Eerst was het allemaal een beetje ondergronds

Internetpionier Felipe Rodriquez (1969-2015) had het geld en de charme om het internet groot te maken buiten de wereld van de hackers en nerds.

Met vrienden van het tijdschrift Hack-Tic begon Felipe Rodriquez in 1994 internetprovider XS4ALL.

‘Tegenwoordig is het mogelijk om via de computer met mensen aan de andere kant van de aardbol te discussiëren.” Zomaar een zinnetje uit de eerste krantenberichten over internet – toen dat woord nog met een hoofdletter werd geschreven.

Dit soort zinnen, met de geur van gekookte bloemkool, stond zo’n twintig jaar geleden nog in de krant. Maar in veel van de berichten dook ook een nuchtere man op, die bijvoorbeeld zei: „Uiteindelijk moet het net even gewoon worden als de telefoon.” Felipe Rodriquez heette hij. Hij was een jaar of 25 en had geholpen XS4ALL op te richten, de eerste internettoegang voor particulieren in Nederland. Een digitale baanbreker. Vorige week overleed hij aan de gevolgen van multiple sclerose.

In 1994, het oprichtingsjaar van XS4ALL, werd draagbare muziek beluisterd op een discman. Het was acht jaar voor de invoering van de euro. De PvdA werd bij de verkiezingen de grootste partij met 37 zetels en Wim Kok zou het eerste ‘paarse’ kabinet formeren. Internet was nog niet veel meer dan een verzameling pagina’s vol woorden die alleen konden worden bereikt door sommige wetenschappers (studenten van de TU Eindhoven kregen een uur toegang per week) en sommige zakenlui. En, illegaal, door hackers.

Felipe Rodriquez, Rop Gonggrijp en Paul Jongsma waren drie van zulke hackers. Ze hadden begin 1989 „techno-anarchistisch” tijdschrift Hack-Tic opgericht. Gratis bellen via het KPN-netwerk was een rode draad in de eerste nummers (‘telefoontruuks 1’, ‘gratis bellen in cellen’), maar ook privacy op het web. Het was allemaal een beetje ondergronds. Wie „een maatschappelijke positie te verliezen” had, kon volgens het colofon ook anoniem abonnee worden. „De Hack-Tic wordt altijd verstuurd in een neutrale enveloppe.”

Iets te veel whisky

Schrijfster en columniste Karin Spaink leerde Felipe Rodriquez kennen op de bulletinboards waar ze in die tijd „rondhing”. Dat waren ‘prikborden’ op internet waar de digitale voorlopers elkaar lazen en schreven. ‘Utopia’, heette het bulletinboard van Rodriquez. Een medewerker van de Universiteit van Amsterdam liet Rodriquez via zijn account inloggen. Tot hij op een avond, met iets te veel whisky op, zo „zat te klooien” op de universiteitscomputer, volgens Spaink, dat de beheerder het merkte en de toegang werd afgesloten.

Dat was het moment dat de mannen van Hack-Tic besloten: we moeten zelf toegang tot internet regelen.

Ze schatten in dat hun provider XS4ALL het eerste jaar 500 abonnees moest werven om de huur van de inbellijnen van NL Net te kunnen terugverdienen. Die 500 hadden zich de eerste dag al gemeld.

Rodriquez had twee grote verdiensten voor de digitale revolutie in Nederland: hij bezat geld en hij bezat charme. Als hij een kamer binnenkwam gaf hij iedereen een hand, vertelde zijn jarenlange kompaan Rop Gonggrijp dinsdag op de begrafenis. „Een charmante, sociaal vaardige hacker – dat kenden we nog niet.”

Het geld voor XS4ALL kwam van het restaurant Centra dat zijn ouders, migranten uit Spanje, hadden gerund in de Amsterdamse binnenstad. Zij stierven kort na elkaar. Op zijn achttiende was Rodriquez wees en eigenaar van een goedlopend restaurant.

Volgens vriendin Marleen Stikker lag het belang van Rodriquez vooral in zijn vermogen de half-ondergrondse wereld van de hackers en techno-nerds te verbinden met de bovenwereld: de mensen die van internet gebruik wilden maken. Stikker was ‘burgemeester’ van De Digitale Stad, het eerste openbare kruispunt op de digitale snelweg in Nederland – „in elkaar gezet in de woning boven Centra”.

Rodriquez was ook de man die politici – „paniekerig, onbenullig en ongeïnformeerd”, zo vat Spaink hen samen – probeerde te overtuigen van het belang van een ópen web. Toen politieke heisa ontstond omdat The Anarchist Cookbook online te lezen was, wees Rodriquez er kalmpjes op dat het doe-het-zelfboek voor de tegenbeweging (van ‘hoe spuit je heroïne?’ tot ‘hoe maak je een molotovcocktail?’) ook gewoon in de boekhandel lag.

Vanuit zijn vrijheidsideaal zette Rodriquez samen met Spaink ‘Bits of Freedom’ op en in Australië, waar hij eind jaren 90 met zijn gezin ging wonen, een soortgelijke digitale burgerrechtenorganisatie voor vrij internet en transparantie in de omgang met privacygevoelige informatie. Hij had ook oog voor de schaduwzijde: In overleg met het ministerie van Justitie richtte hij het Meldpunt Kinderporno op.

In 2005 keerde Rodriquez, zonder vrouw en dochters, terug naar Nederland. Daar ontmoette hij een nieuwe liefde, maar werd hij al snel ernstig gehinderd door MS. Langzaam maar zeker raakte hij beperkt in spraak en beweging. Toch bleef hij tot het eind toe ‘prima’ zeggen, zei op de uitvaart de priester die hem regelmatig op zijn ziekbed bezocht. „Altijd was alles goed”, zei Gonggrijp over zijn vriend. „En als het dat niet al was, zou het wel goed komen.”