Ik ben niet bang voor de chloorkip

Wat vind jij nou van TTIP? Die vraag krijg ik steeds vaker. En ik beantwoord hem meestal met een zucht. Als econoom zou je een mening moeten hebben over het handelsverdrag dat de Europese Unie en de Verenigde Staten met elkaar proberen te sluiten, maar ik kan mijn mening maar niet vinden, hoe ik ook zoek.

Dus staat u mij toe hier samen met u na te denken over TTIP. Misschien helpt het u bij de zoektocht naar uw mening. Want we moeten eerst en vooral vaststellen dat het verdrag, het Transatlantic Trade and Investment Partnership, er nog niet is – dat we louter grofweg de inzet van Europa kennen in de onderhandelingen.

Ik ontbeer veel van de zorgen die anderen wel hebben bij dit verdrag, over Amerikaans voedsel bijvoorbeeld. De chloorkip is hét symbool geworden van die zorgen, net als genetisch gemanipuleerd voedsel. Beide zijn geen onderdeel (meer) van de onderhandelingen, maar ik had er bij voorbaat al geen moeite mee. De Amerikanen dopen hun gevilde kippen in een bad met wat chloor om bacteriën te doden, wij niet. Wij proberen besmetting te voorkomen. Nou en? De gezondheidsrisico’s zijn in beide gevallen klein.

De chloorkip staat voor iets groters: de vrees dat door het handelsverdrag de normen die wij stellen aan bijvoorbeeld etenswaar dalen. Dat de Europese methode om via regels en procedures misstanden te voorkomen wordt ingeruild voor de Amerikaanse methode van keihard straffen als het misgaat. Preventie vooraf versus straf achteraf dus. Tja, in deze kwestie heb ik echt de uitkomst van de onderhandelingen nodig om te weten wat ik vind. Misschien vallen de stijlen wel te combineren. Ik ben onder de indruk van hoe de Amerikaanse overheid misstanden opspoort en aanpakt. Denk aan de Europese (!) fraude met de Libor-rente, het Volkswagenschandaal – daar kunnen we in Europa nog wat van leren.

De Europese onderhandelaars zweren dat onze normen hoog blijven. Ik geloof ze omdat ik geen reden heb het tegendeel aan te nemen. En als het verdrag dat niet waarmaakt, kan het Europees Parlement het nog afkeuren.

Critici zijn ook bang dat het verdrag multinationals grote invloed geeft op overheidsbeleid. Het verdrag voorzag in een niet-openbare scheidsrechter van advocaten waar bedrijven overheden konden aanklagen. Ook al is dit niet nieuw (veel verdragen kennen zo’n scheidsrechter al), de kritiek is terecht. Valt er iets aan te klagen, dan kan dat in het openbaar bij een echt hof. Dat is nu de inzet van Europa.

Maar ben ik nu groot toejuicher van TTIP? Ik constateer dat ik een stuk minder wantrouwend ben over de onderhandelaars dan de Europeanen die afgelopen weekend tegen TTIP protesteerden. Dit verdrag luidt niet het einde van de democratie in, noch een overheersing door roofkapitalisten, zoals sommigen beweren.

Maar ik constateer ook dat ik de voorspelde welvaartswinst met een korreltje zout neem. Veel handelsbarrières zijn al geslecht tussen de EU en de VS, dus de vraag is of dit een grote klapper oplevert. In het erkennen van elkaars testen en regels valt ongetwijfeld ondernemingszin te winnen, ook voor kleinere bedrijven. Maar hoeveel?

Ik ben, kortom, afwachtend. Toch maakt TTIP me nu al blij. Het verdrag is een wonder van burgerlijke interesse én een luisterende overheid. Er is een echt gesprek gaande tussen burgers en bestuurders. De Europese Commissie veranderde na kritiek niet alleen de inzet voor de onderhandelingen, de commissie werd ook opener. Veel documenten over de onderhandelingen staan nu op internet.

Van dat open gesprek wordt het verdrag beter, maar de burger én de politiek ook. Want economisch beleid is niet van de hoge heren, maar van ons allemaal.