De druk op Duitsland moet echt afnemen

Duitsland kan niet ieder jaar een miljoen vluchtelingen opnemen. We hebben dan ook een duurzame Europese verdeelsleutel nodig, vinden Sigmar Gabriel en Frank-Walter Steinmeier.

Migranten in een sporthal in Hanau, Duitsland

Wat zijn wij de mensen verschuldigd die door oorlog en geweld worden bedreigd? Wanneer zijn de uiterste grenzen van de draagkracht bereikt? Deze vragen zijn gerechtvaardigd. Maar beweegt het debat zich alleen nog tussen de door de media toegespitste tegenstelling ‘wij kunnen het’ en ‘de boot is vol’, dan dreigt de vluchtelingenkwestie onze maatschappij te verscheuren. Wij hebben behoefte aan een eerlijke discussie over realistische mogelijkheden. Dus:

Ja, de meerderheid van de mensen die naar Duitsland toekomen is uit (burger)oorlogsgebieden gevlucht, of komt rechtstreeks uit naburige regio’s.

Ja, wij hebben een groot aandeel vluchtelingen uit de westelijke Balkan. Zij maken echter geen kans op asiel en moeten snel terug naar hun thuisland.

Ja, ondanks de voorbeeldige hulpvaardigheid van de Duitsers en de overweldigende prestaties van de gemeentes moeten wij al het mogelijke doen om het aantal immigranten in Duitsland te verminderen. Want op den duur kunnen wij niet elk jaar meer dan een miljoen vluchtelingen opnemen en integreren.

Maar wij kunnen de dynamiek van de migratie niet alleen met de middelen van de Duitse binnenlandse politiek beïnvloeden. En we kunnen het al helemaal niet zonder Europa – en zelfs dan zullen wij deze trend niet van vandaag op morgen kunnen doorbreken. Duitsland heeft gehandeld. Deelstaten en gemeentes worden ontlast. Wij hebben met het ‘asielpakket’ nationale voorwaarden geschapen om vooral diegenen te helpen die daadwerkelijk bescherming nodig hebben. Onze rechtsstaat, samen met de grondwettelijk verankerde grondrechten, gooien wij daarbij niet overboord.

Maar het is ook duidelijk dat wij met volharding en stelligheid aan internationale en vooral Europese oplossingen moeten werken, zodat de druk op Duitsland afneemt. Daarvoor moeten wij er weer meer op vertrouwen dat nationaal egoïsme geen uitweg biedt, maar dat gezamenlijk handelen voor allen van nut is.

Het besluit van de EU om 120.000 vluchtelingen over de lidstaten te verdelen is goed, maar niet voldoende. We hebben een duurzame Europese verdeelsleutel nodig.

Wij beschikken over goed functionerende Europese instellingen, maar zij zijn niet op de huidige vluchtelingenstroom ingesteld.

Frontex, bijvoorbeeld, heeft meer personeel nodig om de EU-buitengrenzen te bewaken en moet bovendien uitgroeien tot een Europese grensbewakingsinstantie. Europa en Turkije moeten gezamenlijk de grenzen aan de oostelijke kant van de Middellandse Zee bewaken.

Het Europese asielondersteuningsbureau EASO bestaat, maar we moeten moedige stappen zetten in de richting van integratie.

Ook moeten we Griekenland en Italië ondersteunen bij de opbouw van ‘Europese aanmeldingscentra’. Alle gearriveerde vluchtelingen worden hier dan geregistreerd en daarna op een rechtvaardige manier over Europa verdeeld.

We moeten ook tot een overeenkomst komen met ‘sleutellanden’ in de directe omgeving van Europa, vooral met Turkije. Alleen dan zijn Europese oplossingen effectief. Hiervoor heeft de Commissie een actieplan voorgesteld – wij flankeren dat met een bilaterale migratiedialoog.

Wij moeten die landen ondersteunen die momenteel het grootste deel van de vluchtelingen opnemen. Dat zijn naast Turkije vooral Jordanië en Libanon. In New York is het gelukt om onze hulp aan de internationale humanitaire hulporganisaties met 1,8 miljard dollar te verhogen.

En toch, de belangrijkste en duurzaamste opgave van ons buitenlands beleid blijft de bestrijding van de vluchtelingencrisis daar waar deze ontstaat. Daarom zetten wij ons met alle kracht in voor politieke oplossingen voor de grote crises en conflicthaarden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Hiertoe behoren ook gesprekken met Rusland, dat constructief heeft geopereerd bij de totstandkoming van het atoomverdrag met Iran. We moeten verhinderen dat de staatstructuur in Syrië definitief im- of explodeert en nog meer mensen zich op weg naar ons toe begeven.

Boven alles staat: wij genereren alleen begrip en vertrouwen wanneer wij over realistische mogelijkheden spreken. Alleen met vertrouwen mobiliseren wij de politieke en maatschappelijke scheppingskracht om de grote kans op integratie van deze mensen te benutten. Alleen met realisme kunnen wij onze humanitaire doeleinden ook in de praktijk brengen.

Onze politiek kan alleen duurzaam worden ondersteund wanneer wij niet te veel vragen van de mensen in ons land. En wij kunnen alleen acceptatie bereiken, wanneer mensen in ons land niet worden verwaarloosd en hun hele reële behoeften en problemen serieus worden genomen.

Wij staan op een kruispunt: òf een continent waar slagbomen, hekken en nationaal egoïsme ons weer gaan scheiden, òf een continent dat in staat is gezamenlijke antwoorden te vinden, door een Europees asielbeleid te voeren en door gezamenlijk te strijden tegen de oorzaken die mensen op de vlucht doen slaan.

Een continent dat eerlijk is en deze grote uitdaging met heldere blik en zonder illusies aanpakt.