Je moet ook Schweine opleiden

Het Nederlandse voetbal telt even niet meer mee in Europa. Niet zo vreemd, vinden jeugdtrainers in België en Duitsland. Het gaat al mis in de ooit zo geroemde opleiding.

Arnau Martinez (8 jaar) wordt geïnterviewd na een wedstrijd. Hij is aanvoerder van FC Barcelona. Nederlanders leren niet genoeg van buitenlandse clubs, zeggen jeugtrainers. Foto Jasper Juinen/Getty Images

Het Amsterdamse publiek op de banken, ‘we’ hebben er weer een, zo’n brutale buitenspeler met een individuele actie. De Duitse Ajax-aankoop Armin Younes scoort schitterend in de topper tegen PSV. Pareltje? „Younes had bij ons problemen”, vertelt Roland Virkus, hoofd jeugdopleiding bij Borussia Mönchengladbach, de club waar de 22-jarige aanvaller opgroeide. „Technisch is hij top maar hij heeft nul mentaliteit.” Geen slechte jongen, benadrukt Virkus. Maar als zijn team de bal kwijt raakt, mist Younes het vermogen snel om te schakelen van aanvallen naar verdedigen. Dus feliciteerde hij het talent met de transfer naar Ajax. „Nederland is het beste land waar je in Europa kunt spelen als je niet sterk bent in de omschakeling.”

Oranje hoort niet eens tot de beste 24 landen van Europa, clubs spelen internationaal allang geen rol meer. Nederland heeft de aansluiting gemist bij de moderne ontwikkelingen in het voetbal, zegt Virkus. Vandaar zijn voorbeeld van Younes. Maar het belangrijkste probleem ligt volgens hem aan de basis, bij de jeugd. „De Nederlandse opleiding verkeert in een crisis”, stelt Virkus, al acht jaar eindverantwoordelijk voor de talenten van de Duitse topclub net over de grens. Het beste bewijs? „Vroeger zag ik altijd zes of zeven goede spelers in jullie jeugdteams. Nu vraag ik me af hoeveel er nog in Duitsland op topniveau zouden kunnen spelen. Eerlijk gezegd denk ik niet veel.”

Ook Jean Kindermans, hoofd opleidingen bij RSC Anderlecht, ziet de buren uit Nederland in belangrijke onderdelen van het voetbal de boot missen. „Ik vind het spelconcept vaak steriel en naïef. Jullie zijn fel gehecht aan een 4-3-3 systeem en een gedegen opbouw van achteruit. Maar als je geen goede opbouwers hebt, bouw dan niet eindeloos op! Ik denk dat er in de opleiding van trainers, in Zeist, een beetje te eng wordt gekeken. Wij zijn er al naartoe dat het niet langer om het systeem gaat maar om de uitvoering. Het voetbal van morgen vraagt om creativiteit en flexibiliteit. Je kunt wel in een keurslijf 4-3-3 blijven spelen, maar als je niet dominant bent ga je op die manier steeds de boot in.”

Hollandse School

Sinds de jaren zeventig veroverde de Hollandse School de wereld. Ajax, Feyenoord, Oranje; Cruijff, Van Basten, Bergkamp. Logisch dat voetballanden als Duitsland en België over de grens keken toen ze zelf rond het EK van 2000 in een diepe crisis zaten. „We speelden scheisse-fussball waar niemand graag naar keek”, zegt Virkus. „In België hebben we jaren niets bereikt”, aldus Kindermans. Tot Michel Sablon bij de Belgische bond en Matthias Sammer bij de Duitse bond een cultuurverandering doorvoerden in de opleiding: aanvallend voetbal met techniek als basis, mede op Nederlandse leest geschoeid.

„Kijk hoe we Brazilië van het veld spelen bij het WK”, zegt Virkus. „Of laatst Duitsland-Polen, geiles Spiel.” In België breekt een lange rij talenten door, die met de Rode Duivels inmiddels eerste staan op de wereldranglijst. „Jongens als Hazard, De Bruyne of Kompany spelen een bepalende rol bij topclubs in grote competities”, zegt Kindermans. Ook op clubniveau was Nederland een voorbeeld. „Ik heb nog stage gelopen bij Ajax”, vertelt Kindermans. Ook Virkus keek in de Amsterdamse keuken, toen zijn club in 2004 een nieuw stadion kreeg en de opleiding een impuls gaf. „Ajax heeft zoveel spelers opgeleid voor de internationale top.” Inmiddels gelden Anderlecht en Gladbach zelf ook als kraamkamer van talent.

Juist van een crisis kun je sterker worden, zegt Kindermans, in de jaren tachtig speler bij Anderlecht. „Mag ik de allergrootste citeren: ‘elk nadeel heb z’n voordeel.’ Wanneer leer je iets bij? In minder leuke momenten. Dat hebben jullie nu in Nederland. Dan is het een kwestie van lessen trekken.” Ook volgens Virkus is dit het moment voor Nederland om een aantal veranderingen door te voeren. „Je moet dingen ter discussie durven stellen en bereid zijn eventueel je bewustzijn te veranderen. Dat is spannend, het grenst bijna aan de cultuur en filosofie van een land.”

Maar waar Duitsland en België kennis haalden uit het buitenland, blijft Nederland nu naar binnen gekeerd. „Jullie weten alles al”, zegt Virkus. „Terwijl je juist moet open staan voor nieuwe dingen, over de grenzen moet durven kijken. Wij zijn ook niet zo arrogant om nu te zeggen dat we in Duitsland alles beter weten. We blijven dingen halen waar ze beter zijn dan hier. Holland is in de technische opleiding top, de Italianen hebben tactisch goede dingen, Duitsers zijn fysiek en mentaal goed. Je moet durven de opleiding van trainers aan te passen, de vaklui op sommige onderdelen misschien ook eens uit het buitenland halen.”

Selecteren op mentaliteit

Zo heeft Borussia Mönchengladbach onlangs de zoon aangesteld van Marcel Lucassen, een Nederlander die jarenlang de techniektraining vorm gaf bij de Duitse voetbalbond DFB. Maar Duitse trainers in Nederland? Virkus: „Er is weinig contact. Nederlanders willen niet veel van ons. We hebben met Gladbach alleen goed contact met PSV. We spelen met alle jeugdteams twee keer per jaar tegen elkaar.” En? „Vroeger hadden we geen kans, nu is dat bijna omgekeerd. Ik zie in hun teams altijd elf technisch uitstekende voetballers. Wij hebben daar ook zes van, maar nemen er bewust vijf Schweine bij, die fysiek ijzersterk zijn en een pure winnaarsmentaliteit hebben. Mentaliteit kun je niet trainen, maar je kunt er wel op selecteren.”

In opleidingsland Nederland gloriëren vooral de pingelmannetjes, die met individuele acties scouts en zaakwaarnemers doen likkebaarden. Zelf opvallen als hoogste doel, droomtransfer boven teamprestatie. „De basis van voetbal is teamsport”, doceert Virkus een kernwaarde van de Duitse benadering. „Onze Schweine zullen later niet allemaal de Bundesliga halen, maar ze zorgen met hun drive wel voor de goede grondstructuur in elk team en kunnen de rest opzwepen. Zo breng je de mentaliteit van de technische voetballers ook op een hoger plan. En als ze er niet in meegaan, vallen ze vanzelf af.”

Nederland is stil blijven staan

Op dit terrein is stil blijven staan, vindt Virkus. „Kijk in Europa: vooral de Engelsen en de Duitsers zijn technisch verbeterd, zonder hun mentaliteit te verliezen. Nederlandse voetballers zijn technisch evengoed als vroeger. Maar ze hebben nul mentaliteit. Het wordt tijd dat jullie het voetbal meer-dimensionaal gaan zien. Het is een symbiose van technische vaardigheden, mentaliteit, de fysiek-lichamelijke component, alles gepaard met spelvreugde. Natuurlijk heb je technische vaardigheden nodig, maar die moet je binnen het complexe spel op de juiste manier kunnen gebruiken. De Nederlanders krijgen dat niet voor elkaar.”

Virkus vertelt over de indoortoernooien die Duitse jeugd in de winter speelt. Ajax en PSV worden daarvoor ook gevraagd, maar slaan die uitnodigingen steevast af. „Ze willen alleen komen als er zaalvoetbal wordt gespeeld, zonder fysiek contact. Daar doen wij niet aan. Hier gaat het hard tegen hard en desnoods worden er slidings gemaakt. Je hebt ook sterke jongens nodig. Dan doen ze maar niet mee.”

Moet de jeugd spelen volgens het systeem van het eerste elftal? Nog zo’n stokpaardje van de Hollandse School dat Virkus snel doorprikt. „Bij Ajax en Barcelona doen ze dat, voor ons is het niets.” Later krijgen spelers ook te maken met verschillende trainers en verschillende visies. „Ons idee is flexibele spelers op te leiden, zodat ze met alle situaties in het voetbal kunnen omgaan. Ze moeten 4-4-2 kunnen spelen, net zo makkelijk als 4-3-3 of 4-1-4-1. In Nederland zijn ze vergeten dingen uit te proberen. Is 4-3-3 het beste systeem? Kan zijn, maar je bent niet altijd zo dominant dat je jouw eigen speelsysteem aan de ander kunt opleggen. Dan moet je toch een alternatief plan hebben?”

Kindermans, wiens zoon Jonathan bij RKC Waalwijk speelt, leidt bij Anderlecht daarom liever allrounders op dan pure specialisten. „In het voetbal van de toekomst zullen spelers, trainers en systeem zich constant moeten aanpassen aan situaties in een wedstrijd. Als ik ‘eng’ ben opgeleid, zoals buitenspelers die met de hakken op de lijn moeten staan of een jongen die alleen linksback kan spelen, kan ik straks niet meer mee in het topvoetbal. In de opleiding moet je naar individuele ontwikkeling kijken: techniek, inzicht, fysieke kwaliteit. Spelers die daarin uitblinken, kunnen op veel posities spelen.”

Anderlecht oefent met z’n jeugdteams nog graag tegen Feyenoord, dat eind september in het blad Fifa Weekly nog werd geprezen om zijn opleiding. „Daar krijgen onze spelers meer weerstand dan in eigen land”, stelt Kindermans, die de opleiding bij de Nederlandse topclubs nog steeds goed vindt. De grootste bedreiging is volgens hem voor landen als België en Nederland dat talenten op steeds jongere leeftijd worden weggehaald door Engelse clubs. „Blijven we dit accepteren of gaan we als kleine clubs, met onder meer Ajax, de rug krommen en zaken aankaarten? Waarom tolereren wij kinderprostitutie?”

Duitse clubs hebben nog geen last van de Engelse aantrekkingskracht. Virkus: „De opleiding is bij ons zo goed dat talenten inzien dat ze hier de meeste kans hebben om uiteindelijk te slagen.” Gladbach stelt vanaf de jongste jeugd psychologische begeleiding ter beschikking voor spelers en hun ouders. Er is een internaat voor buitenlandse spelers, en de club speelt in op de tendens dat de overgang van jeugd naar profs steeds zwaarder wordt met extra aandacht voor een talententeam onder 23 jaar.

Anderlecht pronkt met het Purple Talentsysteem, waarbij jonge spelers normaal naar school gaan en hun 540 trainingsminuten in de week deels in individuele modules krijgen tussen de lessen door. Wie de top niet haalt, is in elk geval goed voorbereid op een maatschappelijke carrière.

Verenigen van talent

Er is in het jeugdvoetbal niet één waarheid, nuanceert Kindermans. „Tot voor drie jaar gold Barcelona als voorbeeld. Maar haal Messi weg en je hebt een heel ander verhaal. Het gaat om het verenigen van talent, en dan proberen om het met de beste ingrediënten nog beter te maken.”

Van de beste ingrediënten heeft Nederland nog altijd veel, stelt Kindermans. „De infrastructuur in Nederland is bij de meeste clubs een acht, waar wij een zes scoren. Ik ben jaloers op jullie. Een amateurclub heeft vijf, zes velden, kunstgras, een cafetaria, mooie kleedkamers. Het verval van het Nederlandse voetbal? Ik denk dat het een momentopname is.”

Virkus trekt een vergelijking met de gehandicaptenzorg. „Daarin waren jullie ons altijd ver de baas. Wij hebben van jullie kennis geprofiteerd, omdat we bereid waren onszelf ter discussie te stellen en dingen van jullie aan te nemen. Dat zouden de Nederlanders nu moeten doen in het voetbal. Jullie hebben juist altijd meer moed gehad om innovaties door te voeren dan de Duitsers. Jullie zijn niet ver weg. Durf te veranderen en Nederland kan weer voor jaren leidend zijn.”

    • Maarten Scholten
    • Fabian van der Poll