Ik ben veel braver dan mijn ouders

Charlie Chan Dagelet (29) speelt de hoofdrol in ‘Sneeuwwitje’, een anti-sprookje van het Noord Nederlands Toneel. „Ik lig natuurlijk heel lang dood te zijn, maar er wordt volop met mij gesleept en gegooid.”

Foto Andreas Terlaak

Sneeuwwitje

„Het mocht absoluut geen suffe trut worden; dat was het eerste wat regisseur Ko van den Bosch zei toen we begonnen met de repetities. In het oorspronkelijke sprookje is Sneeuwwitje dat natuurlijk wel. Het overkomt haar allemaal een beetje. En dan komt er een prins en is ze gered. In onze voorstelling besluit Sneeuwwitje zelf weg te gaan bij haar stiefmoeder en later komt ze in opstand tegen de dwergen. Ze onderneemt een stoere zoektocht naar haar eigen normen en waarden. Een anti-sprookje hebben we het genoemd. Er is bij ons namelijk ook geen prins en het loopt niet per se goed af. Ook niet heel slecht trouwens.”

Blauwe plekken

„In Sneeuwwitje gaat het er heftig aan toe. Ik lig natuurlijk heel lang dood te zijn, maar er wordt volop met mij gesleept en gegooid. Daar heb ik een paar flinke blauwe plekken aan overgehouden. Het is eigenlijk meer een totaalperformance dan klassiek toneel. Het voelt ook niet alsof ik ‘de titelrol’ speel. De stiefmoeder en de dwergen zijn bij ons net zo belangrijk. De repetities waren een speeltuin waarbij we overal op mochten klimmen, alles mochten proberen. Niets stond vast. De eerste tekst was 160 pagina’s lang; we zijn geëindigd met versie 22 van 53 pagina’s. In dat proces haakte de regisseur ook in op de actualiteit. De dwergen verwoorden nu in extreme vorm heersende onderbuikgevoelens over vluchtelingen, met grove teksten als: ‘Je moet tegenwoordig voor je je met zonnebrand insmeert eerst controleren of er geen dooie neger is aangespoeld’. De stiefmoeder probeert binnen de muren van haar paleis alles te houden zoals het is, de reflex die we bij veel burgers en politici in Europa zien. Sneeuwwitje komt daartegen in opstand en houdt een pleidooi om open te staan voor verandering. Ik sta absoluut achter haar teksten. Ik kan begrijpen dat mensen bang kunnen zijn voor de grote verschuiving die plaatsvindt, maar je kunt nooit je leven plannen tot je dood.”

Kat uit de boom

„Zelf zal ik zo’n boodschap niet zoals Sneeuwwitje luidkeels gaan verkondigen. Ik houd me vaak liever wat op de achtergrond, en ben niet iemand die hard roept of zich ergens mee bemoeit. Ik wil sowieso eerst alles van alle kanten weten, zien en horen, voordat ik me ergens ingooi. Eerst inventariseren, dan uitstallen. Thuis keek ik ook altijd de kat uit de boom. Tot mijn derde heb ik volgens mijn vader nauwelijks gepraat. Wat hij niet zag, was dat ik me wel vrij voelde als ik op school muziek maakte of toneel speelde.”

Discipline

„Het was voor mij altijd al vanzelfsprekend dat ik óf naar het conservatorium óf naar de toneelschool zou gaan. Mijn vader, Hans Dagelet, is acteur en trompettist. Mijn moeder, Esther Apituley, is altvioliste. Ze hebben me nooit extreem gepusht, maar ik speelde wel van jongs af aan cello en piano, zat op een jeugdtheaterschool en de Montessori met individueel kunstonderwijs. Ze namen me ook veel mee naar voorstellingen en concerten. Het conservatorium bleek uiteindelijk niets voor mij. Daarvoor moet je heel gedisciplineerd zijn en echt trainen. In mijn puberteit had ik daar totaal geen zin in. De toneelschool was ook schrikken in het begin. Omdat ik al zoveel gezien had, had ik veel te hoge verwachtingen van het eindresultaat en durfde niet te falen. Terwijl je natuurlijk het meeste leert van hard op je bek gaan. Vooral de eerste drie jaar waren enorm aanpoten. Ik heb er vaak over gedacht toch maar biologie of zo te gaan studeren.”

Parade

„Mijn moeder had vroeger het romantische idee om als een grote zigeunerfamilie door het land te trekken met muziek en theater. Inmiddels hebben we vier keer als familie op de Parade gestaan met de muzikale kindervoorstelling Familie Dapitulet. De eerste keer was ik dertien en mijn broers Mingus en Monk acht en drie. Mijn halfzussen Tatum en Dokus deden ook mee. Thuis gingen we dan oefenen. Het ging er vaak nogal chaotisch aan toe. Bij familie heb je geen grenzen. Mingus en Monk stonden soms nog tijdens de voorstelling ruzie te maken. Tegelijkertijd was het een van de leukste projecten waar ik aan mee heb gewerkt. Het lijkt me heel grappig om dat nu nog een keer te doen, al schat ik de kans groot dat we meteen weer vervallen in ons oude patroon.”

Stem

„Monk zit in een bandje en heeft al in films gespeeld. Mingus studeert dit jaar af aan de toneelschool Maastricht en speelt nu in De Stille Kracht van Toneelgroep Amsterdam. Vorige week stonden we tegelijkertijd in de Amsterdamse Stadsschouwburg, hij in de Rabozaal en ik in de Grote Zaal. Mijn moeder zegt weleens dat we hetzelfde soort energie hebben op het podium. Ik zie dat niet, maar ik denk wel dat we theater allebei benaderen als een muziekstuk. We zetten onze stem in als instrument en spelen met pauzes, volume en tempi – hoog-laag, snel-langzaam. Muziek was heel belangrijk bij ons thuis. Mijn moeder stelde het absoluut verplicht om een instrument te spelen en elke dag te studeren, al was het tien minuutjes. Ik ben haar daar heel dankbaar voor, en denk dat ik precies hetzelfde ga doen met mijn zoontje.”

Bach

„Voor mij biedt muziek meer dan alle andere kunstvormen troost. Het gaat dwars door alles heen. Als ik geen werk heb of alleen thuis zit, heb ik met mijn instrument altijd iets voor mezelf. Het studeren van noten werkt vaak als meditatie. Het maakt me helemaal open en leeg. Ik ben klassiek geschoold en speel dus meestal klassiek. Ik begin altijd met een stukje uit de cellosuites van Bach, net als mijn moeder. Vorig jaar speelde ik voor het eerst samen met elektronische muziek in de voorstelling Naar Bukowski van Nineties Productions, een clubje jonge mensen met wie ik op school heb gezeten. Dat was geweldig. Ik ga nu zelf een elektrische cello aanschaffen.”

Vrije jeugd

„Mijn moeder repeteerde thuis en gaf er vioolles. Er kwamen veel mensen over de vloer en de dagen liepen altijd anders. We gingen een beetje met de flow mee. Het was bij ons nooit om zes uur aan tafel en dan met z’n allen tv kijken en slapen. Ik heb echt een vrije jeugd gehad. Het was fantastisch, al heb ik me ook doodgeërgerd aan mijn ouders. Ze kwamen overal te laat en zagen er zo raar uit dat ik niet wilde dat ze me naar school brachten. Mijn vader moest ook altijd overal geintjes uithalen. Dan zaten we in een vol restaurant en dan moest hij weer eens doen alsof hij viel. Gelukkig kan ik daar inmiddels ook enorm om lachen.”

Niet opvallen

„Vaak zie je bij ouders die heel streng zijn, dat de kinderen helemaal losslaan. Bij ons is het tegenovergestelde gebeurd. Wij wilden als kind juist heel graag stipt om zes uur eten en op vakantie in een hotel met andere Nederlanders. Tijdens de puberteit zijn we nooit weggelopen van huis, we zijn niet gaan roken of drinken en we zijn altijd op tijd. Misschien dat ik ook wel zo stil en verlegen ben als reactie op mijn extraverte ouders. Ik wilde als kind vooral niet opvallen, niet raar zijn. Mingus heeft dan weer enorm behoefte aan structuur. Hij wil precies weten hoe de dag en de week eruit gaan zien. Als acteur is hij heel gefocust, supergedisciplineerd en serieus. Hij is het tegenovergestelde van mijn vader, toen die net begon. Dat waren natuurlijk de jaren zeventig: vrijheid blijheid. Als ik zijn verhalen moet geloven, was hij op toneel bijna altijd óf dronken óf stoned.”