Gezocht: president van alle Turken

Het land werd Europeser, maar kan geen afstand nemen van een oude traditie: alles draait om de leider. Voor hoelang nog?

Politie in de Turkse stad Diyarbakir gebruikt traangas en een waterkanon om demonstranten te verspreiden die protesteerden na de bomaanslagen in Ankara van afgelopen zaterdag. Foto Sertac Kayar/Reuters

Een goed begin van het nieuwe schooljaar. De trappen van de Sali Bazar worden opgeknapt! Nieuw cursusaanbod in het buurtcentrum! We bedanken burgemeester Ahmet Misbah Demircan. Namens de burgers van de deelgemeente.

In Beyoglu, een stadsdeel met 250.000 inwoners aan de Europese kant van Istanbul, kan je niet ontgaan wie aan de touwtjes trekt. De vlotte bestuurder met sluik haar is overal in het straatbeeld. Meestal met een ferm opgeheven zwaaihand en een lach. Hurkend aan de rand van een zwembad. Knuffelend met een peuter. Na zijn herverkiezing drukte de gemeente banieren voor boven de weg om hem „namens de burgers” te feliciteren.

In de aanloop naar het offerfeest, eind september, hingen overal grote plakkaten met zijn boodschap: „Laten we tot elkaar komen. Elkaar omhelzen. En elkaars bayram vieren”. Demircan is prominent lid van de machtige conservatieve partij AKP.

In Nederland zou het bevreemdend werken: Dank, burgemeester Van der Laan, voor deze geweldige bestrating. Maar geen Turk kijkt ervan op. Zelfs in een metropool als Istanbul – net zoveel inwoners als heel Nederland – blijft politiek persoonlijk. Met flinke pr-uitgaven wordt het gevoel gevoed dat een politicus over jou en je wijk waakt.

Als de bomaanslagen van afgelopen zaterdag iets opnieuw aan de oppervlakte hebben gebracht, is het de worsteling van Turkije met de eigen identiteit. Het is steeds openlijker een multi-etnisch land dat door de economische ontwikkeling het uiterlijk krijgt van een Westerse democratie. Maar wie achter de schermen kijkt, ziet ook steeds meer trekken van een autocratie die niet weet om te gaan met mondige burgers die eisen stellen aan het bestuur. 

Een man zwaait met de nationale vlag van Turkije bij een massaal protest tegen de dodelijke aanvallen op het Turkse leger in Izmir. Foto Emre Tazegul/AP

De binnenlandse problemen en de verkiezingen van 1 november zouden al genoeg zijn om elke burger en bestuurder bezig te houden. Maar Turkije ligt ook op geopolitieke breuklijnen. In het Midden-Oosten worden grenzen met geweld opnieuw getrokken. Daardoor speelt Turkije onvermijdelijk een hoofdrol in een reeks internationale hoofdpijndossiers. Van Syrië en IS tot de vluchtelingencrisis en de verhouding van de NAVO met een assertiever Rusland. In Turkije komen ze samen.

‘Moordenaar’

De man die alle macht naar zich toe trekt, krijgt daardoor ook alle schuld als het mis gaat. Sinds twee zelfmoordterroristen, vermoedelijk van IS, een week geleden in Ankara 97 burgers doodden, wordt president Recep Tayyip Erdogan massaal uitgemaakt voor moordenaar van zijn eigen burgers. Waarom? Paradoxaal genoeg rijst zelfs uit de beschuldigingen het beeld op van iemand met bovennatuurlijke gaven. Een spin in het web die geen trilling in zijn land kan zijn ontgaan. En als hij toch iets heeft laten glippen, dan móet hij wel bewust de verkeerde kant op gekeken hebben.

Het Midden-Oosten heeft de Turken besmet met zijn „infantiele benadering van politiek en politici”, verzucht Ece Temelkuran, een romanschrijfster die veel heeft gepubliceerd over omgang van de Turkse republiek met Koerden en Armeniërs. „Ik ken geen enkel Europees land waar mensen de foto van een politiek leider in hun portemonnee zouden dragen, alsof het een geliefde is.

We zijn opgegroeid met het idee dat een leider levens redt en een bron van liefde is – een heilige vader.”

De AKP wakker die hardnekkige traditie van onderdanigheid volgens Temelkurran bewust aan. Daar is weinig voor nodig. Op schoolpleinen staat een verguld borstbeeld van Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938), grondlegger van de Turkse republiek. Dankbaarheid jegens politiek leiders wordt van jongs af aan aangeleerd.

In de ideologie van Atatürk, die lang alle andere domineerde, was religie op een rigoureuze manier van de staat gescheiden en werd net gedaan alsof etnische minderheden niet bestonden. Het leger bewaakte die koers. Zodra ervan af werd geweken volgde een staatsgreep.

Koerden werden met geweld tot assimilatie gedwongen. En Turken moesten hun blik op Europa richten. Met het Midden-Oosten wilde Turkije zo min mogelijk te maken hebben. Een goede leerling had Frans als tweede taal, vrijwel geen Turk spreekt de buurtaal Arabisch.

Islam als leidraad

Daarop kwam een reactie uit het land waarin de overgrote meerderheid moslim is: de AKP, een partij die de islam toch openlijk als leidraad nam. Met een bestuur zonder bestuurlijke ervaring, dat dacht dat met de Koran in de hand alles goed zou komen. En met een nieuwe leider, Erdogan, die van zijn achterban het vertrouwen kreeg om het land te leiden.

Groot vertrouwen in de goede bedoelingen van een leider en diens allesomvattende plan voor de natie is cruciaal in het Turkse leiderschapsmodel. „Ik denk dat hij tijdelijk streng moet doen omdat de verkiezingen eraan komen. Daarna breekt een kalmere tijd aan en kunnen we weer echt besturen,” suste een partij-insider eerder dit jaar in een achtergrondgesprek. „Daarna kunnen we verder met de verbeteringen, en nemen we óók de hervorming van het onderwijs ter hand.”

Maar intussen erodeert de statuur van Erdogan. Door corruptieschandalen, de bouw van een protserig paleis, en doordat hij zijn macht meer en meer baseert op het onderdrukken van tegenspraak. Evenmin als zijn voorgangers is Erdogan een president gebleken voor alle Turken. Hij is president van wie hem niet tegenspreekt.

Dertien jaar regeren met een islam-stempel is zo op een teleurstelling uitgedraaid en tegen zijn grenzen aangelopen. Hetzelfde lot trof het van bovenaf opgelegde secularisme en modernisme van vorige regimes, zegt Levent Gültekin.

In september verscheen Gültekins eerste boek, vrij vertaald: Een grandioze nederlaag. Daarin beschrijft hij op een journalistieke manier dat proces en de teleurstelling. De belangstelling is groot. Inmiddels is het aan een negende druk toe. Gültekin komt uit een dorp in het uiterste oosten van Turkije, dichtbij de grens met Armenië. In zijn werk gebruikt hij zijn eigen ervaringen als plattelander die, toen hij jong was, ook geloofde dat de zuivere islam op alle vragen antwoord had.

Leerschool

Toen hij naar de grote stad Istanbul verhuisde, „dacht ik dat alle mensen uiteindelijk zoals ik zouden gaan denken. Maar dat was niet zo.” De AKP-partij maakte een vergelijkbare leerschool door. Ze begon naïef, ambitieus en voornemens het beter te doen dan haar voorgangers. Daarom probeerde ze aanvankelijk ook Turkije democratischer te maken en de situatie van de Koerdische minderheid te verbeteren. Gültekin: „Maar er was geen plan.”

„De islamisten hadden niet bedacht hoe religie zich moest verhouden tot de verschillende levensstijlen, de verschillende meningen en de realiteit van het leven.”

De AKP maakte een begin met het normaliseren van de verhouding met de grote Koerdische minderheid. Maar dat gebeurde niet op een transparante en democratische manier. De machtige premier, inmiddels president, deed handjeklap met Abdullah Öcalan, de leider van de Koerdische gewapende verzetsbeweging PKK die sinds 1999 gevangen zit. Koerden die via parlementaire weg meer eisen, worden behandeld als ondankbare kinderen.

Of neem het verbieden van blootscènes in tv-series. Gültekin: „Ik heb toch een afstandsbediening? Als ik dat niet wil zien, zap ik weg. De mensen die het land leiden kunnen zich niet voorstellen dat er ook miljoenen zijn die zich daar helemaal niet aan storen.” Geconfronteerd met de complexe realiteit vlucht de door Erdogan gedomineerde AKP nu volgens hem terug in de religie, weg van democratie.

Focus op Europa

De betekenis daarvan overstijgt de Turkse grenzen. Kan Turkije een brug zijn tussen het Midden-Oosten en Europa? Kan Turkije inderdaad laten zien hoe islam en democratie het beste samen kunnen gaan?

Enkele dagen na de dodelijke aanslag in Ankara verbiedt de Turkse regering een protestmars van dezelfde vakbond die die zaterdag was aangevallen. Foto Emrah Gurel/AP

Onder de AKP verdween de eenzijdige focus op Europa en heroriënteerde Turkije zich, letterlijk: naar de Arabische wereld in het oosten. De handel nam toe. Tegenwoordig stikt het in Istanbul van de Arabische toeristen die veel geld uitgeven aan kleding, eten, seks en haartransplantaties.

Maar uit de manier waarop Turken over hen praten, blijkt hoe zeer het land nog steeds heen en weer wordt getrokken tussen oost en west. Europa voelt zich in Turkse ogen te goed, en heeft een hekel aan moslims, dus kan geen thuis bieden. Maar over hun buren in het Midden-Oosten praten veel Turken zelf graag met enig dedain. „Vragen die Arabieren weer of ze een bonnetje kunnen krijgen waarop je de alcohol niet ziet.”

De nadrukkelijk religieuze president Erdogan werd aan het begin van de Arabische Lente nog als een popster ontvangen in Egypte, waar zojuist Mubarak was verjaagd. Inmiddels wordt hij meer en meer gezien als een typisch Midden-Oosters dictator, die zich maar beter buiten de sektarische strijd in Syrië had kunnen houden.

De Turkse reflex is: schrikken en terugtrekken. Een regeringsadviseur voor buitenlandse zaken noemde die houding twee jaar geleden al ‘gekoesterde eenzaamheid’. Het weerspiegelt het gevoel onder Turken dat ze eigenlijk nergens echt bij horen. En zich misschien het liefste zouden isoleren.

Maar dat gaat niet. Turkije is een open economie op een centrale locatie. Het gebrek aan democratie keert nu als een boemerang terug, doordat de crises in de buurlanden zich konden vermengen met onopgeloste binnenlandse problemen. Dit geldt bij uitstek voor de positie van de Koerden, die ook een grote minderheid in Irak en Syrië vormen.

Decentralisatie en pluralisme

De oplossing leek binnen handbereik. Bij de verkiezingen in juni koos dertien procent van de Turken voor een linkse partij die voortkomt uit de Koerdische politieke beweging. Die heeft in haar programma staan dat veel problemen in Turkije kunnen worden opgelost met decentralisatie en pluralisme. 

Demonstranten clashen begin deze week in Istanbul met de Turkse oproerpolitie bij een demonstratie tegen de regering. Foto Cem Turkel/EPA 

De AKP verloor de absolute meerderheid en Erdogan leed gezichtsverlies. De uitslag had een impuls voor het verzoeningsproces met de Koerden kunnen zijn. in plaats daarvan laaide het geweld op. Tot een coalitie kwam het niet.

Heeft het Turkse experiment met democratie en islam definitief gefaald nu media worden gemuilkorfd, het verzoeningsproces met de Koerdische minderheid tot staan is gekomen?

„Dat zou je op het eerste gezicht denken, maar het is niet zo”, zegt schrijver Gültekin. Binnen de AKP zitten en zaten volgens hem ook echte moderniseerders en democraten. Dat je weinig meer over hen hoort, is omdat Erdogan de partij is gaan domineren. En juist Erdogan was tegen een coalitieregering, aldus Gültekin. Na de nieuwe verkiezingsronde in november zal vermoedelijk opnieuw een coalitie nodig blijken. Dan moet de president kiezen of hij bereid is de macht te delen, zegt de schrijver:

„Offert hij zichzelf en zijn ambities. Of het land.”

Het is aan de leider.