdrag. Daar zit geen ideologie achter, maar komt voort uit algehele onvrede over de overheid, zegt Deuze. „Dat is wat GeenStijl doet: schoppen tegen de gevestigde orde, zonder duidelijk te maken waar het zelf voor staat. Dat is niet hun stijl. Hun stijl is dat ze geen stijl hebben.”